‘Steenrijk, straatarm’: de arme mens als levensles

In het populaire programma Steenrijk, straatarm mogen de allerarmsten één week het leven proeven van de allerrijksten. En dan, hop, terug de armoede in: sociale ongelijkheid als amusement.

null Beeld Gijs Kast
Beeld Gijs Kast

Wees geen gewone man/vrouw – vroeg of laat weet de televisie je te vinden. Reality-tv maakt al decennia gretig gebruik van mensen die het goede leven nog niet helemaal in de vingers hebben en heeft voor elk levensgebied wel een how to klaarliggen. Zó word je clean. Zó val je af. Je kunt je beter zó kleden. Dít is hoe je moet wonen. Onderweg naar die verheffing mag zo’n programma de gewone mens feitelijk... nou ja, een beetje kapot maken. Zie alle woonprogramma’s (‘Leuk geprobeerd, maar jullie huis heeft geen ziel’), zie Obese (‘Laat eens even zien hoe je jezelf uit bed worstelt’) en kijk zeker ook Help, mijn man is klusser – een aaneenschakeling van uiterst lullige scènes, besmuikt lachend professioneel klusteam in de background.

Natuurlijk, zo tegen de aftiteling is alles helemaal okidoki. Het huis is omgestyled tot een unieke mix van hem & haar en dus zoals elk ander huis. De klusmijder heeft zijn kluslot aanvaard, zijn huwelijk is gered. De zwaarlijvige is zijn vet verloren. Maar is die misschien ook meer kwijt dan dat alleen? Het gevoel van eigenwaarde, bijvoorbeeld. Alle regie kwijt over hoe je in beeld komt. Daar heb je hem, de klassieke reality-televisievraag die na het kijken toch altijd even jeukt: mág je mensen wel zo behandelen? Maar gewone mensen overvallen, peuren in hun privézaken, en ze het hemd van het lijf shamen, lijkt aanvaardbaar wisselgeld voor de transformatie die zo’n programma ze aanbiedt: een beter leven. Want het loopt altijd goed af. Iedereen wint. Van harte gefeliciteerd met je zwarte aluminium schuifpui.

Zuhely Lomp en haar drie kinderen voor hun huis in Tilburg. Beeld
Zuhely Lomp en haar drie kinderen voor hun huis in Tilburg.

Swap-televisie

Het populaire SBS-programma Steenrijk, straatarm gaat óók over gewone mensen die óók een transformatie mogen ondergaan. Wel een paar verschillen. Het betreft hier nog nét iets andere mensen dan de gewone gewone mensen: ze zijn namelijk heel arm. Al vijf seizoenen lang zagen we van hoe weinig geld de deelnemende arme gezinnen moeten rondkomen. In seizoen 6, dat in september begon, is dat niet anders: de bijstandsmoeder uit de eerste aflevering heeft wekelijks 80 euro te besteden voor haar gezin van vier. In die orde van grootte is ook het weekbudget van de familie uit aflevering twee, die slachtoffer werd van de toeslagenaffaire. Het eenoudergezin uit aflevering 3 heeft net zo weinig geld. Nooit op vakantie dus. Tweedehandskleding. De voedselbank.

De klassieke Steenrijk, straatarm-verhaallijn: een arm gezin mag een weekje van huis, haard en geld ruilen met een stinkend rijk gezin. Dat houdt in dat het arme gezin ineens, let op, minstens vijftien keer zoveel te besteden heeft. De rijke ruilgezinnen moeten het op hun beurt een weekje met het ‘arme budget’ doen. Dat is het andere verschil met veel andere realityshows: de transformatie is tijdelijk, er volgt geen bestendige make-over. Het is swap-televisie zoals bijvoorbeeld ook Puberruil – rijk en arm ruilen van leven, maar keren daarna weer terug naar hun oude leven.

Zuhely Lomp en haar drie kinderen winkelen in Istanbul met het budget van Berkant Dural en zijn beste vriend Steven Kwik.  Beeld
Zuhely Lomp en haar drie kinderen winkelen in Istanbul met het budget van Berkant Dural en zijn beste vriend Steven Kwik.

Jeuk

Wacht. Mensen heel even uit de armoede halen, ze een exorbitante levensstijl aanbieden en ze daarna weer terug gooien in die armoede – dat jeukt nú al en dan moet het programma zelf nog beginnen. Het rommelige intro verzint een list; na keurig te hebben gemeld dat de verschillen tussen arm en rijk in Nederland groot zijn, neemt de voice-over de afslag naar een overweging die helemaal niets met die sociale ongelijkheid te maken heeft: ‘Maar geld maakt niet gelukkig? Of misschien toch wel?’

