boekeninterview

Technologie verandert onze taal, merkt schrijver Jennifer Egan. Maar het heeft geen zin om dat erg te vinden

Wat als iedereen zijn gedachten kon uploaden naar een collectief bewustzijn? Jennifer Egan schreef er een roman over. Met een agenda, dat wil ze wel toegeven.

Hans Bouman
Jennifer Egan: ‘Data kunnen nuttig zijn, maar hebben hun beperkingen. Verhalen zijn op alle niveaus essentieel.’  Beeld Pieter M. van Hattem
Jennifer Egan: ‘Data kunnen nuttig zijn, maar hebben hun beperkingen. Verhalen zijn op alle niveaus essentieel.’Beeld Pieter M. van Hattem

Het was de literaire sensatie van 2011: A Visit from the Goon Squad, in het Nederlands vertaald als Bezoek van de knokploeg. En het betekende de internationale doorbraak van Jennifer Egan: lovende recensies, Pulitzerprijs, National Book Critics Circle Award, bestseller. Eigenlijk best bijzonder voor een behoorlijk experimenteel boek dat het nodige van de lezer vraagt. Bezoek van de knokploeg telde dertien hoofdstukken met telkens andere hoofdpersonen, gesitueerd in telkens een andere periode en met telkens een ander vertelperspectief. Egan hanteerde daarbij zowel de eerste als de tweede en derde persoon en het voorlaatste hoofdstuk bestond zelfs uit een zeventig pagina’s lange powerpointpresentatie.

Elf jaar later komt Egan met Het snoephuis (The Candy House), dat ze zelf nadrukkelijk geen ‘vervolgroman’ noemt, maar waarin veel personages uit Bezoek van de knokploeg terugkeren en waarin vormtechnisch opnieuw uitbundig wordt geëxperimenteerd. Ditmaal krijgt de lezer onder meer hoofdstukken in de vorm van tweets en e-mails voorgeschoteld.

Opnieuw lopen er talloze verhaallijnen door elkaar heen en bestrijken die enkele decennia: van de jaren zestig van de vorige eeuw tot de jaren dertig van de huidige. Technologische ontwikkelingen spelen een hoofdrol. Centraal gegeven is het softwareprogramma ‘Greep op uw Onbewuste’, waarmee je je geheugen kunt uploaden naar een soort harde schijf. Handig: voortaan heb je al je vergeten herinneringen paraat.

Als je dat ‘geëxternaliseerde geheugen’ vervolgens geheel of gedeeltelijk uploadt naar het ‘Collectief Bewustzijn’, krijg je toegang tot ‘de anonieme gedachten en herinneringen van iedereen ter wereld, dood of levend, die hetzelfde heeft gedaan’. Het wereldwijde gebruik van deze vindingen heeft consequenties waar niet iedereen blij van wordt.

U noemt Het snoephuis een sibling novel, een soort broertje of zusje van Bezoek van de knokploeg. Waarom wilde u dit boek schrijven?

‘Eigenlijk ben ik nooit opgehouden met het schrijven aan Bezoek van de knokploeg. Terwijl ik op tournee was om het te promoten, ging ik gewoon verder met het schrijven van hoofdstukken waarin de personages uit dat boek voorkomen. Daarbij stond wat mij betreft totaal niet vast of die teksten ook zouden worden gepubliceerd. Ik wist van meet af aan dat ik geen vervolg op Bezoek van de knokploeg wilde schrijven, geen vage echo van dat boek. Een eventueel nieuw boek zou echt anders moeten zijn.’

De titel Het snoephuis verwijst naar het huisje van de heks in ‘Hans en Grietje’. Het is verleidelijk ervan te snoepen, maar dat heeft wel consequenties. Het snoepgoed in uw boek zijn de freebies op internet, die je krijgt in ruil voor informatie over jezelf. Is Het snoephuis een roman over de gevaren van hedendaagse technologie?

‘Ik zie technologie niet als positief of negatief. Het is een onvermijdelijk onderdeel van het bestaan. Zolang er mensen zijn, zullen ze uitvindingen doen die weer tot andere uitvindingen leiden en we zullen de consequenties daarvan nooit kunnen overzien.

‘Toen internet breed beschikbaar kwam en er een programma als Napster werd uitgevonden, betekende dat in een paar jaar tijd de ineenstorting van de muziekindustrie. Dat had niemand voorzien. In Het snoephuis vindt een jonge ict-specialist het Collectief Bewustzijn uit door slim gebruik te maken van andermans ontdekkingen. Op latere leeftijd gaat hij dat als een gruwelijk monster beschouwen.’

