AlbumrecensieTaylor Swift

Taylor Swift zingt weer persoonlijke liefdesliedjes, en daarin is ze op haar best ★★★☆☆

POP

★★★☆☆

Taylor Swift

Lover

Republic/Universal

In de commerciële voorhoede van de pop begint Taylor Swift (29) onderhand een elder stateslady te worden. Ze is opvallend welbespraakt in het politieke debat (vóór gelijkheid, tégen Trump) en is terug op één in de ‘Celebrity 100’ van Forbes.

Haar stem klinkt steeds luider (deze week reageerde het Witte Huis op haar gelijkheidsstatement bij de MTV Awards), maar muzikaal doet ze op haar zevende album Lover een stap terug richting luchtigheid.

Reputation (2017) was haar ‘serieuze’, zelfs wat grimmige album, waarop ze afrekende met haar reputatie van countrypopmeisje. Op Lover keert ze terug naar de persoonlijke liefdesliedjes van 1989 (2014). Hier en daar hoor je zelfs het Nashville-meisje weer.

Goed nieuws, want eigenlijk is ze dan op haar best: in lichte girl next door-pop over verliefdheid (The Archer, Cruel Summer, False God) of een persoonlijk liedje over de ernstige ziekte van haar moeder (Soon You’ll Get Better).

De mindere momenten zijn steeds de liedjes waarin ze ten strijde trekt tegen misogynie, homofobie en seksisme: You Need To Calm Down, The Man, belangwekkend, maar niet het meest geslaagd.

Misschien wil Swift net iets te veel op Lover: 1989-pop én Reputation-inhoud, strijdkreten maar ook ‘lief dagboek’. Met vier liedjes minder had het een sterk album kunnen zijn, in plaats van het aardige dat het nu is.

Meer over