Syrisch orkest maakt feestelijk zootje in Carré

Is het een concert? Een manifestatie van goede bedoelingen? Een orkestreünie die moet worden opgevat als wanhoopsprotest tegen een uitzichtloze oorlog? Nou, dat alles dus. En een historisch avondje bovendien, al was het maar omdat het Holland Festival zelden zulke haastig in elkaar gerommelde voorstellingen te verwerken krijgt.

The Orchestra of Syrian Musicians treedt op met Damon Albarn in Carre Beeld anp
The Orchestra of Syrian Musicians treedt op met Damon Albarn in CarreBeeld anp

Eerst nog even de voorgeschiedenis. In 2008 maakte Damon Albarn van de Britse band Blur kennis met het Syrisch Nationaal Orkest voor Arabische Muziek. Albarn raakte betoverd door het zwierige Arabische orkestgeluid van dat gezelschap. Hij werd fan, en wilde zijn Britpopsound ook weleens vasthaken aan die sierlijke viool- en citerklanken. Dus speelde Albarn met het orkest in de Opera van Damascus, en tijdens een wereldtournee met zijn nevenproject Gorillaz. En in 2010 nam die band met het orkest de single White Flag op. Albarn en het Syrisch Nationaal Orkest waren vrienden.

Daarna brak in Syrië de burgeroorlog uit. Veel orkestleden raakten als vluchteling verspreid over de wereld, net als honderdduizenden landgenoten. Maar vrienden ben je natuurlijk voor het leven. Dus probeerde Albarn het orkest weer bij elkaar te krijgen voor een kleine serie reünieconcerten, te beginnen in Amsterdam. Aan het Holland Festival de eer een groot aantal orkestleden bijeen te brengen in Carré, aangevuld met Albarn en 'speciale gasten'. Want Damon Albarn heeft meer vrienden voor het leven, en dat maakt dit feelgoodconcert aanvankelijk best verwarrend.

Het orkest speelt eerst een stuk traditionele Arabische muziek en dat klinkt eigenlijk heel goed, zeker als je bedenkt hoe weinig repetitietijd de leden hebben gehad. De vioolklank is lekker vet en het koor klinkt mysterieus en bezield, net als de fluitist met zijn mystieke ney.

Maar dan ineens komt Paul Weller van The Jam het podium op, in een windjasje, met gitaar. Een beetje plompverloren begint hij zijn nummer Wild Wood te spelen, gesteund door het orkest. Het klinkt niet best. En daar gaat Weller weer. Wat deed hij hier eigenlijk? Dan komt de Syrische zangeres Faia Younan op. Ze wil gaan zingen maar ziet dat de microfoon net is weggehaald. Dat zingt niet lekker, dus kan de roadie misschien nog even een microfoon brengen? Damon Albarn treedt aan met de Malinese n'goni-speler Bassekou Kouyaté en de koraspeler Seckou Keita. Want het cultuurmixproject Africa Express, ook gelieerd aan Damon Albarn, moet ook nog het gezicht laten zien.

null Beeld anp
Beeld anp

Waarom precies het Syrische orkest aan een houten Malinese gitaar als de n'goni moet worden gekoppeld? Ondoorgrondelijk. Zo volgen nog een stuk of tien hooggeëerde gasten, van wie de Mauretanische zangeres Noura Mint Seymali de meeste indruk maakt met een messcherp gezongen danslied dat in orkestuitvoering iedereen van de stoeltjes krijgt. Meest merkwaardige moment: Damon Albarn en Paul Weller nemen áchter het orkest plaats aan een kleine piano. Onzichtbaar voor het publiek. 'Sorry, het is een beetje vol op het podium', zegt Albarn. Hij staat deze avond niet graag in de schijnwerpers. 'Dus wij zitten even hier.' Om vervolgens met een lelijke uitvoering van The Beatles' Blackbird door alle kitschgrenzen heen te breken.

Het is een zootje, maar wel een feestelijk zootje. Vooral dankzij honderden Irakezen en Syriërs in de zaal, die op uitnodiging van het Holland Festival zijn overgebracht vanuit drie AZC's en nu dus kunnen armzwaaien op de voor hen overbekende Arabische orkestklassiekers. De neutrale toeschouwers zien een soort geïmproviseerd We Are The World (gelukkig zonder nadrukkelijke politieke boodschappen) en mogen hopen dat ze in Carré ook echt getuige zijn van het begin van een betere wereld. Wat natuurlijk niet zo is.

Africa Express presents... The Orchestra of Syrian Musicians, with Damon Albarn & Guests, Holland Festival, Carré, 22/06.

Meer over