Nou, best wel dus, maar voordat de arme mensen dat gaan ervaren, ontmoeten we ze eerst in hun eenvoudige rijtjeshuis of de flat zonder lift. Vaak zitten ze opeengepakt op de bank, als om de krappe leefruimte te benadrukken. Maar ook op een andere manier zijn de arme gezinnen close. We zien warme, knuffelige ouders en kinderen. Ze hebben plezier met een eenvoudig spelletje. De dochters in aflevering 2 doen een dansje, de ouders lachen en klappen. In aflevering 3 spreekt de voice-over van een ‘goedlachse familie’ die het niet breed heeft. ‘Maar ze hebben elkaar.’ De moeder in kwestie zegt zich financieel arm te voelen. Toch: ‘Ik ben rijk, met mijn gezin.’ Dan zien we ook haar dansen met de kinderen door de kleine kamer.

Het is duidelijk: ze hebben maar weinig nodig en ze máken er wat van. En dat ondanks alle ellende, want het programma zoomt al gauw in op de armoede die hun leven bepaalt. Het zijn schrijnende verhalen die naarmate de aflevering vordert steeds meer worden ingekleurd. Over de bijstandsmoeder die in een nare relatie zat en depressief werd. Het gezin dat in de raderen van de Belastingdienst terechtkwam. De vrouw die haar man verloor en dakloos werd. De sympathie van de programmamakers lijkt bij deze gezinnen te liggen, er is begrip voor hun pech. Er kunnen, zo wordt duidelijk, omstandigheden in het spel zijn waartegen je als individu gewoon niet bent opgewassen.

In het Franse dorpje Entraigues sur la Sorgue, vlakbij Avignon, woont familie De Kreij in een vrijstaand landhuis. Beeld
In het Franse dorpje Entraigues sur la Sorgue, vlakbij Avignon, woont familie De Kreij in een vrijstaand landhuis.

Waterscooter

Het kennismaken met de rijke ruilgezinnen gaat anders. Bij wijze van contrast worden ze vaak geïntroduceerd op een manier die hun rijkdom nog eens overdrijft: met klinkende wijnglazen, aan de rand van het zwembad of op een waterscooter. Waar bij het arme gezin uitgebreid wordt stilgestaan bij de externe oorzaken die hebben geleid tot het ontstaan van de armoede, wordt de rijkdom van het rijke gezin juist besproken als eigen verdienste. De rijke man in aflevering 3, die een haarkliniek in Turkije begon, is ‘op de goede weg’. Over de man in aflevering 2 die al een goede baan had, zegt de voice-over dat hij ‘méér uit het leven wilde halen’ en ‘niet onverdienstelijk’ ging beleggen. In aflevering 1 geven de rijke mensen zichzelf die schouderklop. Ooit waren ze zelf ‘mensen van de straat’, zeggen ze, maar ‘dat je toch met hard werken en met je koppie erbij altijd wel je centjes kan verdienen’. Veel geld hebben is blijkbaar je eigen verdienste.

De toon is gezet, de verschillen zijn enorm. Dat contrast vormt de perfecte opmaat voor het aantrekkelijkste onderdeel van het programma: de switch. Voor de arme gezinnen is de verandering van leefomgeving een absoluut uitzonderlijke ervaring. Een droom, een sprookje, het lijkt soms nog het meest op een outer body experience. De bijstandsmoeder uit aflevering 1: ‘Het is gewoon een prinsessenhuis. Dit is echt een droomhuis (…). Heb je nu het idee dat het echt is? Ik niet. Ik droom nog steeds denk ik.’ (Voice-over: ‘En dan hadden ze de tuin nog niet eens gezien.’) ‘NEE! NEE! NEE! We zijn rijk!’, schreeuwen de dochters uit aflevering 2 bij de nadering van het Franse landhuis, de handen voor hun monden geslagen. Vader, ontdaan: ‘Jeeeezus, zeg hé!’ Het gezin uit aflevering 3, upgebeamd naar Istanbul, is er stil van: ‘Dit is wel het wow-effect.’

