Succesvol fanatenfestival moet waken voor hoogmoed

Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) heeft dit jaar 358 duizend bezoekers getrokken, evenveel als het record van 2005. Dat is opmerkelijk, omdat het festivalprogramma dit jaar een kleiner formaat had dan in de jaren daarvoor....

Er was nog meer reden voor tevredenheid. Staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan, die haar beleidsplan voor de film almaar uitstelt, reikte zaterdag in Rotterdam de Publieksprijs uit aan de Duitse regisseur Michael Hofmann, wiens Eden als favoriet van de bezoekers uit de bus kwam. Van der Laan kon met eigen ogen vaststellen dat filmkunst en mooie cijfers wel degelijk samengaan.

Het succes van het IFFR is en blijft een curieuze geschiedenis, die haaks staat op de algemeen geaccepteerde gedachte dat er voor intellectualisme en kunst in de maatschappij steeds minder plaats is. Elk jaar zijn ze er weer, dagen achter elkaar: duizenden fanaten die zich het vuur uit de schoenen lopen om per dag vier, vijf films achter elkaar te zien. Films van meestal onbekende makers, gespeeld door acteurs die niemand kent, afkomstig uit landen waarvan de cultuur nog veel geheimen heeft.

Directeur Sandra den Hamer kon afgelopen vrijdag, tijdens de uitreiking van de Tiger Awards, het ook niet laten haar organisatie een pluim te geven. Den Hamer stelde dat met de openingsfilm Heart, Beating in the Dark meteen ‘de juiste toon’ was gezet: de Japanse productie, die vooral ook over het proces van filmmaken gaat, is van het uitdagende soort waarmee het IFFR zich bij voorkeur profileert. Met zo’n trouw publiek en met zo’n sterke positie ligt zelfgenoegzaamheid voor de hand.

Toch moet de organisatie voorkomen hoogmoedig te worden. Want het internationale festivalcircuit verandert momenteel snel, en steeds meer festivals grazen het gebied af dat tot voor kort vooral Rotterdams territorium was: dat van de beginnende makers. Het is veelzeggend dat op het filmfestival van Berlijn, dat donderdag begint, twee competitiefilms draaien die met steun van het aan het IFFR gelieerde Hubert Bals Fonds tot stand zijn gekomen. Enkele jaren geleden kwam dit soort films nog vanzelfsprekend naar Rotterdam.

Een minpunt van het IFFR 2006 was de gastenlijst, die bestond uit namen die alleen de eigen kring van filmfanaten aanspreken. Voor filmcritici, filmhuisprogrammeurs en die hard-festivalbezoekers is het een genot een avondje te kunnen bijpraten met de spraakmakende Mexicaanse regisseur Carlos Reygadas. Dat neemt niet weg dat de aanwezigheid van een grote naam – Tommy Lee Jones, Jeff Bridges, Isabella Rossellini – voor het festival meer waarde kan hebben dan op de burelen van het IFFR wordt vermoed. Extra media-aandacht in de populaire hoek bijvoorbeeld, en daarmee extra draagkracht. En de interesse van mensen die nu nog geen idee hebben van de waarde van het IFFR.

Een gast die wat glitter and glamour meeneemt, heeft niets met populisme te maken. Zo’n gast zorgt er alleen maar voor dat het festival niet in een splendid isolation terechtkomt.

Meer over