Symbool van het verzet tegen de blanken

IN DE Black Hills in South Dakota verrijst een reusachtig, in de rotsen uitgehouwen standbeeld, dat als het gereed is het grootste ter wereld zal zijn....

Crazy Horse versloeg Custer in de slag bij Little Big Horn in 1876. In zijn biografie Crazy Horse constateert Larry McMurtry dat deze veldslag evenveel pennen in beweging heeft gebracht als de slag bij Gettysburg in 1863, die het keerpunt was in de Amerikaanse burgeroorlog.

Al die aandacht is op het eerste gezicht verbazingwekkend. De slag bij Little Big Horn was met zijn honderd tot honderdvijftig gesneuvelden een schermutseling vergeleken bij de bloedige strijd bij Gettysburg, die vijftigduizend slachtoffers eiste. McMurtry doet geen poging die merkwaardige discrepantie in aandacht te verklaren, misschien omdat voor zijn Amerikaanse lezers de verklaring voor de hand ligt.

De slag bij Little Big Horn was de laatste ademtocht van een stervende beschaving, het laatste grote treffen tussen blanken en indianen, waarbij de indianen stevig partij gaven, zelfs dusdanig dat de blanken het loodje legden. De romantische verbeelding gaat bovendien sneller aan de haal met krijgshaftig galopperende indiaanse ruiters dan met de traag naar hun ondergang marcherende infanteristen bij Gettysburg. De massaslachting bij Gettysburg leent zich nauwelijks voor verhalen over individuele heldenmoed. De exotische en wat mysterieuze indianen zijn een favoriet onderwerp in Hollywood.

Een van die mysteries is Crazy Horse. Er is weinig over hem bekend en hij leed een eenzaam bestaan. Onder de indianen wordt hij nog altijd als een held vereerd. McMurtry heeft in zijn biografie nauwkeurig de spaarzame feiten over diens leven weten te achterhalen. Tussen de regels door geeft hij veel interessante informatie over de Sioux, de indianenstam waartoe Crazy Horse behoorde. Wie van een spannend verhaal houdt, zonder overdreven sentimentaliteit, is bij hem aan het juiste adres.

Crazy Horse werd geboren in 1840, in een tijd dat op de eindeloze vlakten in het noorden van de Verenigde Staten nog miljoenen bizons zwierven. Blanken waren er nauwelijks. Op zijn achttiende verdiende Crazy Horse zijn naam bij een raid op de Arapahos indianen om paarden te stelen. De indianen vereerden hem niet alleen vanwege zijn moed, maar vooral omdat hij een weldoener was.

Al op jonge leeftijd openbaarden de goden hem wat zijn missie in zijn leven zou worden. Hij moest een eenvoudig bestaan leiden en de armen voeden en kleden.

Crazy Horse was een buitenbeentje, die zich weinig aantrok van de riten bij zijn stam. Maar de Sioux waren een tolerant volk. Wegens zijn moed en zijn voortdurende zorg voor zijn medemensen kreeg hij allerlei eerbewijzen en werd hij een voorbeeld voor de jeugd.

Die eerbewijzen verspeelde hij na enkele jaren. Crazy Horse werd verliefd op een vrouw, Black Buffalo, die echter met een andere man samenwoonde. Sioux-vrouwen waren niet per definitie voor het leven aan hun echtgenoot gebonden. De Sioux hadden een eenvoudige echtscheidingsprocedure. Als de vrouw de spullen van haar echtgenoot buiten de tent zette, was de echtscheiding voltrokken.

Black Buffalo kon zich er echter niet toe brengen van haar man te scheiden, terwijl ze tegelijk Crazy Horse niet ontmoedigde. Er ontstond een vechtpartij tussen de jaloerse echtgenoot en Crazy Horse. Volgens de stamoudsten had Crazy Horse onrechtmatig gehandeld en zijn eerbewijzen werden hem voorlopig afgenomen. Door zijn liefdadigheid en zijn rol in de oorlog met de blanken wist hij zijn goede naam te herstellen.

Ondertussen waren steeds meer blanken het territorium van de Sioux binnengedrongen. Via een verdrag in 1868 kregen de Sioux de beschikking over de Black Hills. Blanken mochten het gebied niet betreden. De Amerikaanse regering had in de voorgaande eeuw echter alle met de indianen gesloten verdragen (naar schatting een kleine vierhonderd) geschonden. Het verdrag van 1868 zou hetzelfde lot beschoren zijn.

Er werd goud gevonden in de Black Hills. Generaal Custer, die het bevel voerde over een deel van de Amerikaanse troepen in het noorden, beschreef voor het thuisfront de schoonheid van de Black Hills in bewoordingen die, zoals McMurtry noteert, een moderne projectontwikkelaar niet zouden hebben misstaan. Daarna was er geen houden meer aan: horden mijnwerkers stortten zich op de Black Hills en algauw waren er meer blanken dan indianen in het gebied.

