TaalgebruikLezerspost

Taalgebruik!: Aardappelboeren, aardappeltelers en aardappelmakers

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Aan voedselmakers beginnen we niet.

Hebben de jonge mensen het weer gedaan. Lezer E. Straathof stoort zich aan het gebruik van het woord ‘melkboeren’ in een kop boven een stuk over boeren die dit jaar geen bonus van FrieslandCampina krijgen. Straathof schrijft: ‘Voor alle jonge journalisten die de tijd van de melkboer niet hebben meegemaakt: een melkboer was een middenstander die met melk en andere zuivelproducten langs de deuren ging. Een melkveehouder is een boer met melkvee.’

Ze heeft natuurlijk gelijk. Van Dale schrijft onder het lemma ‘boer’ dat dit in samenstellingen ook verwijst naar ‘handelaar of leverancier’ en noemt daarbij een heel rijtje (bijna) uitgestorven beroepen. Denk: schillenboer, voddenboer, petroleumboer. Een visser noemen we geen ‘visboer’ en iemand die zijn kassen vol heeft staan met Tasty Toms noemen we geen groenteboer maar een tuinder. Landbouwverslaggever van de Volkskrant Pieter Hotse Smit: ‘Een melkboer is voor mij niemand minder dan de SRV-man van vroeger. Ik doe ook niet aan termen als ‘aardappelboer’.’ Smit kiest voor het preciezere ‘akkerbouwer’ en gebruikt voor de variatie dan het liefst ‘telers’: aardappeltelers, aspergetelers.

Toch zie je dat de hedendaagse agrariër met gevoel voor marketing over zichzelf spreekt in die samenstellingen met -boer. Smit: ‘Twee jonge melkveehouders verbouwen op een deel van hun land soja voor sojamelk. En noemen zichzelf, jawel: ‘De Nieuwe Melkboer’.’ Het is ook nog de vraag hoe we omgaan met boeren die er moderne hobby’s als zeewierteelt of energieopwekking op na houden. Verslaggever Mac van Dinther: ‘Ik heb weleens een ‘voedselbosboer’ opgevoerd voor iemand die landbouw bedrijft met voedselbossen.’ Boeren met windmolens op hun land noemen we ondertussen rustig ‘windboeren’.

Mevrouw Straathof zal blij zijn dat de krant niet de taallijn van de nieuwe Kamerfractie van BoerBurgerBeweging volgt. Zij hebben het niet over die onbegrijpelijke akkerbouwers, melkveehouders en pluimveehouders, maar over onze ‘voedsel- en bloemenmakers’. Lijsttrekker Caroline van der Plas moet hebben gedacht dat je de veelbesproken kloof tussen boer en burger ook met taalvernieuwing kunt dichten. Wie een akkerbouwer een voedselmaker noemt, maakt direct duidelijk wie er precies verantwoordelijk is voor dat eten op je bord. Denk aan de borden langs de snelweg: ‘Lekker gegeten? Bedank de boer.’ Pardon, aardappelmaker.

Lijsttrekker van Bij1 Sylvana Simons, met wie Caroline van der Plas het al gelijk aan de stok kreeg, wijdde er een snedig tweetje aan. ‘Ben al wel sinds gisteravond benieuwd naar de definities van ‘voedselmakers’ en ‘bloemenmakers’. Als het net zoiets inhoudt als ‘nieuwsmakers’ hou ik m’n hart vast.’

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Meer over