BladDrempel

Sterven hoort erbij, en daar kunnen we maar beter aan wennen, vindt magazine Drempel

Wat is lezenswaardig deze week? In Drempel is de dood overal.

Bewaarmagazine Drempel Beeld
Bewaarmagazine Drempel

Dood gaan we allemaal en het tijdschrift dat over dat precaire thema is gemaakt, heet Drempel. Het is een ‘bewaarmagazine’ en de ondertitel is ‘over leven met sterven’. Op de cover staan louter lachende mensen – de eerste meevaller.

Niet dat het geen ernst is. Drempel is door bladenmaker Karen Kroonstuiver geproduceerd in opdracht van het Landelijk Expertisecentrum Sterven. Voorzitter Ineke Visser schrijft in het voorwoord dat het centrum ‘sterven wil teruggeven in onze dagelijkse levens. Het sterven dat raakt aan het mysterie dat zo diepgeworteld is in de mensheid, dat wij ons er niet voor kunnen of willen afsluiten.’ Kortom, plat gezegd: sterven hoort erbij, wen er maar aan.

Het bekendste gezicht op de cover is dat van Hans Klok, de magiër uit IJmuiden. Een speelkaart, een hartenvrouw, bedekt zijn rechteroog. Uitgebreid en ongeremd praat Klok over de dood van zijn ouders, vrienden, bekenden en familieleden.

Op het podium flirt hij met de dood, legt interviewer Minou op den Velde hem voor, ‘met je hoofd onder een guillotine, vast zitten onder water, balanceren op een zwaard’. Allemaal nep natuurlijk, maar Klok speelt het spel mee, het is zijn vak.

‘Als ik uit zo’n bak met water moet ontsnappen, houdt de hele zaal zijn adem in. Als mijn moeder erbij was zag ik haar met haar handen voor haar ogen zitten. Soms begon ze ook nog te schelden: ‘Gloeiende...’’

In Drempel is de dood overal. De ultieme ervaringsdeskundige, Piet van Leeuwen, die als hospice-arts ruim vierduizend stervenden begeleidde, wordt geïnterviewd. Het grote geheim heeft hij niet kunnen ontdekken: ‘Ik weet ook niet hoe het is om te sterven.’

Een andere man vertelt over zijn vier bijna-doodervaringen die overigens tegenwoordig nabij-de-doodervaringen worden genoemd. Onbekenden blikken terug op het verlies van een geliefde of familielid en Kroonstuiver maakte een reportage over een hospice in Rotterdam waar na elk sterfgeval een gedicht van Jules Deelder wordt voorgelezen.

Een andere, levende bekende Rotterdammer, oncoloog en clubarts van Feyenoord Casper van Eijck, vindt het ‘totaal niet ingewikkeld’ om met zijn patiënten over de dood te praten. De dood hoort er in zijn wereld bij. ‘Ik hoef het zelden te zeggen: ‘U wordt niet meer beter.’ Het is meestal geen verrassing, mensen kennen hun lichaam verdomd goed.’

Uitgebreid doceert hij vanuit het Erasmus MC in Rotterdam zijn lessen stervensbegeleiding. De verslaggever: ‘Ondertussen eet hij een broodje kaas, bij gebrek aan een lunchpauze. Die heeft hij nooit.’

Meer over