Te veel personages en al te vertrouwde stijlvormpjes

Maria Stahlie (1955) componeerde een roman in de breedte. Egidius is een verhaal dat zich horizontaal ontrolt en daardoor met gemak meer dan vijfhonderd bladzijden bestrijkt. Daarmee is niet gezegd dat die allemaal onmisbaar zijn.

Centrale figuur is Annette. Vanaf 1972, ze is dan 10 jaar, beschrijft Stahlie haar wederwaardigheden. Maar ook die van haar familie, bestaande uit moeder, vader, broer, zus, en later haar verkering, studiegenoten, schoonfamilie, haar vrienden, de vrienden van haar kinderen en de ouders van de vrienden van haar kinderen. Zelfs de dochter van de voormalige huisbaas van haar vader is een rolletje toebedeeld en dan nog zijn we er niet.

Dat is serieus te veel. Niet in de eerste plaats vanwege het aantal, maar om steeds hetzelfde soort karige informatie die de schrijfster geeft, via steeds eenzelfde zijpad. Geen van de personages leren we beter kennen dan oppervlakkig. Zo'n hele stoet is dan simpelweg vervelend.

Annette is 10 als haar moeder haar meedeelt dat ze abortus heeft laten plegen. In gedachten noemt Annette dit kind Egidius. Pa weet van niets. Tijdens haar studie kunstgeschiedenis, die ze deels in de VS volgt, leert Annette haar man kennen, Ben Rossi, een Amerikaan met Italiaanse roots. Uit dit huwelijk worden twee jongens geboren, Aldo en Giu. Een van hen heeft een vriendje, met wiens vader Annette van bil gaat.

Aldo en diens grootvader kwamen we eerder tegen in Stahlies roman Scheerjongen (2011). Daarin beschreef ze hoe opa een 'droge klap' uitdeelde aan een vrouw die haar zoon, geboren na verkrachting, mishandelde. Diezelfde passage staat in Egidius. Zelfplagiaat? Gelukkig niet strafbaar, al zijn sommige formuleringen woordelijk overgenomen en raak je het déjà lu maar niet kwijt. Dat geldt op nog een ander niveau: Stahlies hoofdpersonages kijken noch zien, maar 'turen'.

Bekend stijlvormpje. Boek na boek zie je het terug. Dat geldt ook voor een oplossing om tijd te sparen door slecht nieuws uit te stellen: door iemand in het ongewisse te laten, is er per saldo meer positieve tijd. Al in haar vroegste verhalen kom je dit tegen. Dat lijkt mooi, zoveel coherentie is als een weerzien met oude vrienden, maar in tweede instantie bekruipt je het gevoel dat Egidius in velerlei opzichten op routine is geschreven.

undefined

null Beeld Rue des Archives/Hollandse Hoogte
Beeld Rue des Archives/Hollandse Hoogte
Meer over