De shock bij de arme gezinnen is zo groot, dat je soms denkt dat ze erin blijven. Zeker als de flappen weekgeld worden geteld en het langzaam indaalt. ‘1.600 euro. Jeetje. Dat is gewoon vijf maanden. Die wij in één week nu gaan gebruiken.’ Want ja, dat geld moet er nu in één week doorheen gejaagd. Er wordt dus geshopt, gewellnest en men komt op plekken die voor de gewone mens normaal gesproken niet zijn weggelegd. Niet hún wereld – het contrast tussen ‘het goede leven’ en de arme deelnemers wordt veel benadrukt en uitvergroot. Bijvoorbeeld in chique restaurants waar stille gezichten zich over een onbegrijpelijke menukaart buigen. ‘Smashed avocado???’ In aflevering 1 spuugt de zoon de steak tartare uit. Later zien we hem patat met een burger eten.

null Beeld Gijs Kast
Beeld Gijs Kast

Eeuwige paardenstaart

Het is niet de eerste keer dat in Steenrijk, straatarm onbekend eten wordt uitgespuugd, een helderder metafoor voor klasseverschillen is er nauwelijks. De armen zijn hier duidelijk have-nots die absoluut niet weten how to. Meestal vindt er een uiterlijke metamorfose plaats, die soms aan het einde van de uitzending alweer ongedaan is gemaakt. Dure, beter zittende kleding. Niet die eeuwige slordige paardenstaart. De kapper, niet te beroerd om nét iets te vaak te zeggen: ‘Je zag er een beetje uit als Elvis en dit is weer een beetje je zachte, vrouwelijke kant’.

Het programma voert als reden voor de ruilexercitie geregeld aan dat de arme gezinnen in deze droomweek eindelijk even ‘tot rust kunnen komen’. Toch worden ze voortdurend wakker geschud uit hun droom. Doel: reflecteren. De voice-over: ‘Hoe heerlijk het ook is, dit moment confronteert haar ook met haar eigen situatie.’ De moeder uit aflevering 3, geëmotioneerd: ‘Als ik hier echt bij stil ga staan dan denk ik: geld maakt wel echt gelukkig.’ De vrouw uit het toeslagenaffaire-gezin, na een uitgebreide massage: ‘Ik kwam zó tot ontspanning dat het onnatuurlijk voelde voor mij.’

‘Ik heb óók heel hard gewerkt’, zegt de vrouw uit aflevering 1, die hoort dat het rijke gezin ‘door hard werken is doorgegroeid’. ‘En ik denk dan: ik heb iets verkeerd gedaan.’ Van de bedoelde vergetelheid is dus in werkelijkheid nauwelijks sprake – er vloeien veel, heel veel tranen. Tegelijkertijd leert het de kijker iets over de enorme stress in hun gewone leven en over hoe belastend een leven in armoede is.

Supermarkt

Waar zijn de rijke mensen in de tussentijd? Die moeten zich staande zien te houden in een leven zonder geld. De rijke selfmade man in aflevering 1: ‘Op een leuk weekie in het armenhuis!’ De slimme belegger bij het zien van de flat: ‘Hebben we er nog zin in?’ Dochter: ‘Niet echt.’ Maar voor hen is het vooral een soort kampeervakantie-bij-regen: niet bepaald comfortabel, maar ach. Bovendien bewegen ze zich opvallend gemakkelijk in de nieuwe sociale context. Behalve dan in de supermarkt. Terugkerend verkneukelmoment: de rijke stinkerds die balend als een stekker te dure producten in het schap terugleggen. Hun verwendheid: ‘Die naturel dingen zijn wel goedkoper. Maar die vind ik niet lekker.’ De rekenmachine erbij. Het gestuntel bij de kassa – o kijk ze zich eens ongemakkelijk voelen!

Juist tegen de achtergrond van dat ongemak krijgt de armoede van het andere gezin nog scherpere contouren. Dat lijkt ook de functie van de rijke mensen in het programma: de arme mensen extra uitlichten. Via hun indringende vragen over ‘hoe deze ellende nu zo gekomen is’ weten wij kijkers steeds meer over de achtergronden van de armoede. Weinig blijft privé, er wordt behoorlijk gewroet in de persoonlijke perikelen van het arme gezin. ‘Mentaal of zo?’, informeert de rijk geworden oudijzerhandelaar. ‘Ja, opgenomen. Psychiatrische inrichting.’ In aflevering 2 geeft die bemoeienis overigens wel een gezicht aan de toeslagenaffaire. ‘Verbazingwekkend dat dat in een welvarend land als Nederland mogelijk is.’ De rijke belegger schudt, ook namens de kijker, bekommerd het hoofd.

 Berkant Dural met zijn beste vriend Steven Kwik in het huis van Zuhely Lomp en haar drie kinderen voor hun huis in Tilburg. (seizoen 6, aflevering 3). Beeld
Berkant Dural met zijn beste vriend Steven Kwik in het huis van Zuhely Lomp en haar drie kinderen voor hun huis in Tilburg. (seizoen 6, aflevering 3).