Sommige indiaanse opperhoofden beseften dat hun levenswijze ten einde liep, aanvaardden het onvermijdelijke en lieten zich afvoeren naar benauwde reservaten. Andere indianen, onder wie Crazy Horse en het even beroemde stamhoofd Sitting Bull, bleven zich verzetten.

Het eerste treffen tussen Crazy Horse en Custer vond plaats in 1873. De generaal wist de aanval af te slaan en dacht dat deze geleid werd door Sitting Bull. Van Crazy Horse wist hij waarschijnlijk weinig. Deze had wel een grote reputatie bij zijn eigen volk, maar werd nooit in de blanke pers genoemd.

In 1876, terwijl de goudzoekers de Black Hills binnenstroomden, kwamen de indianen bijeen in Little Big Horn, een vallei in het oosten van Montana. Om de tegenstand te breken trokken verscheidene colonnes Amerikaanse militairen het gebied binnen. Crazy Horse versloeg eerst een troepenmacht van duizend man onder leiding van generaal Crook. Daarna trok hij in de richting van Custer.

Er zijn eindeloze speculaties over de vraag waarom Custer verder oprukte met zijn colonne van slechts enkele honderden manschappen. Hij weigerde op versterkingen te wachten en negeerde orders van hogerhand om zich terug te trekken. McMurtry's verklaring is even evenvoudig als overtuigend. De onbesuisde Custer deed gewoon wat hij altijd had gedaan, bevelen in de wind slaan en aanvallen in de vaste overtuiging dat de indianen in paniek de benen zouden nemen. Zelfs zijn verkenners, die hem meldden dat het in de vallei wemelde van de indianen, konden hem niet van zijn voornemen afbrengen.

Wat er precies gebeurde tijdens de veldslag in Little Big Horn is niet helemaal bekend. De meer dan tweeduizend manoeuvrerende ruiters veroorzaakten een enorme stofwolk die het grootste deel van het slagveld aan het zicht onttrok. Custer werd in ieder geval halverwege een helling verrast en kon zijn troepen niet meer naar de top van de heuvel (die nu zijn naam draagt) terugtrekken om ze daar in een verdedigende linie op te stellen.

Waarschijnlijk was het Crazy Horse die, aan het hoofd van een legermacht van duizend krijgers, de terugtrekkende beweging verhinderde en Custer in de rug aanviel. De overwinning was echter niet alleen aan Crazy Horse te danken. Andere indianen, onder wie Sitting Bull, vochten met evenveel inzet. Custer en al zijn manschappen kwamen om het leven. De volgende dag verlieten de indianen, uit angst voor represailles, Little Big Horn; zij losten op in de eindeloze vlakten.

Er volgde inderdaad een massale inzet van blanke troepen. Crazy Horse vluchtte met zijn volgelingen naar het noorden, maar hij moest zich na lange ontberingen in de ijskoude winter overgeven. De blanken dwongen hem zich voorlopig te vestigen in de buurt van een legerfort. Toen in het oosten weer een opstand onder de indianen uitbrak, werd hij gearresteerd.

Crazy Horse was, hoewel hij met de opstand niets te maken had, een symbool van het verzet tegen de blanken. Toen hij zag dat hij in een smerige, benauwde cel zou worden gegooid, rende hij weg. Een soldaat bracht hem met zijn bajonet een dodelijke wond toe. Crazy Horse stierf op 6 september 1877.

Toen het nieuws bekend werd bij de duizenden Sioux in de omgeving van het fort, ging er een ijzingwekkend geweeklaag op uit de tenten. Door zijn moed en zijn edelmoedigheid tegenover de armen had hij zich bemind gemaakt.

Crazy Horse is volgens McMurtry nog altijd populair onder de indianen, omdat hij zich niet wilde en kon aanpassen aan de blanke overheersing. Andere indianen deden dat wel. Een van hen was het opperhoofd Red Cloud, die niet zoals zijn critici beweren een soort collaborateur was. Red Cloud, betoogt McMurtry terecht, had een realistische inschatting gemaakt van de macht van de blanken. Hij had het oosten van de Verenigde Staten bezocht, de enorme steden aanschouwd en de conclusie getrokken dat verzet zinloos was en dat er met de blanken onderhandeld moest worden.

Hij was jaloers op het morele gezag dat Crazy Horse bezat. Hij haatte hem zelfs. Red Cloud was wel een van de weinige indiaanse opperhoofden die, in 1909, een natuurlijke dood stierf. Crazy Horse heeft daarentegen nooit een reis naar het oosten ondernomen en leefde altijd in een betrekkelijk isolement. De leiders van het indiaanse verzet, Crazy Horse en niet te vergeten Sitting Bull, kwamen beiden op gewelddadige wijze om het leven. Ze spreken meer tot de verbeelding dan de realist Red Cloud. Voor Red Cloud zal dan ook nooit een standbeeld verrijzen.

Meer over