Taalunie in de lijkzak

In de mediawereld is het gebruikelijk tegen het eind van het jaar een lijst te maken van alle bekende mensen, die in het afgelopen jaar zijn overleden....

De stukken vullen het gehele nummer, dat een fusion is geworden vanrijpe, groene, aardige, vervelende, goede en slechte mensen door elkaar.Het meest opvallend is nog wel dat er geen schrijver of dichter tussen zit.Of het zou de Amerikaan Hunter Thomson moeten zijn, maar die was al jarenuitgeschreven. Het is een apart genoegen te lezen over mensen die nog nietzo lang geleden naar gene zijde zijn vertrokken.

Het is 'tegen de vergetelheid', benadrukt De Groene. Dan moet je hetnummer wel bewaren, en zowel geïnteresseerd zijn in Frans van Dusschotenals in George Kennan, John Mieremet Aleksandr Jakovlev, Joop Doderer enMax Schmeling.

Vrij Nederland laat het complete dodenlijstje ook schieten, maar wijstwel alvast op het woord lijkzak, dat nieuw in de Van Dale is opgenomen,wellicht vooruitlopend op de 'humanitaire missie' naar Afghanistan waar een'oorlogsachtige situatie' bestaat en waarin de 'lijk-achtigen' kunnenworden opgeborgen. Echte lijken zijn trouwens te zien in een fotoreportageover overledenen in Harlem, New York.

Tijdens de laatste periode van hun leven zagen de doden er beroerd uit,maar eenmaal gestorven worden alle cosmetische hulpmiddelen uit de kastgehaald om er aangeklede poppen van de maken. Het ziet er mooi uit, maarstemt niet echt vrolijk, net als de reportage uit de gemeente Wijdemeren(o.a. Kortenhoef), waar vroeger alles armer, maar socialer en gezelligerwas. Die knusse tijd is voorbij. De wereld is hard worden. Zo hard datzelfs een typische gezelligheidsschrijver als Maarten 't Hart voor een'kleine onthoofding van die lui van de Taalunie' pleit.

Zo ver hoeft het van Elsevier niet te gaan, maar dat de heren (en eenenkele dame) totaal verkeerd bezig zijn, vindt het blad wel. Elsevierheeft trouwens, net als elk jaar, wél een uitputtend rijtje met doden. Hetzijn er vijftig, maar dat kan ook te maken hebben met de vier pagina's diehet blad voor hen over heeft. Dat is er een meer dan voor de mensen diede duizenden doden na de tsunami hebben geïdentificeerd.

De grootste hulde (zeven pagina's) gaat echter naar de springlevende ABNAmro-baas Rijkman Groenink. Hij is Nederlander van het jaar geworden, ookal is hij volgens bronnen hautain, arrogant, bot, ongenaakbaar enrancuneus. Logisch dat er aan zijn titel geen verkiezing te pas isgekomen. Dat is maar goed ook, want dezelfde karaktertrekken zouden ook aan veel Antillianen in Rotterdam kunnen worden toegeschreven. En dan ishet oppassen geblazen, want van hen draagt een op de veertien een pipo, eenwoord dat nog niet tot de Nederlandse Taalunie is doorgedrongen.

Gijs Zandbergen

Meer over