Achter het boekCharlotte Dematons

Tekenaar Charlotte Dematons: ‘Zonder de klassieke meesters was ik nergens’

Charlotte Dematons: ‘Ik kon geen hond tekenen, zomaar een hond bestaat niet. Dan moest het een teckel zijn, of een bouvier, maar die staan niet bij de H.’Beeld Ivo van der Bent

Hoe tekent de tekenaar? Acht jaar na de bestseller Nederland komt Charlotte Dematons eindelijk met een nieuwe titel: Alfabet. ‘Ik wil zeker weten dat niemand zegt: die heeft zich er met een geinig ideetje vanaf gemaakt.’ 

Tekenaar Charlotte Dematons (62), die doorgaans alles oplost met een grap en een elleboogstoot, heeft zware jaren achter de rug. Haar hoogbejaarde moeder trok bij haar in, nadat ze was overvallen in haar huis in Frankrijk, en woonde zes jaar bij haar in een piepkleine aanleunwoning. De hoeveelheid aanvragen om scholen en boekhandels te bezoeken, hoe graag ze dat ook doet, rees de pan uit. Ze ging weg bij de uitgever van haar bekendste titels, omdat ze zich er niet meer thuis voelde. Ze had daarvan zo’n verdriet dat ze maanden niet kon werken. En haar meest tot de verbeelding sprekende prentenboek, Sinterklaas (2007), werd het middelpunt van een strijd waar ze niet om had gevraagd. Ze heeft het boek uit de handel laten nemen, maar fans bieden grif 100 tot 200 euro voor een tweedehandsexemplaar.

Alfabet voelt, na al die jaren, als een zoete overwinning van de vrolijke verbeelding. Het plezier spat tussen de kaften vandaan. Een ambachtelijk boek, met op elke dubbele pagina één letter die centraal staat. En dan zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen. Eenvoudiger kan niet, zou je zeggen. Maar wie dat denkt, kent Dematons nog niet. ‘Hoe ik de afgelopen drie jaar gewerkt heb? Heb je even?’

Een frietfontein. Hoe kóm je erop?

‘Ja, hoe kom je op zoiets? Ik begon bij de B. Het eerste dat bovenkwam: een blauwe berg, daarop balanceert een bad en in dat bad zit een banaan. Toen dacht ik: hier zit meer in. Ik ben lijsten gaan aanleggen. Combineren. Het werd steeds vreemder. Die frietfontein is een van mijn favorieten. Heb jij niet altijd al zoiets willen hebben? Ja toch? Ik ook.’

Maar een geestig idee is nog geen verhaal.

‘Klopt. Ik had 26 letters, maar nog geen rode draad. Hoe kom ik nu van bladzij naar bladzij, was vervolgens de vraag. Van levensbelang voor mij, want hoe houd ik anders een klas met kleuters bij de les? Toen ben ik op dat poppetje gekomen. Een dief die Alfabet heet en op elke bladzijde stiekem een letter jat. Dat kunnen kinderen thuis ook gaan doen: zo veel mogelijk voorwerpen met dezelfde beginletter in je rugzak mee naar school.’

Wat was de werktitel?

‘Alfabet natuurlijk. Wat anders? ABC is te kort, dan mis je de Z.’

Beeld Ivo van der Bent

Waarom wilde u een alfabetboek maken?

‘Er zijn natuurlijk al heel veel alfabetboeken. Ik kreeg zo’n boek onder ogen, met daarin een prachtige illustratie van een varken. O, dacht ik, dat is dan de V. Of zou het de B zijn, van big? Maar nee, het varken stond bij de E van eten. Dat snapt geen kind. Ik word ook meteen kritisch. Nou, praatjesmaker, zeg ik dan streng tegen mezelf, wat zou jij doen? Al snel zat ik me rot te lachen om teckels die tyrannosaurustanden trekken met een tang. Het moet klóppen. Ik kan geen hond tekenen, zomaar een hond bestaat niet. Wel een teckel of een bouvier, maar die staan dus niet op dezelfde bladzijde. Als je daar eenmaal over gaat nadenken… Kortom: als je het definitieve alfabetboek wilt maken, en dat wil ik, dan ben je zo een paar jaar verder.’

Waar houdt dat denkproces weer op?

