Boeken

Tekenaar Aimée de Jongh brengt in beeld wat op een foto onzichtbaar zou blijven ★★★☆☆

In een grafische roman over Oklahoma tijdens de Grote Depressie trekt Aimée de Jongh alle registers open om de woestijn­hitte voelbaar te maken. De stofwolken hoefde ze niet te verzinnen, de gasmaskers ook niet.

Droogte. Rode stofwolken. Aarde waaruit niets wil groeien. Dagen van zand is een grafische roman die dorstig maakt. De hoofdpersoon neemt halverwege het boek een bad in een zinken teil, wat primitief misschien, maar in een warm klimaat wel zo verkoelend, zou je denken. Door zijn oververhitte brein verandert het water echter in zand en dreigt hij in zijn eigen visioen te stikken. Tekenaar Aimée de Jongh trekt in haar boek alle registers open om de lezer zintuiglijk te laten ervaren wat woestijnvorming is.

Uit: Dagen van zand  Beeld Scratchbooks
Uit: Dagen van zandBeeld Scratchbooks

Het is 1937 en Amerika gaat al enkele jaren gebukt onder de Grote Depressie. De jonge fotograaf John Clark krijgt van een New Yorks persagentschap de opdracht een reportage te maken in een uitgedroogd deel van de staat Oklahoma, waar de boerenbevolking kampt met stofstormen en uitblijvende regen. Dit barre gebied staat bekend als No Man’s Land of de Dust Bowl. De fotograaf krijgt een lijstje mee met ‘gevraagde beelden’: hongerige kinderen, onder het zand bedolven huizen, families die op het punt staan voorgoed te vertrekken, bepakt, bezakt en berooid. Misère op bestelling.

Uit: Dagen van zand  Beeld Scratchbooks
Uit: Dagen van zandBeeld Scratchbooks

Maar als John na een lange rit in de bewuste streek aankomt en met zijn Zeiss Ikon-lenzen de uitgemergelde bewoners wil vereeuwigen, merkt hij dat niemand op de foto wil. De mensen voelen zich bekeken, misbruikt, en zien hem met zijn camera als een indringer. Pas als hij besluit eerst maar eens vriendschappelijk contact te leggen en zo hun vertrouwen te winnen, blijken ze schoorvoetend bereid te poseren met hun schamele bezittingen en met kinderen die gasmaskers dragen tegen stoflongen.

Uit: Dagen van zand  Beeld Scratchbooks
Uit: Dagen van zandBeeld Scratchbooks

Aimée de Jongh hoefde de stofwolken niet te verzinnen, en ook de gasmaskers niet. In de jaren dertig zijn naar schatting 440 duizend mensen uit Oklahoma verhuisd naar de naburige staten, en vooral in Californië waren de verpauperde ‘Okies’ berucht. Je kunt ze gerust klimaatmigranten noemen, want door onverantwoorde bewerking van de arme grond en extreem droge zomers staken in het gebied dodelijke stofstormen op, die de oogsten verwoestten en de boeren dwongen hun heil elders te zoeken. De Dust Bowl was onleefbaar geworden.

De Jongh is in Oklahoma gaan kijken en reisde door naar Washington D.C., om in de Library of Congress de archieven van de FSA door te spitten. De afkorting staat voor Farm Security Agency, een instelling die naam maakte met een invloedrijk fotografieprogramma dat in 1935 werd opgestart om de diepe armoede op het platteland vast te leggen. In negen jaar tijd ontstond een verzameling van circa 175 duizend zwart-witnegatieven, waarmee de FSA een sterke impuls heeft gegeven aan de ontwikkeling van de documentaire fotografie. De bekendste foto is Migrant Mother van Dorothea Lange: het portret van een moeder met een vroegoude huid en een doffe blik.

Dorothea Lange: Migrant Mother, 1936.  Beeld Getty
Dorothea Lange: Migrant Mother, 1936.Beeld Getty

Dat fotografen veel konden bijdragen aan bewustwording van de armoede die in de crisisjaren was ontstaan, bleek ook uit het beroemde Laat ons nu vermaarde mannen prijzen uit 1941. De teksten van James Agee in dat boek werden voorafgegaan door tientallen foto’s van Walker Evans die je nu ‘iconisch’ moet noemen. Juist vanwege het vermogen van fotografie om sociale misstanden in beeld te brengen, is het opmerkelijk dat Aimée de Jongh ervoor kiest om haar hoofdpersoon John aan het eind van het verhaal een kuil te laten graven waarin hij zijn camera’s en statieven gooit. Zand erover! ‘Pas tijdens deze reis realiseerde ik me dat fotografie de kunst is van het misleiden’, zegt hij gedesillusioneerd. Hij denkt terug aan het pijnlijke schuren van het woestijnstof op de huid en aan het verstikkende effect op de ademhaling. ‘Niets van dat alles kan gevangen worden in een foto.’

Het grappige is dat De Jongh als tekenaar precies datgene in beeld probeert te brengen wat in een foto onzichtbaar zou blijven. In haar stripboek zijn meerdere, nagenoeg abstracte pagina’s gevuld met niets anders dan oranjerood zand, verblindende stofwolken en bijbelse plagen, midden op de dag. Die bladzijden overtuigen. Niet minder dan de foto’s van Walker Evans en Dorothea Lange.

Aimée de Jongh: Dagen van zand. Scratchbooks; 288 pagina’s; € 29,90.

null Beeld Scratchbooks
Beeld Scratchbooks

Aimée de Jongh

Aimée de Jongh (1988) behoort tot de belangrijkste tekenaars van Nederland. Haar boek Dagen van zand volgt op De terugkeer van de wespendief, Bloesems in de herfst en Taxi!, grafische romans die eveneens in het buitenland zijn verschenen. Dat De Jongh naast haar serieuze werk ook het komische genre beheerst, bewees ze met haar gagstrip Snippers, die van 2012 tot 2017 dagelijks in dagblad Metro stond en is uitgegeven in negen bundels.

Meer over