Stonede Nutini wordt net geen schuitje-varen-theetje-drinken

muziek Legers jongemannen met weinig meer dan een akoestische gitaar wisten het afgelopen jaar hun weg naar het hart van muziekliefhebbers te vinden....

Pablo Cabenda

En ergens in het midden zit Paolo Nutini: een 19-jarige wonderboy, die tot voor kort meehielp in de fish and chips-zaak van zijn ouders in Paisley Schotland. Nutini verkocht een half miljoen van zijn debuutalbum These Streets, mocht met Liza Minelli optreden in Carnegie Hall en speelde op het Montreux Jazz Festival met de sessie soulmuzikanten van het befaamde Atlantic Records. En dan is Nutini niet eens de meest succesvolle in zijn gilde.

Maar de jonge zanger overtuigt met zijn stem. Het licht klaaglijke hese geluid associeer je meteen met bonafide zwarte muziek: Nutini’s liedjes suggereren soul. Een avondje Amsterdam draagt daar alleen meer aan bij want een duidelijk stonede Nutini – blik continu op de grond gericht – zingt wonderlijk genoeg eigenlijk nog mooier, dan op zijn album These Streets. Met een doorleefde, slordige frasering waarbij de woorden die uit zijn mond vallen, opgevangen worden door een standaard viermansrockband.

Maar het is tegelijk ook alleen Nutini’s stem die zijn muziek enig profiel geeft. Zijn nummers ontberen teveel eigen karakter en liggen zo gemakkelijk in het gehoor dat je weleens vergeet dat ze er nog zijn. Hier en daar scheert het gevaarlijk langs het schuitje-varen-theetje-drinken-repertoire van Jack Johnson.

Nutini (bijna) alleen klinkt een stuk het interessanter. Een cover van Tim Buckley’s Dolphins en zijn eigen Autumn maken meer indruk. Met de minimale begeleiding is het Nutini’s stem die de nummers moet en kan dragen en er uiteindelijk voor zorgt dat je nog geraakt wordt door zijn braveborstensoul.Pablo Cabenda

Meer over