interviewtaco dibbits

Taco Dibbits móest ‘De Vaandeldrager’ naar het Rijks halen. ‘Als ik het niet deed, zal de geschiedenis mij niet vergeven’

'De Vaandeldrager' was in 2019-2020 al enkele maanden te zien in het Rijksmuseum, tijdens de expositie Rembrandt-Velázquez. Beeld Foto Rijksmuseum
'De Vaandeldrager' was in 2019-2020 al enkele maanden te zien in het Rijksmuseum, tijdens de expositie Rembrandt-Velázquez.Beeld Foto Rijksmuseum

Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits beschrijft hoe het tot de voorgenomen – en omstreden – koop van Rembrandts ‘De Vaandeldrager’ is gekomen.

Michiel Kruijt

Taco Dibbits was 23 jaar toen hij De Vaandeldrager voor het eerst zag. Het doek hing in 1991 in het Rijksmuseum in Amsterdam en maakte deel uit van een grote tentoonstelling over Rembrandt die ook in Berlijn en Londen was te zien. Dibbits studeerde nog, maar wist al wel dat hij stage zou gaan lopen bij het Rijks. Hij kon toen niet bevroeden dat hij De Vaandeldrager 24 jaar later zou terugzien in een kluis in Monaco. En dat hij daarna als directeur van het Rijksmuseum vijf jaar bezig zou zijn om het schilderij door Nederland te laten kopen. En dat, toen het voornemen tot de aanschaf bekend werd gemaakt, er veel kritiek zou komen.

Dit protest, plus het feit dat de Tweede Kamer donderdag debatteert over de aankoop, is de reden dat hij een interview geeft. Daarin beschrijft hij aan de hand van een ‘logboek’ hoe het tot de voorgenomen aankoop van De Vaandeldrager is gekomen. Hij wil ook graag uitleggen waarom het een goed idee is om het doek te verwerven.

Het verhaal van de aankoop begint op 1 juli 2016, als het Rijksmuseum twee nieuwe Rembrandts presenteert: Marten Soolmans en Oopjen Coppit, het dubbelportret dat Rembrandt van Rijn in 1634 schilderde. Frankrijk en Nederland hebben na een tumultueuze strijd ieder één portret gekocht en zullen die samen afwisselend laten zien in het Rijks en het Louvre. Het museum in Parijs heeft ze als eerste mogen tonen, nu is het de beurt aan het museum in Amsterdam.

De Rothschilds, adellijk bankiersgeslacht

De twee portretten zijn gekocht van Éric de Rothschild en zijn broer, telgen uit een adellijk bankiersgeslacht. Een advocaat van die familie is aanwezig bij de presentatie in Amsterdam. Dibbits kent hem; hij heeft als directeur collecties van het Rijksmuseum contact met hem gehad tijdens de onderhandelingen over het dubbelportret. ‘Ik heb hem op de presentatie gezegd dat De Vaandeldrager ook in een openbare collectie zou moeten komen, zodat iedereen die zou kunnen zien’.

Een half jaar hoort hij niets van de advocaat, dan meldt die zich opeens. ‘Hij had het met de familie besproken en die was geïnteresseerd in een verkoop.’ Dibbits, die inmiddels de directeur van het Rijksmuseum was geworden, weet op dat moment niet bij wie van De Rothschilds het schilderij zich bevindt. Inmiddels is hem dat bekend, maar hij wil die naam niet onthullen omdat hij anonimiteit heeft toegezegd.

Uit onderzoek van deze krant blijkt dat het schilderij in het bezit is van Nathaniel de Rothschild, een neef van de twee broers die Marten Soolmans en Oopjen Coppit hebben verkocht. Hij is niet de enige eigenaar; zijn twee zussen zijn dat ook. Gedrieën hebben zij De Vaandeldrager geërfd van hun in 2007 overleden vader, Elie de Rothschild. Diens vader, tevens de grootvader van de twee broers die hun dubbelportret verkochten aan Nederland en Frankrijk, had alle drie de Rembrandts in eigendom.

Directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kleine kans voor Nederland

Het is onduidelijk waarom de huidige eigenaren van De Vaandeldrager het werk willen verkopen. Een reden kan zijn dat hoge erfbelasting (successie) moet worden betaald over schilderijen die veel waard zijn. Ook is het mogelijk dat geen van erfgenamen genoeg geld heeft om het werk te kunnen overnemen. Dan moet wel verkoop plaatsvinden om de erfenis te kunnen verdelen.

