Sukkels aan de macht

Filmstudio Troma staat voor wansmaak, walgelijk geweld in tenenkrommende special-effects, overacting, debiliserende seks en groteske humor. Cult dus. Oprichter Lloyd Kaufman is dit weekeinde in Amsterdam om zijn films in te leiden en voor een (gratis) workshop....

Door Robert van Gijssel

Chemisch afval, altijd weer chemisch afval. In elke Troma-film lekt wel ergens groen vocht uit een roestige pijp, of landt er een van de vrachtwagen gevallen vat radioactieve drab.

Hillbilly’s schenken zich nieuwsgierig een glaasje in en ondergaan een merkwaardig lichamelijk proces in Redneck Zombies (1987). De nerd en fitnesscentrumschoonmaker Melvin dondert uit een raam en valt, jawel, met zijn gezicht in een open ton bubbelend gif, waarna hij transformeert tot The Toxic Avenger (1984) en zich wreekt op de wereld (minus dat ene blonde meisje met die heel grote borsten).

De sukkels aan de macht, het is helemaal Troma. In bijna het hele oeuvre van de in 1974 opgerichte filmstudio heerst de revenge of the nerd-gedachte, en de loser is nu eens een in een kipzombie veranderd slachtkuiken dat zich vergrijpt aan een 200 kilo wegende kipverslaafde (Poultrygeist: Night of the Chicken Dead, 2007), dan weer een geplaagd Afro-Amerikaans moedertje op een motorfiets dat het opneemt tegen een bende surfnazi’s (Surf Nazis Must Die, 1987).

Troma staat voor wansmaak, walgelijk geweld in tenenkrommende special-effects, overacting, debiliserende seks en groteske humor, en heeft Politiek Incorrect in gouden letters aan de kantoorgevel bevestigd. Cult dus, en wel van de meest amusante soort, waarbij geldt: hoe goedkoper, hoe beter. Low-budget is het uitgangspunt van Troma, en het is niet meer dan logisch dat de masterclass Make Your Own Damn Movie van oprichter Lloyd Kaufman, dit weekeinde in Amsterdam, geheel gratis toegankelijk is.

Kaufman reist als een cultfilm-missionaris de wereld over. Bezoekt festivals voor ‘fantastische films’, horrorbeurzen en -symposia, of festivals opgedragen aan zijn eigen Troma zoals in Amsterdam. Op de website van Troma kun je klikken op een banner: Where’s Lloydo Now – Waar is Lloyd nu? Kaufman (New York, 1945) heeft dan ook wat te vertellen.

Hij stortte zich na zijn studie aan de universiteit van Yale (jaargenoten: George W. Bush en Oliver Stone) en een korte Hollywood-carrière bij films als Saturday Night Fever en Rocky op de onafhankelijke film. Als student had hij in 1967 al een experimentele, in zwart-wit geschoten film gemaakt, The Girl Who Returned, en na zijn ervaringen met de grote maatschappijen besloot hij dat zijn hart toch lag bij het zelfknutselwerk. Hij produceerde een ‘lesbische thriller’ (Sugar Cookies, met als co-producer schoolvriend Oliver Stone) en een ‘Israëlische comedy’: Big Gus, What’s The Fuss.

In 1974 richtte Kaufman met zakenpartner Michael Herz Troma Entertainment op, een onafhankelijk filmhuis voor actiefilms en comedy. Hij hield een voet tussen de deur naar Hollywood, deed freelance werk om de Troma-rekeningen te kunnen betalen.

Troma rommelde aanvankelijk erg in de marge, was duidelijk zoekende en adolescent opgewonden, met semiporno en ‘sexy comedy’s’ als Squeeze play!, Waitress! en The First Turn On! Het leek de filmmakers er vooral om te doen zo veel mogelijk blote vrouwen voor de camera te krijgen.

In 1985 brak Troma door met de cultkraker The Toxic Avenger. In de knullige wraakacties van de vergiftigde schoonmaker ‘Toxie’ konden zomaar diepere lagen worden bespeurd; maatschappelijk commentaar (het milieu!), een ontrafeling van de typisch Amerikaanse hiërarchische jeugdverhoudingen (populaire bully versus nerd met bril), en een parodie op de superheldenfilm en -strip. Daarbij rekende Kaufman subtiel af met de door hem verafschuwde fitness-rage die halverwege de jaren tachtig opkwam in Amerika. Een voor een legden de narcistische sportmannen en aerobicvrouwen het loodje. The Toxic Avenger werd, met klungelige cameravoering en rammelend script en al, een bijna mainstream succes: een must-see in de studentenkamers.

Toxie, gewapend met een dweilmop op steel, werd de mascotte van Troma. De film kreeg een reeks sequels (in Amsterdam is dit weekeinde het onvolprezen Citizen Toxie, The Toxic Avenger IV te zien), transformeerde zelfs tot een kindertekenfilmserie op de kabel, en de verwrongen kop van Toxie werd een bekend gezicht aan de deur tijdens Halloween.

