Columnsylvia witteman

Stralen bij een nieuwe pudding; zonder twijfel, dit was een vintage Marxveldt

null Beeld

Het kan ook weleens meezitten in het leven. ‘Ik ben in het huis van iemand die oude boeken wegdoet’, appte een kennis. ‘Kasten en kasten vol. Veel kinderboeken ook, en...’ Daar zat ik al op de fiets, en even later liep ik rond in dat vreemde huis, tussen die kasten vol boeken, zachtjes neuriënd van geluk.

Daar had ik al een verhalenbundel van Cissy van Marxveldt te pakken die ik nog niet kende, Caprices, uit 1922. ‘Denk je... begon Mabs. Dan opeens heftig: ‘weet je wel dat ik jou benijd, dat ik jaloèrsch ben op jou en Herman? Jullie gaat zo heelemaal in elkaar op... jullie... jij rent naar de deur als hij thuiskomt en, en... jij denkt eraan om de thee voor hem bij te schenken en hij neemt je een bosje viooltjes mee en hij straalt bij een nieuwen pudding.’

Stralen bij een nieuwe pudding; zonder twijfel, dit was een vintage Marxveldt. ‘O, wat een bruut ben je’, zei ze, opspringend, terwijl ze probeerde te stampvoeten, maar dat was pijnlijk, omdat het Louis Quinze-hakje te smal en te hoog was.’ Daarna nam ik Sanne van Haveltes Het complot (1937) ter hand, en dat ging grappig genoeg ook over stampvoeten, op bladzijde 12 al. ‘Ze stampte ongeduldig met haar voet op de grond, en haar moeder merkte langs haar neus op: ‘Dat doet een beschaafde jongedame niet, Pip!’’ Stampvoetende meisjes, kom daar nog maar eens om. ‘Het vroolijke troepje, waarvan in dit boek verteld wordt, beleeft vele aardige avonturen’, meldt Twentsch Dagblad Tubantia op 15 juni 1937. Ook op recensiegebied is er sindsdien het een en ander veranderd.

Wat avonturen betreft, gooit Toen de honger kwam... Een verhaal uit China ook hoge ogen. Een prachtig omslag in vervaalde poederkleuren, vol pagodes, lantaarns, riksja’s en Chinezen met lange vlechten. Het verhaal gaat over het weeskind Kleine Lente. Zijn hele familie is van de honger gestorven en op zijn zoektocht naar eten beleeft hij allerlei akeligs, maar op het eind vindt hij God. ‘Het zaad van het Evangelie, eenmaal door den Blanken Leermeester in zijn hart gestrooid, had wortel geschoten. Kleine Lente had niet kunnen vergeten, wat hij eenmaal geleerd had over den enigen God, Die in de hemel woont en Die in Zijn oneindig grote liefde Zijn Zoon gegeven heeft om te boeten voor de zonde der mensen.’

Een Chinees kind dat gekerstend wordt! Het is bijna even mooi als Het kerstjoodje en werd dan ook, blijkens een stempel op het titelblad, ter gelegenheid van het Kerstfeest in 1938 uitgedeeld aan de kinderen van de Talma-school te Arnhem.

Toen vond ik ook nog een schoolagenda ’70-’71, met een omslag van spijkerstof waarop de bezitster met ballpoint ‘Dagboek der ellende’ had gekalligrafeerd. Er staat een foto in van Lenny Kuhr (‘beslist geen eendagsvlieg’), de band Ekseption (‘de ene hit na de andere’) en een piepjonge Kees van Kooten en Wim de Bie, met het onderschrift: ‘Kees van Kooten en Wim de Bie kregen – als de klisjeemannetjes – snel bekendheid via radio-(Uitlaat) en tv-(Fanclub)programma’s. Via diverse media kan men elke week genieten van de humor van het duo.’

Voorts: een dieptereportage over zout die als volgt begint: ‘Zout is een zo gewoon, goedkoop artikel dat de gemiddelde gebruiker zich waarschijnlijk nog nooit heeft beziggehouden met de vraag waar het vandaan komt.’ Zoiets las je dan tóch, als scholier, kon ik me opeens herinneren. Uit pure verveling, tijdens de les. Half september kende je het al uit je hoofd.

Wat ik maar zeggen wou: gooi niets weg.

Stuur alles naar mij.

Meer over