Terug in de sferen van Louis Couperus

Nostalgie borrelt op bij de heropening van de Haagse Schouwburg. De oude actrice schrapt haar vakantie, de vrouw van de conciërge zit nog even in haar raam....

Na haar afscheidsvoorstelling Savannah Bay in 1984 is de actrice Russisch gaan leren, een wens die ze al heel lang koesterde. Ze had zich voorgenomen, nadat ze zich jarenlang rót had gewerkt, eens éven geen toneel meer te doen. Toch heeft ze na haar pensioen een paar memorabele rollen gespeeld. In Niet Ik, Becketts monoloog voor één mond en in Lars Noréns Hebriana, geregisseerd door Ger Thijs. Maar veel is het niet in vijftien jaar: drie, vier voorstellingen en 'een televisietje'.

Aanvankelijk zei ze 'nee' tegen de rol van mevrouw Dercksz in Oude Mensen. 'Ger Thijs vroeg dat ver van te voren, wel twee jaar geleden. Ik was toen 77, en ik dacht: dat is zó ver weg, dat kan ik niet overzien, hoe bén ik tegen die tijd? Bovendien had ik voor deze zomer een vakantie gepland . Ik heb er toen diep over nagedacht. Het was de enige serieuze aanbieding die ik in tijden had gekregen. Ik heb het stuk gelezen en vond het mooi. Maar het is een lang stuk, en het leek me ontzettend vermoeiend. '

En toen kwam plotseling dat telefoontje, in de laatste week van die bewuste vakantie. Dat Elisabeth Hoijtink, de actrice die Thijs wél had kunnen strikken, plotseling ziek was geworden, en of Andersen alsjeblieft. . .

Zodoende zit ze toch als de oude mevrouw Dercksz op het toneel. Doodstil de hele avond in een stoel, en boven in het decor onder de hete lampen . 'En ik moet eerlijk zeggen, dat ik het wel leuk vind', zegt ze met glimmende ogen. 'Ik vind het wel gezellig. Zo zit ik daar weer met mijn oude schoolvriend Joop Doderer. We zaten samen op de mulo en hadden elkaar 59 jaar niet gezien!'

Het is voor Andersen ook bijzonder om weer terug te keren in de Haagse Schouwburg, die met Oude mensen de deuren heropent. Daar is het voor haar eigenlijk echt begonnen. Daar is ze, bij de Haagse Comedie en onder de vleugels van Cees Laseur, tussen 1947 en 1960 opgeklommen van beginneling tot 'eerste actrice'.

In Den Haag is Andersen ook geboren. Met de authentieke Couperus-sfeer die Thijs in Oude Mensen probeert te benaderen is Andersen van kindsaf vertrouwd, al hield ze meer van Amsterdam (waarnaar ze op haar tiende verhuisde). 'Ik heb het Den Haag van voor de oorlog nog gekend, waar Couperus nog ''hing''.Mijn ouders hadden het altijd over de schrijvers uit die tijd. ''Hier heeft Couperus gewoond'' zei mijn moeder als we in de buurt van Plein 1813 wandelden. Het waren zelf mensen uit dat verfijnde Haagse milieu, waar Frans werd gesproken en muziek werd gemaakt. '

Denk nu niet dat Andersen bij de repetities voortdurend over haar jeugd zit te vertellen. Welnee, ze zijn keihard aan het werk. Begeesterd vertelt de actrice over een 'doorbraak' die ze afgelopen week in samenspraak met Ger Thijs bewerkstelligde. Want het is nog steeds zoeken naar de juiste manier om die stokoude mevrouw Dercksz, die 'bijna niet-meer is', toch de nodige aanwezigheid te geven.

Het liefste speelt Andersen mensen die ver van haar bed staan. Haar dierbaarste creaties zijn Suus, de verlopen alcoholiste uit het gelijknamige toneelstuk van Achternbusch, en Jeanne, de Vlaamse volksvrouw uit Vrijdag van Hugo Claus.

De oude mevrouw Dercksz vraagt niet om een dergelijke transformatie, 'behalve dat ik veel ouder moet spelen dan ik ben'. 'In het boek is mevrouw Dercksz diep in de negentig. Ik word over drie maanden tachtig, maar de meeste mensen denken dat ik nog geen zeventig ben. Vervelend hoor', lacht Andersen ondeugend terwijl ze kwiek overeind komt om nog een glaasje spa in te schenken. 'Daardoor behandelen ze me nooit met de juiste égards.'

Even demonstreert ze de motoriek van haar Couperus-personage. Andersen is dol op 'loopjes': 'Ze kijkt moeilijk omhoog, alles is stijf geworden. Ze beweegt zich zoals oude mensen zich bewegen.'

Meer over