Columnsylvia witteman

Terloops betast, achteloos verkracht: Sylvia Witteman leest Keetje Tippel

null Beeld

Er viel een boekje in de bus: Keetje op straat van Neel Doff. Keetje Tippel! In mijn hoofd begon de Zangeres Zonder Naam te zingen: ‘Ze woonden in de sloppen van ’t oude Amsterdam/ waar nooit een zonnestraaltje haar venster binnenkwam/ gedreven door de armoe werd zij prostituée/ en voor een handvol centjes ging zij met ieder mee. Haar naam was Keetje Tippel...’ et cetera. Een heerlijke smartlap, waarin nu eens niets werd overdreven: Keetje woonde inderdaad in een kelder, waar het water langs de muren droop, en zij ging niet alleen mee voor een ‘handvol centen’ maar ook voor een boterham of een kop koffie. Dit alles rond het eind van de 19de eeuw; een intelligent, leergierig, brutaal kind uit het lompenproletariaat dat zich uit alle macht naar boven vecht.

Eenmaal ontsnapt aan de honger en ellende schreef Neel Doff haar herinneringen op en dat deed zij zeer pakkend. Als de 10-jarige Keetje van haar werk komt: ‘Moeder, waar zijn mijn aardappelen met azijn?’ ‘Ach, je begrijpt wel dat ik de haard niet kon laten branden om ze voor je warm te houden.’ ‘Maar ik vind ze koud het lekkerst, met veel azijn!’ ‘O, dat wist ik niet!’ ‘Waar zijn ze, moeder?’ ‘We hebben ze opgegeten.’

Keetjes vader zuipt het schaarse geld op, Keetje wordt terloops betast en achteloos verkracht door willekeurige mannen en vervolgens dwingt haar moeder haar tot tippelen, omdat de kinderen zo’n honger hebben. Intussen houdt Keetje zich geestelijk op de been door zo veel mogelijk boeken te lezen, in huizen waar ze werkt als dienstmeisje.

Doff schreef in het Frans, werd in Frankrijk vergeleken met Zola en werd genomineerd voor de Prix Goncourt van 1911 (ze kreeg hem nét niet). In Nederland maakte Wim Zaal begin jaren zeventig een ingekorte vertaling van Neel Doffs memoires (oorspronkelijk in drie delen) onder de titel Keetje Tippel. Paul Verhoeven maakte er een film van die bijna 2 miljoen bezoekers trok, mede dankzij de onweerstaanbare Monique van de Ven, veelal naakt of in verrukkelijk nauwsluitende fin de siècle-corseletjes. Rutger Hauer deed ook mee, net als een paar jaar eerder in de kaskraker Turks Fruit. ‘Never change a winning team’, moet Verhoeven gedacht hebben.

De ronkende aanprijzingen in de trailer (‘The passion of Ingmar Bergman. The boldness of Fellini. The epic sweep of Bertolucci’) worden niet helemaal waargemaakt; de film is vooral luchtig. Maar ja, het waren de jaren zeventig, toen prostitutie nog glamoureus was, en hoeren nog gewoon ‘meisjes van plezier’ waren, eventueel met een droefenisje hier en daar; daar kon je nobele, sociaal bewogen gevoelens bij hebben, maar intussen kon je ook Monique kreunend van genot in bad zien zitten en daar ging het toch maar om.

Aan dit alles dacht ik terug toen ik de nieuwe vertaling met nawoord van Anna Geurts las. Waar Wim Zaal een geslaagde bloemlezing samenstelde uit drie boeken, heeft Geurts alleen het laatste deel vertaald: Keetje op straat. De passages die Zaal wegliet, zo blijkt, betreffen vooral gesprekken die Keetje in haar fantasie voert met Multatuli’ s Woutertje Pieterse, en, aldus Geurts, ‘scènes waarin Keetjes complexe relaties met haar eigen klasse en die waarnaar ze aspireert uitgewerkt worden.’

Haar vertaling bevat hinderlijk betuttelende voetnoten, bijvoorbeeld als Keetje zegt dat ze lange mannen met blauwe ogen zo knap vindt: ‘Keetjes voorkeuren zijn hier zowel etnisch bepaald als sociaal-economisch’.

De ‘vergeten’ fragmenten voegen zeker iets toe, voor de enkeling die nog weet wie Woutertje Pieterse is. Maar ik miste ook een boel dierbare fragmenten uit de bloemlezing van Wim Zaal. Gelukkig voor de liefhebber: alles van Neel Doff staat gratis op dbnl.org.

Meer over