Boeken

Tamsin Calidas schreef een schitterende memoir over haar lange, pijnlijke weg naar een nieuw leven ★★★★★

In een prachtige memoir beschrijft Tamsin Calidas hoe ze met haar man naar een Schots eilandje verhuist en zich daar probeert thuis te voelen. Feilloos analyseert ze haar binnenwereld en de rampspoed die haar treft.

null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Als de Engelse schrijver Tamsin Calidas en haar man naar het grimmige noorden van Schotland reizen om plekken te bekijken waar ze zouden willen wonen, beloven ze elkaar dat die woonplaats nooit op een eiland zal zijn: te afgelegen, te onpraktisch, te geïsoleerd, lastig om je thuis te voelen, moeilijk om iets te doen en onmogelijk om er werk te vinden. Tegen beter weten in bezichtigen ze toch een verlaten boerderij op een Schots eilandje met honderdtwintig bewoners, één winkeltje en een hoofdweg die eerder aandoet als een karrespoor dan als een dorpsstraat. Zelfs de makelaar raadt de koop af: het eilandleven is niet voor iedereen weggelegd, roept ze de Londenaren nog na. Het boerenhuis is in barre staat, heeft geen water, elektriciteit of verwarming en is niet geïsoleerd, maar de schrijver ziet door de roze bril van hoop geen bezwaren meer, alleen nog maar uitdagingen.

Als ze eenmaal zijn geïnstalleerd in hun croft, maakt de langgekoesterde droom al snel plaats voor de grimmige realiteit. Nieuwkomers zijn, zacht gezegd, niet erg welkom, terwijl Calidas en haar man er juist ontzettend naar verlangen om andere eilanders te leren kennen. Op het eiland betekent integreren dat God en de hele wereld, ook straalbezopen, te allen tijde onaangekondigd komen binnenvallen en je huis binnen de kortste keren niet meer van jezelf is. Het geeft haar een onveilig gevoel, ’s nachts wakker worden met onbekende dronkelappen in de woonkamer, maar als ongastvrij te boek staan is op het eiland equivalent aan de sociale guillotine. ‘We zitten gevangen tussen ons verlangen naar de aanvaarding dat wij erbij horen en een vrees dat als we blijven we andere mensen zullen worden dan hoe we onszelf nu kennen.’

Lange, pijnlijke weg

Over de lange, pijnlijke weg die Calidas aflegt om haar oude leven echt los te laten, van sjezende reclamevrouw naar geïsoleerde schapenboer, gaat haar prachtig geschreven memoir Ik ben een eiland, waarin ze haar binnenwereld feilloos analyseert en de ruige Schotse natuur in proza vangt. Ze durft diep te gaan, maar is niet te betrappen op zelfmedelijden: transformatie is bij Calidas ‘regenererend, verlossend en gaat gepaard met strijd’. Of het mogelijk is je ergens thuis te voelen als je er door anderen niet wordt geaccepteerd, is een van haar hoofdthema’s. ‘Het leven is een primitief touwtrekken tussen erbij horen en ontworteld raken.’

Terwijl de echtelieden hun boerenhuis bewoonbaar proberen te maken, verstrijken de seizoenen en tot haar grote verdriet raakt Calidas maar niet zwanger. Ook ivf-behandelingen slaan niet aan. ‘Ik ben het zat mijn falende voortplantingslijf te bewonen’, schrijft ze. En terwijl zij op het vaste land verblijft en hormooninjecties in haar buik spuit, gaat haar man, die na hun verhuizing steeds meer in zichzelf keert, vreemd. Het fundament van hun samenzijn was het Londense stadsleven, de vrienden, de kroegen, hun carrières en de verwachting een gezin te stichten.

Op de dag dat zij haar beide handen breekt en vergaat van de pijn, verlaat haar man de boerderij en laat haar alleen achter. En hoewel ze fysiek en geestelijk compleet in de prak ligt, piekert ze er niet over om te vertrekken. Al snel komt ze erachter dat ze daarmee tegen de haren van de ronduit vijandige eilandbewoners instrijkt: een verlaten vrouw blijft toch niet in haar uppie op een schapenboerderij wonen, een mannenbolwerk? Ze wordt uitgescholden, er wordt ‘kutwijf’ op haar boerderijmuren gespoten, ze treft haar prijswinnende ram plots dood aan en ook het feit dat zij haar man geen kinderen heeft geschonken wordt haar door iedereen ingewreven. ‘Ik heb geen kinderen. Ik heb geen man. Ik pas niet meer in het patroon.’ Zij, de uitzondering, bedreigt de stabiliteit van de eilanders: ‘Het is voor elke kleine gemeenschap een schok als traditionele verbanden worden verbroken.’

Troost

Als lezer begin je steeds vuriger te wensen dat ze die bekrompen rots in de Atlantische Oceaan zal verlaten en haar lijdensweg zal afbreken. ‘Eenzaamheid jaagt zelfs de vogels weg.’ Ga in hemelsnaam terug naar Londen, roep je haar steeds harder toe, alles beter dan dit! Maar ze is blut en is er geen certificaat waarin staat dat de renovatie naar behoren is afgemaakt en dus kunnen de boerderij en het bijbehorende land niet in de verkoop. Calidas zoekt troost in de natuur, bij haar honden en de zee: ‘Om verandering te laten plaatsvinden of om een nieuw pad in te slaan moet je de scherpe rand van de pijn van alles wat je voor je kiezen krijgt, langs je hart laten schampen.’

Laat het een cliffhanger zijn of ze blijft of vertrekt, ook al is dat niet de essentie van het boek. Ik ben een eiland gaat over het doorzettingsvermogen dat een mens nodig heeft om tot innerlijke transformatie te komen en over de demonen die je in de ogen moet kijken om je thuis te voelen op een plek waar je geen familie, vrienden en emotionele banden hebt.

null Beeld Uitgeverij Pluim
Beeld Uitgeverij Pluim

Tamsin Calidas: Ik ben een eiland. Uit het Engels vertaald door Hans Kloos. Uitgeverij Pluim; 320 pagina’s; € 22,99.

Meer over