‘Bij mij kan zoiets heel lang doorgaan. Van het een komt het ander. Zodra je bedenkt dat je zo veel mogelijk woorden met dezelfde letter op één pagina gaat tekenen, krijg je allerlei problemen en uitdagingen. Die wilde ik allemaal oplossen. Een banaan is geel, kan dat wel op de pagina van de B, moet daar niet alles blauw? De K is opgebouwd rond een kleuterklas, met natuurlijk een kring. De kinderen hebben alleen maar krullen en kroeshaar en één is kaal, dat komt helaas ook voor. De vloer moest kobaltkleurig, maar dat werkte niet. En zo gaat het maar door. Tot alles klopt en ik helemaal leeg ben. Ik vind het leuk om de bodem te raken. Doorgaan tot ik niets meer te melden heb. Dat ik zeker weet dat niemand kan zeggen: die heeft zich er met een geinig ideetje vanaf gemaakt.’

Heeft u het weleens opgegeven omdat u dacht dat het niet goed werd?

‘Ja, ja, absoluut. Ik heb eindeloos zitten malen op van die algemene woorden. Een popje is een popje, niet: speelgoed. Aap, vogel, bloem, vis, slang, boom: ik kan er niets mee. Wat voor vogel, wat voor aap? Ik wilde bij de A een apenrots. Dus ik teken een gorilla. Maar die hoort bij de G. Een orang-oetan dan. Maar die hoort bij de O. Op een gegeven moment gooi ik dan mijn pen moedeloos op tafel en ga ik totaal gefrustreerd een wandelingetje maken. Vlak bij mijn huis is een brei-en-haakwinkeltje. In de etalage zag ik gehaakte apen. Dat is het! Een gehaakte aap is een aap zonder soortnaam. Opgelost!’

Wat is de ergste kritiek die u zou kunnen krijgen?

‘Ik vind lang nadenken fijn. Ik moet achteraf kunnen zeggen: dit is het. Steken laten vallen omdat ik de tijd niet heb genomen, dat vind ik erg. Ondanks alle moeite zal ik straks vast lijstjes krijgen van woorden die er ook nog op hadden gemoeten en dan denken: ze hebben gelijk. Dan duik ik onder.’

Beeld Ivo van der Bent

In hoeverre bent u educatief bezig?

‘Toen die coronabende begon, dacht ik: heerlijk rustig, even geen klassenbezoeken. Zelden zo lekker gewerkt. Maar nu mis ik die kinderen. Ik doe dit voor mijn eigen plezier, maar ik vraag me wel steeds af hoe ze zullen reageren op wat ik maak en dat beïnvloedt zeker hoe ik werk. Ik test de boeken op vrienden. Dan zet ik zo’n plaat neer, kijken wat er gebeurt. Vader met zoon op schoot, meteen een wedstrijd wie de meeste zou vinden. Zo’n effect heeft het. Het is zeker educatief, maar het is ook verslavend. Wat ik ook belangrijk vind: dat er echt voor iedereen iets in zit. De dochter van een bloemenkweker die zegt: dat is geen bloem, dat is een aronskelk. Dan heeft dat kind, dat normaal misschien niet zoveel zegt, haar gloriemoment. Daar doe ik het voor.’

Welke tekening maakte u als eerste?

‘Ik ben na wat schetsen toch gaan nadenken over de A en daarna door tot en met de Z. Ik kan niet zo’n boek maar gewoon maken en zien wat er komt, ik moet eerst zeker weten dat ik ze allemaal heb en er een afwisselend geheel ontstaat. Niet 26 landschapjes, maar elke keer weer een verrassing hoe ik het heb opgelost. Bij de X heb ik maar drie beelden, bij andere letters is het heel druk.’

Wat vindt u de mooiste ‘zin’ in dit boek?

‘Leuk dat je ‘zin’ zegt tegen een tekenaar. Ik ben zelden zo weinig met tekenen bezig geweest, ik zat de hele tijd zinnen te maken. Dat was een ontzettend leuk spel. Op mijn favoriete pagina zit een nijlpaard in een nest met mijn nachtpon aan haar nagels Napels-geel te lakken. Kijk, hier heb ik de tube: Napels-geel. Het staat er echt. Dat zijn de geluksmomenten. En dan dat nest zo mooi rustig in het midden. Een heel fijne plaat om te maken.’

Hoelang heeft u over het boek gedaan?

‘Drie jaar. In het begin naast andere opdrachten, het afgelopen jaar is er geheel aan opgegaan. We zijn niet op vakantie geweest. Op de K-pagina’s staan 350 woorden. Je moet ze allemaal tekenen. Een voor een. En ze moeten zonder uitleg voor een kind herkenbaar zijn. Ik heb veel geprobeerd en weer overgedaan. Je kunt zeggen: de helft is ook goed. Maar ja, dan heb je de helft.’

Beeld Ivo van der Bent

Waar werkt u?

