TaalgebruikLezerspost

Taalgebruik!: heb ik of ben ik getest?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om coronataal gaat wel.

Graag uw aandacht voor een onderbelicht thema. Tot nog toe hebben we deze pagina redelijk coronavrij weten te houden, maar Lezerspost staat nu dan toch geheel in het teken van Het Virus.

Want ook een pandemie kent haar eigen taalkwesties. Zo zijn er lezers die de Volkskrant verwijten ‘te hameren op angst’ door het woord ‘besmet’ te gebruiken, waar volgens hen het vriendelijker klinkende ‘positief getest’ beter zou zijn. Een dergelijke aanmerking is eigenlijk meer van inhoudelijke aard (Waarom de dingen benoemen zoals ze zijn? Gebruik liever een eufemisme!), maar er komt ook post binnen over de puur taalkundige kant van de corona.

Jos van Koppen begint ook over ‘positief getest’, maar hij vraagt zich af welk hulpwerkwoord daarbij hoort: ‘Ik ben een aantal keren tegengekomen: ‘heeft positief getest’. Volgens mij wordt een test bij iemand afgenomen en test die persoon niet zelf positief; ‘is positief getest’ lijkt mij de correcte weergave.’

Klopt helemaal. Het verschil tussen ‘getest hebben’ en ‘getest zijn’ is dat tussen een actieve en een passieve constructie. En uit ervaring kunnen we melden dat een coronatest een volstrekt passieve aangelegenheid is: verdachte krijgt het wattenstaafje niet in de hand, voor een actieve zelftest, maar rechtstreeks in keel, neus en hersenen geschoven. Je test dus niet, maar wordt getest. In voltooide tijd: je hebt niet getest, maar bent getest.

Maar dan mailt Van Koppen nog eens: ‘Aanvulling op onderstaande: ook ‘is positief getest’ vind ik niet mooi. ‘Heeft een positieve uitslag gekregen’ lijkt me beter.’ 

Hebben we het allemaal voor niets uitgelegd.

Nog zoiets: wat is nu eigenlijk de juiste meervoudsvorm: GGD’s of GGD’en? ‘Voor beide is wel iets te zeggen’, meent Jacques Folkerts.

Onze Taal besteedde hier al eens aandacht aan. Een #taaltip uit 2018 luidde: ‘Een afkorting krijgt in het meervoud meestal de uitgang -s, ook als het volledige woord een andere meervoudsuitgang heeft: bv’s (besloten vennootschappen), azc’s (asielzoekerscentra).’ Op zijn website voegt het Genootschap hieraan toe: ‘Een uitzonderlijk geval is de afkorting GGD (Gemeentelijke Geneeskundige Dienst): daarvan is zowel het meervoud GGD’s als GGD’en juist.’

Een recente ontwikkeling, zou je zeggen, dat GGD’en. Iets met corona, en dat het volk ermee aan de haal is gegaan. Maar wat blijkt: het is al jarenlang goed intern gebruik bij de Dienst zelf. Al in juli 2019 tweette Onze Taal: ‘Naast ‘GGD’s’ is ‘GGD’en’ ingeburgerd geraakt doordat de GGD-organisaties zelf consequent ‘GGD’en’ schrijven en die vorm breder ingang heeft gevonden.’

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl