Stoeptegel vol oudheden

De Nederlandse archeologie heeft ons bijzondere vrouwen geschonken. De oudste heet Trijntje. Zij werd 7.500 jaar geleden begraven toen ze een jaar of 50 was....

Het beroemdste archeologische idool, het Meisje van Yde, moet omstreeks het begin van de jaartelling in het Drentse veen zijn afgezonken. In 1897 werd ze redelijk geconserveerd naar boven gehaald. Ze was 16 toen ze werd gewurgd en vermoedelijk geofferd, al weten de geleerden niet precies waarom. Haar gezicht, omlijst met lange rode krullen, is net als dat van Trijntje gereconstrueerd, en dat gebeurde ook bij blonde Hilde, de bekendste Nederlandse vrouw uit de laat-Romeinse tijd. Hilde was nog geen 30 toen ze omstreeks 350 in de buurt van Castricum overleed en nogal nonchalant – met haar handen op de rug – werd begraven.

De drie vrouwen staan afgebeeld en beschreven in Onder onze voeten – De archeologie van Nederland van de prehistorici Evert van Ginkel en Leo Verhart, een gesubsidieerd standaardwerk, formaat stoeptegel, waarin onze oudheid rijk geïllustreerd, chronologisch en zeer toegankelijk uit de doeken wordt gedaan – van de Neanderthalers, zo’n 300 duizend jaar terug, tot in de 20ste eeuw.

Alles staat erin: hoe de eerste mens in Nederland zijn intrede deed, waar het oudste stukje mens – een negenduizend jaar oude melkkies – werd gevonden, hoe er werd gejaagd, gegeten, gebouwd en begraven, wat de Romeinen deden, de Franken, de Noormannen en al die anderen daarna. In een repeterende rubriek, ‘De archeoloog als detective’, worden bovendien de onderzoekstechnieken beschreven. Onder onze voeten is een prachtig, leerzaam boek. Was je nog een kind, dan zou je na lezing waarschijnlijk niet aarzelen en zeggen: later, als ik groot ben, word ik archeoloog.

Meer over