U snijdt daarmee een probleem aan waarover ook collega’s als Dave Eggers (De Cirkel, Het Alles) en DBC Pierre (Ondertussen in Dopamine City) schreven. Ook in De Cirkel heeft een van de bedenkers van de nieuwe technologieën bij nader inzien spijt en probeert die het bedrijf te saboteren.

‘Mijn boek heeft nadrukkelijk parallellen met de werkelijkheid. Er zijn meerdere verhalen bekend van uitvinders die technologieën bedachten waarvoor ze vervolgens hun eigen kinderen probeerden af te schermen.

‘Daarbij wil ik graag opmerken dat veel van deze uitvinders hun werk doen in de overtuiging dat ze de wereld verrijken. Wij zijn achteraf vaak geneigd negatieve bedoelingen aan hen toe te dichten, omdat we ons dan de negatieve gevolgen van die uitvindingen realiseren. Het is interessant om te zien dat juist mensen met goede bedoelingen soms destructieve dingen creëren.

‘Het Collectief Bewustzijn, de technologische uitvinding die een cruciale rol speelt in Het snoephuis, heeft dan ook een hele reeks positieve effecten: het bestrijdt dementie, lost talloze misdaden op, doet kinderporno zo goed als verdwijnen, conserveert talen die met uitsterving worden bedreigd, spoort vermiste personen op en bevordert wereldwijd de empathie.’

Maar dat gaat wel ten koste van zaken als privacy en authenticiteit, zoals sommige van uw personages hartstochtelijk benadrukken.

‘Ik denk dat we een begrip als ‘authenticiteit’, maar ook begrippen als ‘ruimte’, ‘ervaring’ en ‘echt’ misschien wel opnieuw moeten definiëren. Door de opkomst van de virtuele wereld hebben die woorden niet meer dezelfde betekenis. Toen wij elf jaar geleden met elkaar spraken over Bezoek van de knokploeg, was dat in een ruimte in een Amsterdams hotel. Nu zien en spreken wij elkaar in onze eigen kamer via Zoom. Wat betekent dat voor begrippen als ‘ruimte’ en ‘echt’? Ik heb daar geen uitgekristalliseerde theorie over, maar ben wel erg geïnteresseerd in de thematiek.’

Jennifer Egan: ‘Ik heb het gevoel dat, zeker in de Verenigde Staten, de literatuur wordt bedreigd door de wereld van het beeld.’ Beeld Pieter M. van Hattem
Jennifer Egan: ‘Ik heb het gevoel dat, zeker in de Verenigde Staten, de literatuur wordt bedreigd door de wereld van het beeld.’Beeld Pieter M. van Hattem

In Bezoek van de knokploeg richtte u zich op de wisselwerking tussen technologie en tijd. In Het snoephuis gaat het om technologie en ruimte.

‘Ik kwam op het idee via het rollenspel Dungeons and Dragons, dat een rol speelt in de roman. Daarin kun je via portals naar verschillende werelden reizen, een gegeven dat ook veel voorkomt in fantasyromans. De flexibiliteit om van de ene wereld naar de andere te reizen vond ik zeer aantrekkelijk. In literaire fictie kom je dat gegeven zelden tegen. In Het snoephuis stelt de uitvinding Collectief Bewustzijn mensen in staat om zich in het bewustzijn van anderen te verplaatsen. Wat natuurlijk precies is wat fictie doet.’

Klopt het dat u uw eerste versies altijd met de hand schrijft?

‘Ja. In de eerste, improviserende fase van het schrijfproces werk ik het beste in verbonden schrift. Lopend, verbonden of ‘schuin’ schrijven wordt tegenwoordig niet eens meer aangeleerd op school, maar ik vind het erg meditatief en het ontlokt mij in de praktijk het interessantste materiaal. Ik zou geen verhaal kunnen verzinnen achter een beeldscherm. Pas als een tekst klaar is, typ ik hem uit.

‘En ook een getypte en geprinte tekst bewerk ik vervolgens met de hand. Dan ontstaat er vaak weer nieuw materiaal dat niet zou komen wanneer ik de tekst op de computer zou bewerken.’

Heeft u een vaste werkroutine?

‘Ik werk graag aan twee boeken tegelijk, in elk geval in de eerste fase, waarin ik materiaal aan het genereren ben. Normaliter schrijf ik dan dagelijks vijf pagina’s aan elk boek. Ik heb een paar jaar tegelijk aan Bezoek van de knokploeg en Manhattan Beach gewerkt en vervolgens een paar jaar tegelijk aan Manhattan Beach en Het snoephuis. Op een gegeven moment moet ik dan kiezen met welk project ik de ‘typfase’ inga. Ook op dit moment werk ik aan twee boeken, maar ik heb nog geen idee of dat uiteindelijk tot iets zal leiden.

