Terreurproces zit Indiase filmmaker dwars

De film Black Friday mag van de de Indiase rechter niet worden vertoond. Artistieke vrijheid versus het recht op een eerlijk proces....

Van onze verslaggever Rob Vreeken

De vrijheid van de filmmaker tegenover de rechten van de verdachte in een terrorismezaak. Tussen die twee fundamentele waarden moet de opperrechter van India kiezen in een zaak die is aangespannen door de makers van de vooralsnog verboden film Black Friday van regisseur Anurag Kashyap.

‘Wat aan de orde is, is het recht een film over politiek te maken’, zegt producent Arindam Mitra. Maar de advocaat van de tegenpartij, P. A. Sebastian, meent dat Black Friday zijn cliënt, Mushaq Moosa Tarani, al veroordeelt terwijl de strafrechter nog moet oordelen over zijn schuld aan een reeks bomaanslagen in Bombay in 1993.

‘Het is een zeer goed gemaakte film’, zegt Sebastian. ‘De kijker zal overtuigd raken van de schuld van mijn cliënt. Heel India, een miljard mensen, zal zich tegen hem keren. Dan kan hij geen eerlijk proces meer krijgen, in een onbevooroordeelde sfeer.’

Het Gerechtshof van Bombay toonde zich al gevoelig voor Sebastians argumenten. Eind januari, daags voor de première, oordeelde het hof dat de film niet mag worden vertoond voor het vonnis in het terreurproces. Kashyap en Mitra gingen in beroep bij het Hooggerechtshof van India, dat eind vorige week de zaak in behandeling nam.

Black Friday gaat over het Indiase ‘11/9’, de bomaanslagen die Bombay troffen op vrijdag 12 maart 1993. Doelwit was onder meer de beurs van Bombay. Er vielen 275 doden en 713 gewonden.

Aangenomen wordt dat de moslimonderwereld van Bombay achter de aanslagen zat. Die wreekte daarmee het leed dat moslims in de stad de voorgaande maanden was aangedaan. Nadat fanatieke hindoes in december 1992 een moskee in de tempelstad Ayodhya hadden verpulverd, braken overal in Noord-India rellen uit. Het geweld in Bombay was het omvangrijkst (achthonderd doden, de meesten moslims), en ook het verrassendst. De stad gold tot dan als een oase van kosmopolitisme en tolerantie.

Anno 2005 is Bombay de schok nog steeds niet helemaal te boven. Opmerkelijk was daarom dat de Indiase filmkeuring, nooit te beroerd het mes te zetten in films, Black Friday ongemoeid liet passeren. Bezwaren van de politie van Bombay, die zei te vrezen voor de gemoederen in de stad, werden niet gehonoreerd.

De politie komt niet ongeschonden uit de film. Indringend laat Kashyap zien hoe verdachten, alsook hun familieleden, worden gemarteld.

De regisseur zegt dat het niet zijn bedoeling is schuldigen aan te wijzen. Hij spreekt van een ‘objectieve’ film. ‘Het gaat mij om de cyclus van geweld en tegengeweld die de stad in zijn wezen heeft aangetast.’ De film begint en eindigt met een spreuk van Mahatma Gandhi: ‘Oog-om-oog maakt de hele wereld blind.’

Kashyap wijst erop dat de strafzittingen al in 2003 werden afgerond. Rechter Kode schrijft sindsdien aan zijn vonnis. De uitspraak komt mogelijk in juli. ‘De rechter heeft zijn standpunt dus al bepaald’, zegt de regisseur. ‘Hij kan niet meer beïnvloed worden.’

De zaak, die in 1994 begon, is het langst lopende strafproces in de Indiase geschiedenis. Tarani is slechts een van de 122 mensen die terechtstaan. Elf verdachten zijn in gevangenschap overleden.

Producent Mitra meent dat alle feiten en vermoedens in de zaak al lang alom bekend zijn. Een film kan daaraan niet veel bijdragen. Bovendien, zegt hij, is de film gebaseerd op een boek van de journalist Hussain Zaidi, dat al drie jaar uit is. ‘Een professionele rechter die al het materiaal voor zich heeft, zal zich heus niet laten beïnvloeden.’

De advocaat van de verdachte is echter bang dat de film uitlokt tot ‘belediging van het hof’. Sebastian: ‘Sommige verdachten worden mogelijk vrijgesproken. De film is zo indringend, dat het publiek dan zal zeggen dat een slappe rechter de daders laat lopen.’ Hij benadrukt niet uit te zijn op een verbod van de film, maar op uitstel tot na het vonnis.

Opmerkelijk is dat beide partijen mensenrechtenadvocaten hebben ingeschakeld. Sebastian zet zich in voor de sloppenbewoners van Bombay. Mihir Desai, raadsman van de filmer, werkt voor het Centrum voor Mensenrechten. Desai: ‘Het Hooggerechtshof zal delicaat moeten balanceren tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op een eerlijk proces.’

Voor de 32-jarige regisseur is de affaire de zoveelste zeperd in een onfortuinlijke carrière. Na in Bollywood naam te hebben gemaakt als scenarioschrijver, besloot Kashyap zelf films te gaan regisseren.

Zijn eerste film Paanch, over vijf rockmuzikanten die over lijken gaan in hun jacht op succes, kwam niet door de filmkeuring vanwege het grove taalgebruik en de vermeende verheerlijking van geweld. Andere projecten kwamen maar niet af door conflicten met geldschieters en producenten.

Het debacle met Paanch bezorgde hem naar eigen zeggen een ‘complete depressie’, een writer’s block en een drankprobleem. De vliegende start van Black Friday (de film was al te zien op festivals in Locarno, Hamburg, Los Angeles en Philadelphia) leek voor Kashyap een herkansing te betekenen. Nu wordt die door de rechter gefrustreerd.

‘Het is in Bombay erg moeilijk een serieuze film te maken’, zegt hij mismoedig.

Meer over