De kans dat De Vaandeldrager naar Nederland zou mogen gaan, is klein, zo wordt ingeschat. Dibbits: ‘Dit schilderij mag vanwege zijn grote kunsthistorische waarde – Rembrandt is in Nederland heel belangrijk, maar is ook werelderfgoed – natuurlijk nooit Frankrijk uit. Dus onze conclusie was dat we een goede relatie met Frankrijk moesten opbouwen. Daardoor zouden we ook kunnen voorkomen dat we door de familie uit elkaar werden gespeeld.’

Dibbits mag het schilderij inspecteren, dat blijkt te zijn opgeslagen in een kluis in Monaco. Samen met een conservator van zijn museum ziet hij De Vaandeldrager voor de tweede keer, nu in een klein kamertje. De conclusie: ‘It blows you away. Het heeft zo’n enorme kracht, zelfs in een kamertje waarin je het doek niet van een afstand kan zien. Ik dacht: dit moet ik als directeur van het Rijksmuseum proberen te krijgen. Als ik dat niet doe, zal de geschiedenis mij niet vergeven.’

Meer dan 200 miljoen

Dibbits stelt voorwaarden aan een aankoop: de financiering moet rondkomen en de Franse staat moet het schilderij naar Nederland willen laten gaan. In juli 2018 besluiten de eigenaren dat zij het schilderij daadwerkelijk willen verkopen. De prijs: ‘Meer dan 200 miljoen euro. Daarvan hebben we gezegd: dat is niet te verantwoorden.’

Na veel onderhandeling wordt de prijs 165 miljoen. Dat lekt vervolgens in Frankrijk uit naar de pers. Het bedrag is hoog, maar is volgens Dibbits gerechtvaardigd gezien het kunsthistorische belang van het schilderij. Bovendien is een half jaar eerder de Salvator Mundi van Leonardo da Vinci op een veiling verkocht voor 382 miljoen euro, vermoedelijk aan een van de heersers in het emiraat Abu Dhabi. Dat heeft de prijzen op de markt voor oude meesters flink omhoog gejaagd.

In maart 2019 vragen de eigenaren - van wie Dibbits er een heeft ontmoet om te controleren of ze echt willen verkopen - een exportvergunning aan, zodat zij het doek ook in het buitenland kunnen verhandelen. Daarop wordt het schilderij door Frankrijk tot trésor national (nationale schat) verklaard; Franse musea krijgen 2,5 jaar de tijd om te bepalen of zij dit belangrijke werk willen en kunnen aankopen.

Ondanks die beschermde status is De Vaandeldrager zeven maanden later in het Rijksmuseum te zien, op de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez - Nederlandse & Spaanse meesters. ‘Het leek ons goed om het in Nederland te tonen en te kijken of er animo voor was.’

Verwarrende berichten

In de zomer van 2021 zijn er verwarrende berichten. Eerst meldt de advocaat van de familie De Rothschild dat Frankrijk De Vaandeldrager gaat kopen. Kort daarna schrijft de hoofdredacteur van een Franse kunstwebsite dat het schilderij mogelijk naar het Louvre Abu Dhabi gaat, de nevenvestiging van het nationale museum in Parijs. Het emiraat Abu Dhabi zou 165 miljoen naar Frankrijk willen overmaken, precies het bedrag van de eerder uitgelekte prijs.

De directeur van het Rijks heeft geen idee wat er speelt. Hij vraagt minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur), die al langer op de hoogte is, om een officieel onderzoek te starten naar alle mogelijkheden om tot een aankoop te komen. Daar zit wel een risico aan vast. ‘De groep mensen wordt groter die van onze poging weet om het schilderij te kopen. De kans op uitlekken neemt dan toe. Als dat gebeurt, ben je het doek kwijt.’ De minister stemt toe.