‘Over dat schrijfproces gesproken: binnenkort gaat er een nieuwe versie van mijn website online, waarop je van elk hoofdstuk van Het snoephuis de laatste pagina te zien krijgt. Die kun je dan als het ware uitvegen, waarna je de eerste getypte versie ziet. Die kun je ook weer uitvegen, waarna de eerste handgeschreven pagina verschijnt. Je krijgt er ook informatie bij over de dag waarop de tekst werd geschreven, de tijd die dat kostte en andere zaken. Een kijkje achter de schermen dus. Wie mijn handschrift kan lezen, zal constateren dat de eerste versie vaak verschrikkelijk slecht is.’

Het snoephuis gaat over allerlei technologische verworvenheden, maar is toch vooral een pleidooi voor de grenzeloze kracht van de literatuur.

‘Honderd procent! Ik heb het gevoel dat, zeker in de Verenigde Staten, de literatuur wordt bedreigd door de wereld van het beeld. Beelden zijn gemakkelijker en mensen die met beelden werken, worden er steeds beter in om het innerlijke leven te simuleren.

‘Het is bijvoorbeeld steeds populairder om online mee te kijken met mensen die een game spelen, waarbij ze jou hun scherm laten zien. Zij doen er alles aan om jou het gevoel te geven dat jij je in hun brein bevindt. Je ziet wat zij zien en hoort wat zij denken. Ik snap wat daar zo aantrekkelijk aan is. Maar ik zie het ook als een bedreiging van een genre – de roman – dat al sinds de 17de eeuw een wezenlijk onderdeel is van de menselijke culturele ervaring. Ja, ik geef het ruiterlijk toe: Het snoephuis is een roman met een agenda.’

Tegelijk laat u de beperkingen zien van de veronderstelde rijkdom die het Collectief Bewustzijn ons biedt: uiteindelijk is het niet meer dan een ongeorganiseerde hoeveelheid data. Pas wanneer uit die informatie een verhaal wordt gecomponeerd, krijgt het betekenis.

‘Data kunnen ontzettend nuttig zijn, maar hebben inderdaad hun beperkingen. Ze zijn niet zo voorspellend als we vaak hopen. Ze hielpen ons niet om 9/11 te zien aankomen, om de verkiezing van Trump te voorspellen. De data waren er wel, maar het ontbrak aan een accurate interpretatie. Het vertellen van verhalen is op alle niveaus essentieel. Het zijn niet de dataverzamelaars die ons vertellen wat er gaat gebeuren, maar de verhalenvertellers.’

Veel schrijvers laten gedurende het schrijfproces hun partner meelezen en natuurlijk hun redacteur. U heeft een hele leesgroep die uw werk onder ogen krijgt.

‘Ja, ik heb Het snoephuis aan hen opgedragen. Ik ben een nogal eenzelvig persoon en schrijven is een eenzaam proces, maar ik heb tegelijk de behoefte om al schrijvend met mensen samen te werken. Ik vind het belangrijk dat lezers plezier aan mijn werk beleven en wil zeker weten dat mijn bedoelingen overkomen. Wanneer ik mijn werk aan mijn leesgroep laat lezen, vraag ik ze niet om mij te vertellen wat ik moet doen, want dat weet ik – denk ik. Ik wil dat ze me vertellen waar ik mee bezig ben. Leeft mijn tekst? Sprankelt hij? Is hij interessant? Want soms doe ik als schrijver niet wat ik wíl doen.

‘Bij Manhattan Beach vond mijn leesgroep de vertelstem bijvoorbeeld hoogst irritant. Deze verteller had een pact met de lezer: dit is een historische roman, we gaan samen terug in de tijd. De leesgroep zei: je hoeft ons er niet steeds aan te herinneren dat het niet 1932 is. Dat is neerbuigend, we zijn niet simpel!’

Werkt u met een schema?

‘Ja, bij alle boeken, maar pas na de eerste intuïtieve, handgeschreven versie. Als die af is, maak ik lange, getypte samenvattingen van wat ik van plan ben, aanvankelijk wel vijftig pagina’s lang, gaandeweg korter. Dat zijn mijn marsorders.’

U bent dol op het literaire experiment en schrijft naast hoofdstukken in de eerste en derde persoon ook vanuit de tweede persoon, in de wij-vorm, in e-mails, een soort spionnenhandleiding-in-tweets, een powerpointpresentatie, enzovoort.

‘Ik neem in mijn werk graag elementen uit genrefictie op: gothic in De burcht, noir in Manhattan Beach, de thriller in Het snoephuis. En ik beleef ontzettend veel plezier aan het gebruik van minder courante technieken. Als ik denk dat een bepaalde technologische vinding, zoals Twitter, literaire mogelijkheden biedt, gebruik ik die. Het is ook een eerbetoon aan de geweldige schrijvers uit de beginperiode van de roman, die hun inspiratie overal vandaan haalden, van gerechtelijke documenten tot grafische dingen, zoals de zwarte pagina in Tristram Shandy van Laurence Sterne.