‘Op zolder, met door het raam uitzicht op de hemel, prachtig. Radiootje. Luisterboeken: Harry Potter, Tolkien. Sinds de dood van mijn moeder, die pianolerares was, kan ik geen muziek meer verdragen. Ik word er somber van. Mijn favoriete stem is die van Jan Meng. Als ik me erg concentreer en iets mis, dan zet ik hem gewoon een stuk terug. Jan Meng vindt dat best.’

Had u deze keer een speciale aanpak?

‘Het was deze keer wel anders dan anders. Ik heb nog altijd Frans in mijn kop, ik moest enorm opletten dat ik de komkommer niet bij de C van concombre zette. Daarom heb ik met een woordenboek moeten werken. Dat doet een tekenaar anders nooit. Notitieboekjes vullen met bruikbare woorden. Systematisch, van voor naar achter. Geel gemarkeerd als het woord is opgelost. Rode streep erdoor als het in de plaat is verwerkt. Je moet manieren verzinnen om de moed erin te houden. Ik was zo lang bezig dat mijn vrienden zich zorgen gingen maken. Ze gingen me helpen bij de moeilijke letters. Ik kreeg de prachtigste ansichtkaarten met ideeën.’

Wanneer bent u tevreden?

‘Stekelstaartsnip. Een dier met drie keer de letter S. Jottem, denk ik dan, die is van mij. Mijn man kon me vaak in een andere kamer horen grinniken.’

Hoe zou u uw stijl omschrijven?

‘Ze zeggen dat ik een realistische stijl heb. Ik weet niet of dat wel zo is. Ik heb te veel grootmeesters uit de Gouden Eeuw bekeken die zoveel beter zijn in dat levensechte. Ik zoek naar een schijn van geloofwaardigheid. De kijker moet geloven wat ik probeer te vertellen.’

Wie mag er over uw schouder meekijken?

‘Mijn wederhelft Bas, die wetenschappelijk tekenaar is. Mijn verwant in het werk. We gaan vaak samen naar het museum. Toen ik met acryl aan de slag wilde, zijn we in Musée d’Orsay naar de impressionisten gaan kijken. Twee uur lang, zo dicht mogelijk op het doek. De suppoosten hielden ons in de gaten. Hoe hebben ze die scène precies opgebouwd? Eerst die laag, dan dat kleurtje. Lopen we achteraf langs de Seine, begin ik de lucht te analyseren. Dat is mooi geschilderd, merk ik dromerig op. Wakker worden, zegt Bas dan, dat is écht.’

Charlotte Dematons: ‘Op mijn favo­riete pagina zit een nijl­paard in een nest met een nachtpon aan haar nagels Napels-geel te lakken.’Beeld Ivo van der Bent

Vond u de S moeilijk?

‘Ach ja, wat zal ik daarover zeggen? Ik blijf in gesprek met Spanje. Er is daar een grote verbouwing aan de gang. Af en toe bel ik ze om te vragen hoe het gaat. Ik mag voorlopig nog niet komen kijken. Of en hoe en wanneer, dat bepalen ze in Spanje en nergens anders. Ik hoor het wel. Voor mij was de druppel dat juffen bij het maken van de afspraak vroegen: u doet toch niets met Sinterklaas? Anderen willen het dan juist weer nadrukkelijk wél. Toen heb ik tegen de uitgever gezegd: dit moet stoppen en dat is ook gebeurd. In mijn nieuwe boek moest een stoomboot. Dat kan niet anders. Sinterklaas heeft een staf en een smoking. Maar geen mijter en ook geen andere dingen die niet beginnen met een S. Net zo makkelijk. Zijn helpers zijn schapen. Ga maar kijken, ze doen het fantastisch.’

Wanneer begint u aan uw volgende boek?

‘Ik ga even afstand nemen en opdrachten doen. Lekker overzichtelijk. Er liggen ideeën klaar, niet zulke ingewikkelde. Het gaat niet weer acht jaar duren, dat beloof ik.’

Beeld Ivo van der Bent

Waar moeten we heen zodra dat weer kan?

‘Het Teylers Museum in mijn thuisstad Haarlem. De roddelende dames van Bakker Korff. Als mijn man me niet had tegengehouden, had ik dat schilderij allang gestolen. Zonder de klassieke meesters was ik nergens, ik leer nog elke dag van hen. Namaken, kijken of het lukt. Dat is niet jatten, dat is leren.’

Charlotte Dematons

1957 geboren in Évreux, Frankrijk

1975 studie in Nederland

1982 eindexamen Rietveld Academie

1984 prentenboekdebuut Dido

2000 Ga je mee?

2003 De gele ballon

2005 Grimm (Zilveren Griffel en Zilveren Penseel)

2007 Sinterklaas (Gouden Penseel)

2012 Nederland

2020 Alfabet

Meer over