Suffe personenregie smoort alle spanning in Il trovatore

Il trovatore is de populairste Verdi-opera die in Nederland nooit te zien is. Nou ja, zelden dan. Oost-Europese gezelschappen waaien nog weleens langs met een feeërieke kijk op het als wraakdrama vermomde zangfeest. De Nationale Opera (DNO) heeft zich er in 1980 voor het laatst aan gewaagd.

Francesco Meli (Manrico) en Carmen Giannoattasio (Leonora) in Il trovatore. Beeld Ruth Walz
Francesco Meli (Manrico) en Carmen Giannoattasio (Leonora) in Il trovatore.Beeld Ruth Walz

Eeuwig probleem: het libretto. Zelfs opera-diehards vinden het aan de wrakke kant, dat verhaal van de vechtjas-troubadour Manrico die wordt opgevoed door een zigeunerin, die aan het slot van het liedje niet zijn moeder blijkt te zijn.

In DNO's 50ste seizoen mag Àlex Ollé het proberen, de man van het Catalaanse collectief La Fura dels Baus. Geen gek idee: twee seizoenen geleden plaatste hij Gounods Faust onder applaus in een celbiologisch laboratorium. Nu hevelt hij Il trovatore over van de 15de naar de 20ste eeuw. Naar de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog, om precies te zijn.

Daar valt iets voor te zeggen. Manrico mag nog zo verliefd zijn op Leonore, tussen het minnekozen door moet wel worden gevochten. En de jaren tien lijken bij uitstek geschikt voor een frisse, psychoanalytische kijk op het verwrongen karakter van zijn nepmoeder Azucena.

Zweven op liefdes roze vleugels

Ook het decor van Alfons Flores biedt perspectief. Massieve zuilen die omhoog worden getakeld of in de vloer verzinken, doen dienst als tombe, altaar, loopgraaf of tafel. Maar in staande positie lijken ze verdacht veel op het Holocaustmonument in Berlijn. Voeg er de staalhelmen en gasmaskers van een wereldoorlog eerder bij en de goede oude Trovatore (1853) torst opeens heel veel gewicht.

Als Ollé's verbeelding verder had gereikt dan extreme plaatjes, had hij ermee kunnen wegkomen. Nu smoorde een sukkelige personenregie elke spanning. Alsof Ollé speciaal voor DNO's jubileum liet zien hoe operazangers dat vroeger deden: emoties uitbeelden met clichés. Hand naar de mond: schrik. Twee handen naar de mond: hevige schrik.

Gelukkig liet Verdi het er niet bij zitten. Hij toonde zijn dramaturgische neus met off stage koren en lepe maatjes die hij had klaargelegd voor het Nederlands Philharmonisch Orkest. DNO-debutant Maurizio Benini dirigeerde aanstekelijk, in het besef dat golvend belcanto begint bij een strak ritmisch tapijt. In Leonora's vermaarde pronkaria D'amor sull'ali rosee kreeg de schoolmeester in Benini helaas de overhand. Hier maakte zijn ritmische precisiewerk het zweven op liefdes roze vleugels onmogelijk voor Carmen Giannattasio, een sopraan die verder keurig presteerde.

'Problematische opera's'

Manrico, haar geliefde, toonde via de keel van tenor Francesco Meli een aantrekkelijk soort heldendom: hoe bescheidener van geluid, hoe groter de zeggingskracht. Ondanks haar uitgebalanceerde stembanden kreeg mezzosopraan Violeta Urmana het onmogelijke niet voor elkaar: een glimp van geloofwaardigheid geven aan dat rare, verscheurde wijf Azucena. Als graaf di Luna, Manrico's concurrent, hield bariton Simone Piazzola zijn rol aan de nette-schoonzoonskant.

Tenenkrommend slot: als de graaf de troubadour doodschiet, klinkt in de coulissen het geluid van een klapperpistool. Azucena onthult dat Manrico zijn broer is. In het slotbeeld grijpt di Luna naar zijn hoofd. 'Vol afgrijzen', zegt het libretto, dat regisseur Ollé hier naar de letter volgt.

Grote kans dat DNO Il trovatore opnieuw 35 jaar wegstopt in het laatje 'problematische opera's'.

Il trovatore Giuseppe Verdi: Il trovatore. Regie: Àlex Ollé. Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Maurizio Benini. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet, 11/10. Voorstellingen t/m 1/11. .

Meer over