PostuumDennis Thomas (1951-2021)

Stijlicoon Dennis Thomas gaf Kool & The Gang flamboyant imago

Met klassieke nummers als Celebration en Ladies Night vestigde Kool & The Gang zijn reputatie als feest-funkband. Saxofonist Dennis Thomas, zaterdag overleden, gaf de band kleur.

Saxofonist en 'ceremoniemeester' Dennis Thomas van Kool & The Gang bij een optreden in Austin, Texas, in 2016. Beeld WireImage
Saxofonist en 'ceremoniemeester' Dennis Thomas van Kool & The Gang bij een optreden in Austin, Texas, in 2016.Beeld WireImage

Eindelijk mocht vorige maand de Hollywood Bowl in Los Angeles weer open voor live-muziek. Hoofdact van de daar gehouden festiviteiten voor Independence Day was de al meer dan een halve eeuw actieve disco-funkband Kool and the Gang wier uitbundige feestmuziek op 3 en 4 juli aan het traditionele vuurwerk voorafging.

Meer dan 15000 man publiek per avond zag de band optreden. Ladies Night, Jungle Boogie, Joanna en natuurlijk Celebration kwamen allemaal voorbij maar het zou voor het laatst zijn dat medeoprichter, altsaxofonist Dennis Thomas meespeelde. Hij overleed zaterdag, 70 jaar oud, rustig in zijn slaap, thuis in New Jersey, zo liet de band gisteravond op Instagram weten.

Thomas ging vorige week al niet mee naar het Belgische Leuven waar Kool & the Gang een festivaloptreden gaf. Enig origineel bandlid daar was bassist Robert ‘Kool’ Bell, die vorig jaar in zijn broer Ronald ‘the Captain’ (tenorsax) een ander bandlid verloor.

De broers Bell richtten de band met Thomas en drie andere vrienden uit New Jersey op toen ze nog tieners waren. Ze noemden zichzelf eerst Jazziacs maar dat leverde verwarring op omdat het toch vooral pop en r&b was waar de passie van de jongens lag.

Glorieuze periode

In 1969 brachten ze als Kool & the Gang hun eerste album uit, maar het zou nog een paar jaar duren voordat de band doorbrak. Dat gebeurde in 1973, dankzij de hit Jungle Boogie die in de Verenigde Staten de top 5 haalde. De eerste van een reeks door volvet blazersgeluid gedragen singles als Hollywood Swingin’, Spirit of the Boogie en Open Sesame. Kool & the Gang haalde er de Amerikaanse hitlijsten mee, maar in Nederland deden de feestelijke nummers vreemd genoeg niks. Ook niet toen Open Sesame in 1977 werd opgenomen op de ook hier razend populaire soundtrack van Saturday Night Fever.

Nederland leerde de band eigenlijk pas kennen toen het in 1979 James ‘J.T.’ Taylor als zanger had aangetrokken en in zee ging met de Braziliaanse producer Deodato. Stevie Wonder was de eerste keuze, maar die bleek te druk, luidt het verhaal. Maar ze hadden hem niet nodig, zo bleek. Na een voor de band moeizaam slot van de jaren zeventig, waarin ze moeite hadden hun door blazers gedreven funksound om te buigen naar de toen voor zwarte bands bijna onontkoombare disco-rage, brak met de nieuwe zanger een glorieuze periode aan. Ook Nederland viel voor hits als Ladies Night, Get Down On It en vooral Celebration, dat hier een van de meest populaire feest- en fuifnummers uit de popgeschiedenis zou worden.

En dan waren er nog de ballads. De band had in de jaren zeventig al een paar mooie, trage instrumentale nummers opgenomen waarvan Summer Madness nog altijd de fraaiste is, maar voor een echte ballad ontbrak het aan zangkwaliteiten die Taylor wel met zich meenam. Joanna (1984) en Cherish (1985) waren mierzoet, maar ook hier onontkoombaar.

Toen Taylor in 1988 de band verliet was het gedaan met de grote hits, maar niet met de populariteit van Kool & the Gang. Jungle Boogie was dankzij de ook in Nederland zeer populaire soundtrack van Quentin Tarantino’s Pulp Fiction (1995) hier veel te horen, terwijl Celebration en Ladies Night eigenlijk nooit van de radio verdwenen zijn.

Op het podium werd de rol van de zaterdag overleden Dennis ‘Dee Tee’ Thomas de laatste decennia steeds belangrijker. Hij had het meest gevoel voor mode en zijn hippe kleding en hoeden gaven de band live hun flamboyante uitstraling.

Nooit serieus genomen

Ook groeide hij steeds nadrukkelijker in zijn rol als ceremoniemeester tijdens de concerten. Hij praatte de nummers aan elkaar en dat hij daar een mooie, krachtige stem voor had was eigenlijk al vijftig jaar duidelijk. Zijn stukje preek als prelude in het nummer Who’s Gonna Take the Weight op het album Live at the Sex Machine (1971) maakte al dat zijn rol belangrijker in de band was dan die van saxofonist, fluitist en (soms) percussionist.

Als je dit en andere vroege Kool & the Gang nummers terughoort dringt zich toch de vraag op waarom deze band nooit echt serieus is genomen door funk- en soulliefhebbers. Earth Wind & Fire, The Isley Brothers en The Commodores beoefenden in de jaren zeventig min of meer hetzelfde métier, maar kregen veel meer waardering. Niet alleen kregen hun singles meer aandacht, hun albums kregen ook meer aandacht dan die van Kool & the Gang.

Pas toen hiphopartiesten zich in de jaren negentig massaal op hun back-catalogue stortte, veranderde dit. Met name het instrumentale Summer Madness, van het album Light of Worlds (1974) geldt nu als een klassieker. Dankzij onder anderen Ice Cube, Mary J. Blige en Erykah Badu die de modulerende analoge synths eruit sampelden. Maar ook door de speciale, luierende zomerse sfeer die het nummer nog altijd geschikt maakt voor de talloze chill-out-playlists.

Maar niet alleen het publiek leek het te ontgaan hoe fraai het vroege werk van Kool & the Gang was. Ook de band zelf bleef tijdens hun optredens vooral hangen aan hun populairste hits. En afgaande op de slappe nieuwe single Pursuit of Happiness, die vooruitloopt op het later deze maand te verschijnen Perfect Union (het eerste nieuwe album van de band in 14 jaar), lijkt Kool & the Gang de warme, meeslepende funk van weleer definitief achter zich te hebben gelaten. Nu met het overlijden van Dennis Thomas het tweede belangrijke bandlid binnen een jaar is overleden, zijn de toekomstverwachtingen voor Kool & the Gang lager dan ooit.

Kool & the Gang in drie nummers

Celebration (1980)
Eind 1980 haalt deze populairste van alle feesten- en bruiloftklassiekers de tweede plaats in de Top 40. Menig feestje werd er mee aan de gang gebracht. Of, zo u wilt verpest, want platgedraaid.

Jungle Boogie (1973)
Nog altijd een van de meest opzwepende funkhits uit de jaren zeventig. In Quintin Tarantino’s Pulp Fiction (1995) horen we het nummer als Vincent Vega (John Travolta) herinneringen ophaalt aan Amsterdam.

Summer Madness (1974)
Eigenlijk een b-kantje. Dit instrumentale nummer met die tot sirene-niveau aanzwellende synths bereikte, voordat het door talloze hiphopproducers zou worden hergebruikt, in 1976 al een miljoenenpubliek dankzij Sylvester Stallones film Rocky. Het is nog altijd een van de allermooiste nummers van Kool & the Gang.

Meer over