Stiekem meer archeoloog dan filmmaker

Péter Forgács..

Amsterdam Doodgewone familiefilmpjes zijn het, die Péter Forgács achter elkaar heeft geplakt in De Maalstroom. Een familiekroniek (1997). De Joodse familie Peereboom uit Amsterdam filmde begin jaren veertig hun spelletjes, zwempartijtjes, huwelijken en kraamvisites. De dreiging die Forgács langzaam hun leven in laat sijpelen, komt van dezelfde soort beelden. Ook de NSB-jeugd en Arthur Seyss-Inquart, de door Hitler benoemde Rijkscommissaris voor Nederland, hebben namelijk uitjes en familiefeestjes gefilmd. Forgács vermengt dat materiaal geleidelijk aan met de beelden van de Peerebooms.

Met zijn compilaties van amateurfilms toont de Hongaarse filmmaker Forgács (1957) de geschiedenis vanuit menselijk perspectief – ontdaan van historische lezingen, journalistieke interpretaties en overheidspropaganda. Objectieve familiesaga’s zijn het niet: met geluid, muziek, montage en kleur leidt Forgács de blik van de kijker. Vandaag krijgt hij voor zijn films en installaties de Erasmusprijs uitgereikt.

Slechts twee filmmakers gingen Forgács voor: Ingmar Bergman en Charlie Chaplin in 1965. Forgács naam mag dan voor het grote publiek minder bekend klinken, zijn films zijn diverse malen bekroond op internationale festivals en zijn, net als zijn installaties, opgenomen in musea als het MoMA (New York), het Getty Museum (Los Angeles) en het Zentrum für Kunst und Medientechnologie (Karlsruhe).

Ergens is hij eerder archeoloog dan filmmaker, vindt hij zelf. Afkomstig uit de underground- kunstbewegingen in Hongarije richtte hij in 1983 een archief op voor privé foto- en filmmateriaal in Boedapest. Jarenlang ging er kilometers amateurfilm door zijn handen. Het vormde zijn ideeën over de poëzie en de filosofie achter dit soort beelden. Met zijn latere vaste componist Tibor Szemzõ verzon hij performances waarbij found footage gecombineerd werd met muziek en poëzie en in 1988 maakte hij vervolgens het eerste deel van zijn bekendste werk, Private Hungary, Forgács blik op veertig jaar Hongaarse geschiedenis.

Met zijn werk wil Forgács de relatie tussen herinneren, vergeten en verdringen laten zien. Amateurfilms zijn doelbewust vastgelegde herinneringen. Zeker gemaakt in crisistijd laten ze indirect óók zien wat de makers liever vergeten. Terwijl dat wel de hoofdmoot vormt van het collectieve geheugen: bij oorlog denken we aan bombardementen en honger, niet aan bruiloften en geboortes. Zijn doel is die verborgen lagen bloot te leggen. Forgács trekt het kleed weg onder aannames en veronderstellingen en stimuleert de geschiedenis met een andere blik te bezien.

Floortje Smit

Meer over