De kinderlijke onschuld waarmee Troma maatschappelijk commentaar leverde in The Toxic Avenger, werd de laatste jaren volwassener. Recente films, waaronder Poultrygeist, zijn grimmiger van toon en passend bij de ernst van de bekritiseerde maatschappelijke excessen: de bio-industrie, vraatzucht, de consumptiemaatschappij. De humor is keihard, een scène op het toilet met een welhaast vulkanische diarree-uitbarsting bijna niet om aan te zien. De film scoorde wel, had in 2008 een box-office openingsweekend met meer bezoekers dan de film met een miljoenenbudget, Speed Racer. De krant The New York Times schreef een lovende recensie, en vergeleek Poultrygeist met de ‘psychoseksuele provocaties’ van beeldend kunstenaar Paul McCarthy.

Troma bleef wel trouw aan het onafhankelijkheidsideaal. Nooit ging de studio banden aan met bioscoopketens, met investeerders, sponsors of subsidieverstrekkers. In het logo voert Troma de tekst Movies of the Future, en dat is geen grap.

Kaufman legt onvermoeibaar uit dat zijn Troma moet worden gezien als een recalcitrante grote bek tegenover Hollywood-mooipraterij. Tegen het filmblad Skoop zei hij eens: ‘De grote jongens – the brainwashing-crowd, de kafka-society – willen alles beheersen, willen een wereld met maar één bioscoopketen waar je uit drie films kunt kiezen. Batman is alles wat je dan nog de rest van je leven te zien krijgt.’ Daarvan krijg je als filmliefhebber ooit schoon genoeg, is de overtuiging.

Klagen doet Kaufman sowieso graag, want de vertoning in de bioscopen van Poultrygeist was uitzonderlijk: weinig van de Troma-releases halen het witte doek, niet in de Verenigde Staten en al helemaal niet in Europa. Troma drijft vooral op de verkoop en verhuur van dvd’s, en dat wordt betreurd, want de films worden in principe voor bioscoopvertoning gemaakt.

‘Ons filmmaatschappijtje’, zei Kaufman in een interview met een filmwebsite, ‘moet het opnemen tegen een machtig netwerk. Hoe komen wij met onze releases nog tussen die van bijvoorbeeld Time-Warner, dat televisiemaatschappijen bezit, kabelnetwerken, tv-stations, tijdschriften, studio’s en een muziekimperium? De grote filmstudio’s zijn internationale communicatieconglomeraten geworden en het is eigenlijk een wonder dat wij daarin kunnen overleven.’

Dat Troma nog bestaat en toch af en toe in de kleinere zalen is te zien, dankt zijn studio volgens Kaufman aan het sterke merk. Geld om te adverteren heeft Troma niet, toch komt het publiek. ‘Het merk Troma staat voor avontuurlijk film kijken. Je ziet geen sterren maar wel iets onvergetelijks en compleet anders dan de gemiddelde Hollywoodfilm, al zul je ons soms verafschuwen.’

Het goedkope en soms ronduit smerige randje is deel van de charme. Het uit armoede geboren Troma-verschijnsel van de hergebruikte rekwisieten bijvoorbeeld, wordt door de liefhebber bij elke nieuwe titel met gejuich ontvangen. Zo is er een heel goed nagemaakt afgehakt been dat telkens weer opduikt, de laatste jaren als running gag, en een exploderende auto die in elke film waarin een exploderende auto gewenst is opnieuw dienst doet, steeds iets meer beschadigd.

Kaufman hekelt het feit dat hij in de grote filmwereld toch nog schandelijk wordt ondergewaardeerd. ‘Natuurlijk, het is leuk als de New York Times je nieuwe film recenseert, maar dat doen ze dan wel in de ‘shit-kolom’, dus tussen alle bullshit documentaires waar niemand naar wil kijken. Als ze op zo’n manier veertig jaar filmwerk waarderen, ja, dan voel je je toch wat achtergesteld. Ik heb Peter Jackson beïnvloed, en Quentin Tarantino, filmmakers over de hele wereld. Maar waarover schrijft de filmpers, natuurlijk, over Avatar, de film met een megalomaan advertentiebudget. Iedereen loopt aan het lijntje. Terwijl over een Troma-film misschien weleens iets interessanters verteld kan worden.’

Waarna Kaufman dan graag nog even afgeeft op de volgens hem slechtste en meest kwaadaardige film aller tijden, Forrest Gump, ‘waarin wordt verteld dat je vanzelf miljonair wordt, als je je maar gedraagt als een achterlijke en orders opvolgt als een nazi-kloon. Terwijl het meisje dat vecht voor vrede en de wereld wil redden, wordt gestrafd met aids. Pure evil.’

Meer over