‘Ik gebruik die radicale, experimentele technieken alleen als ik vind dat zij de enige manier vormen om een verhaal te vertellen. Het hoofdstuk ‘Lulu de spion’ in Het snoephuis bestaat uit een reeks instructies in de vorm van tweets. Als ik dat hoofdstuk in een conventionele vorm had geschreven, was het een gruwelijk saai, met clichés doordrenkt spionageverhaal geworden. Het powerpointhoofdstuk uit Bezoek van de knokploeg zou in conventionele vorm een onnozel en sentimenteel familieverhaal zijn waarin niets gebeurt.’

Jennifer Egan: ‘Mijn doelen als schrijver zijn heel consistent: mensen wegvoeren uit hun eigen leven en hun eigen brein.’ Beeld Pieter M Van Hattem
Jennifer Egan: ‘Mijn doelen als schrijver zijn heel consistent: mensen wegvoeren uit hun eigen leven en hun eigen brein.’Beeld Pieter M Van Hattem

Hoe zou u uw stijl omschrijven?

‘Ik loop altijd het risico om mijn lezers teleur te stellen, want je kunt niet van mij op aan. Ik zou mijn stijl open en flexibel willen noemen, maar ook humoristisch. Misschien beschrijf ik daarmee niet zozeer een stijl als wel een esthetica. Ik ben zeer opportunistisch waar het stijl betreft, maar mijn doelen zijn heel consistent, namelijk: mensen wegvoeren uit hun eigen leven en hun eigen brein, en vooral om ze veel genoegen te laten beleven. Dat laatste is het belangrijkste van allemaal. Dat stelt een aantal eisen: er moet intellectueel lef in zitten, het moet gaan over interessante mensen bij wie je betrokken raakt, het moet de complexiteit van het leven in zich dragen.’

Het snoephuis bestaat uit vier delen: Bouw-Sloop-Dump-Bouw (Build-Break-Drop-Build). Dat klinkt optimistisch, zoals veel verhaallijnen in uw boek ook positief eindigen.

‘De termen build-break-drop komen uit de wereld van electronic dance. Ze vormen een knipoog naar Bezoek van de knokploeg. Dat is opgebouwd als een conceptalbum, met een A-kant en een B-kant, zoals bij een elpee. Het organisatieprincipe van electronic dance is dat je naar één bepaald ritmisch concept luistert, waarna je in een totaal ander ritme, een totaal andere song belandt. De break is waar je van het ene ritme naar het andere gaat.

Het is een beetje als een portal: ineens beland je in een andere sonische wereld. En daarna bouwt dat zich weer op, als een cyclus. In de cyclus van mijn boek eindig ik positief. Dat was aanvankelijk niet het plan, maar het is uiteindelijk mijn antwoord op de jaren van Trump en de pandemie. Er is veel pessimisme in de literaire wereld. Ik vond het noodzakelijk daar iets tegenover te stellen.’

Jennifer Egan: Het snoephuis. Uit het Engels vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen. De Arbeiderspers; 368 pagina’s; € 24,99.

null Beeld De Arbeiderspers
Beeld De Arbeiderspers

Wie is Jennifer Egan?

Jennifer Egan werd op 7 september 1962 geboren in Chicago, maar groeide op in San Francisco. Ze studeerde Engels aan de universiteit van Pennsylvania en aan St John’s College in Cambridge. Na haar studie vestigde ze zich in 1987 in New York, waar ze haar eerste stappen op weg naar een schrijversloopbaan combineerde met baantjes als cateraar bij het World Trade Center, typist bij een advocatenkantoor en privésecretaris van een gravin met een spionnenverleden.

In 1995 debuteerde ze met de verhalenbundel Emerald City en publiceerde vervolgens de romans The Invisible Circus (Het onzichtbare circus), Look At Me (2001, Kijk naar mij) en The Keep (2006, De burcht). Haar grote doorbraak kwam met A Visit From the Goon Squad (2011, Bezoek van de knokploeg), dat werd bekroond met de Pulitzerprijs en de National Book Critics Circle Award. In 2017 verscheen haar roman Manhattan Beach. Egan publiceert regelmatig in tijdschriften als The New Yorker, Harper’s Bazaar en The New York Times Magazine. Ze woont met haar echtgenoot in Brooklyn. Het stel heeft twee zoons.

Jennifer Egan treedt op donderdag 19 mei op bij Border Kitchen in Den Haag en op vrijdag 20 mei bij ILFU in Utrecht.

Meer over