Stef Bos moet wat vaker op reis gaan

De Onderstroom door Stef Bos en band. De Kleine Komedie Amsterdam, 27 oktober. Tournee...

Na zijn kleinkunstopleiding aan studio Herman Teirlinck is Stef Bos in Antwerpen blijven hangen. Dat is slim bekeken, want in België is men gek op zangers met een warme stem en poëtische teksten. Iedereen die ook maar in de verste verte doet denken aan Jacques Brel wordt liefdevol in de armen gesloten. Bram Vermeulen weet daar alles van.

Ook Stef Bos heeft goed naar Brel geluisterd. Het lied over Sjefke die maar niet met de vrouwen overweg kan, is een duidelijk eerbetoon aan Ces gens là (dat soort volk). In de meeste liederen kan Bos zijn natuurlijke neiging tot wolligheid nauwelijks onderdrukken, maar in zijn Brel-varianten doet hij zijn uiterste best om zijn romantisch-realistische kant te tonen.

Maar hoe fel de woorden soms ook zijn, hoe parmantig strak hij ook met de armen zwaait, Bos blijft altijd een lieve zachtaardige man. Zelfs als hij een stevig stem opzet, klinkt het nog steeds als hard fluisteren en dat dempt direct de kracht van de woorden.

Hetzelfde geldt voor de melodieën, die vaak identiek zijn opgebouwd, van klein zacht naar hard en weer klein zacht. Stef Bos heeft een pittige band om zich heen verzameld, maar zelfs als alle muzikanten in actie komen, blijft het nog beschaafd en sereen klinken. De composities hebben een paar ons rode peper nodig.

Alleen in de nummers die zijn voortgekomen uit zijn contacten met Zuid-Afrika komt Bos werkelijk los. Dan geen vage overpeinzingen met veel natuuraanduidingen. Met het geld van de Pall Mall export-prijs heeft hij zich de afgelopen jaren ondergedompeld in de ritmes en het maatschappelijk leven van het land van Mandela.

Uit het lied Vroeg of Laat blijkt dat hij in Amsterdam op een hotelkamer gaat zitten om over het leven na te denken. In Zuid-Afrika loopt hij door de onverlichte straten van Johannesburg en speelt hij met Thandie Klaassen. Die indrukken heeft hij nodig om zijn niveau te ontstijgen. Misschien moeten die tochten naar het zuiden maar wat langer worden.

Patrick van den Hanenberg

Meer over