Dan blijkt dat Frankrijk het doek toch niet gaat kopen, ook niet met financiële hulp van Abu Dhabi; er wordt een exportvergunning afgegeven. Dibbits kan achteraf alleen maar speculeren waarom Frankrijk afziet van de aanschaf. ‘In het Louvre is al een fantastische collectie met Rembrandts en de Franse staat heeft al 80 miljoen euro uitgegeven voor Oopjen. Ze hebben ongetwijfeld ook nog andere kunstwerken op het oog die in privébezit zijn en misschien kunnen worden gekocht.’

De Vaandeldrager van Rembrandt van Rijn. Beeld
De Vaandeldrager van Rembrandt van Rijn.

Nederland slaat toe

Nederland slaat meteen toe: op 8 december maakt minister Van Engelshoven bekend dat Nederland De Vaandeldrager wil kopen voor 175 miljoen euro - de prijs is inmiddels door inflatie met 10 miljoen omhoog gegaan. De uiteindelijke aankoopsom is volgens Dibbits lager dan wat onafhankelijke taxateurs adviseren in een nog vertrouwelijk rapport. Hij onthult ook dat hij van drie bronnen heeft gehoord dat een particuliere verzamelaar – ‘die uit Europa komt, maar niet uit de Europese Unie’ – meer heeft geboden dan 175 miljoen. De eigenaren zijn daar niet op ingegaan omdat ze volgens hem willen dat De Vaandeldrager door museumbezoekers kan worden gezien - net zoals eerder hun neven hadden beslist ten aanzien van Marten Soolmans en Oopjen Coppit.

Dibbits benadrukt dat het aan de Tweede en Eerste Kamer is of De Vaandeldrager door Nederland wordt gekocht. Hij zegt te begrijpen dat zo’n grote aankoop tijdens een crisis in de cultuursector niet als een goed moment kan worden beschouwd. ‘Maar toen wij hiermee in 2016 begonnen, wisten wij natuurlijk niet dat we een pandemie zouden krijgen. Wij konden ook het tijdstip niet bepalen waarop bekendgemaakt werd dat Nederland het wil kopen. Dat hing af van de verkopende partij en wanneer de exportvergunning werd afgegeven. Als er een belangrijke Rembrandt te koop komt, móéten we als Rijksmuseum handelen.’

Critici

Critici menen dat de 150 miljoen die de Nederlandse Staat uitgeeft aan De Vaandeldrager (twee fondsen dragen ook bij, zie inzet) beter kan worden besteed aan de aankoop van werk van vrouwelijke kunstenaars of van andere groepen die eerder door musea over het hoofd zijn gezien. Dibbits legt uit dat die al de volle aandacht van zijn museum hebben. ‘Wij waren het eerste nationale museum in de wereld dat een expositie had over slavernij. Volgend jaar maken we een grote tentoonstelling over de revolutie in Indonesië. En we zijn samen met de Universiteit van Amsterdam een onderzoek gestart naar vrouwelijke kunstenaars in onze collectie.’

GroenLinks heeft voorgesteld om 150 miljoen extra beschikbaar te stellen aan de cultuursector als het kabinet 150 miljoen besteedt aan De Vaandeldrager. Dibbits staat daar sympathiek tegenover. ‘Het is van belang dat de creatieve en culturele sector wordt gesteund. We moeten elkaar in deze sector ook niet bevechten, maar samen met elkaar vechten.’

Het is een buitenkans, stelt hij, dat een Rembrandt kan worden bemachtigd die tot de buitencategorie behoort. Hij leest de eerste zin over De Vaandeldrager voor uit de catalogus die werd gemaakt bij de tentoonstelling in 1991. ‘Het opmerkelijk goed geconserveerde schilderij is een van Rembrandts meest briljante werkstukken.’ Dibbits: ‘Je koopt het voor de eeuwigheid. Als museum heb je ook een andere agenda.’

Unaniem besluit

Als De Vaandeldrager voor 175 miljoen euro door Nederland wordt gekocht, dan betaalt de staat 150 miljoen, het Rijksmuseum Fonds 10 miljoen en de Vereniging Rembrandt 15 miljoen. Dibbits zit in het bestuur van deze vereniging, maar mocht niet bij de vergadering aanwezig zijn waarin over eventuele steun werd beslist. Dat daarin unaniem werd besloten om de aankoop met een ongewoon hoog bedrag te steunen ‘sterkte ons in de overtuiging dat we het werk moeten kopen’, aldus Dibbits.