Mooie mensen

We zagen het al bij de kennismaking, maar nu ook via de rijken: de arme mens heeft niets, maar ook weer alles. Want de armen mogen dan slachtoffers van armoede zijn, het zijn wel ontzettend mooie mensen. Om de arme mens heen hangt zelfs vaak een waas van onschuld en zuiverheid. We zien het aan de manier waarop de rijke mensen over hen spreken. De huisvriend van de haarmiljonair pinkt een traantje weg: ‘Als je ziet hoe ze met haar kinderen omgaat, hoe puur ze is, gewoon lief. Ja dat is zo intens puur.’ Het rijke gezin dat een middagje bij de voedselbank helpt, voelt zich nederig door de hoogstaande moraal die de armen ook nog eens omringt: ‘Jullie zijn ook wel helden eigenlijk. Jullie doen het echt vanuit het hart.’ Even lijkt de arme mens rijker dan de rijke, want bij zoveel goedheid steekt het bezit van veel geld maar bleekjes af. Het leidt overigens meestal niet tot het bevragen van de eigen geprivilegieerde situatie. Eerder: ‘Een besefmomentje van hoe goed we het hebben’, aldus de haarmiljonair. Ook de ijzerhandelaren vinden ‘dat wij erg boffen met ons leven’.

Of het nu een morele tegenprestatie is of toch gewoon een filantropische reflex, we zien de rijken ook altijd wel iets liefs doen voor de armen. De kinderen van de belegger verkopen cupcakes. In aflevering 1 doet de oudijzerhandelaar zijn ding: ‘Mevrouw, mogen we ’t oud ijzer meenemen, ’t is voor de armen!’ Vorige week woensdag ruimde het rijke gezin op in het huis van het arme gezin en richtte de tuin opnieuw in – van de 85 euro leefgeld nog wel. De opbrengst van die liefdadigheid krijgen de arme gezinnen bij de ontmoeting op het eind overhandigd of te zien, vaak tot hun zichtbare verlegenheid. Zij hebben niets terug te geven. De afstand tussen de twee gezinnen wordt daarmee niet bepaald kleiner, het bevestigt juist de kloof tussen de twee werelden.

Dickensiaans

Het gezin van de toeslagenaffaire is er gelaten onder: ‘Dit was een once in a lifetime experience.’ ‘Ja, dit gaan wij hierna nooit meer meemaken.’ Niemand in het programma lijkt zich druk te maken over de bruuske terugwerping in de armoede. Zowel arm als rijk zijn vooral gelouterd door de ervaring. Zo wordt armoede gepresenteerd als iets wat in essentie natuurlijk niet leuk is, en ook geregeld nogal schokkend – maar nou ja, het is zoals het is. Je kunt er hooguit een weekje aan ontsnappen. Gelukkig hebben we de foto’s nog, zou je bijna denken. Een dickensiaans beeld dringt zich op, dat van ongefortuneerden die hun neus even tegen de etalageruit van de welvaart hebben kunnen drukken.

Al met al een slechte deal voor de arme mensen die aan Steenrijk, straatarm meedoen: je hele hebben en houwen binnenstebuiten gekeerd en er dan óók nog niks aan overhouden. Aan de andere kant: waren de arme gezinnen bij wijze van wisselgeld voor het leven verlost van hun geldzorgen, dan was dat feitelijk minstens zo pervers geweest. Het zou ten onrechte suggereren dat individuele goeddoenerij de uitweg is uit een leven in armoede.

De jeuk is er niet minder om. Want door slechts ‘terug naar af’ te swappen, reduceert het programma sociale ongelijkheid, toch een moreel zwaar beladen thema, tot iets waarover je gerust amusement kunt maken. Ironisch genoeg zouden de programmamakers inmiddels zelf beter moeten weten, júíst doordat zij in dit programma keer op keer het grimmige gezicht van armoede hebben laten zien.

Maar van gewetensbezwaren heeft blijkbaar niemand last. En daarom draait de voice-over aan het eind van elke aflevering wervend aan het wheel of fortune: ‘Ook ervaren hoe het is om ineens alles te hebben of ineens niets? Geef je dan nú op!’

Steenrijk Straatarm / Berkant Dural met zijn beste vriend Steven Kwik in Istanboel Beeld
Steenrijk Straatarm / Berkant Dural met zijn beste vriend Steven Kwik in Istanboel

Swaptelevisie

Steenrijk, straatarm is de Nederlandse variant van het Britse Rich House, Poor House en wordt sinds 2017 uitgezonden door SBS6. Elke aflevering ruilen twee gezinnen met een volledig tegengesteld welstandsniveau een week lang van huis en budget. Het arme gezin heeft dan tijdelijk zo’n vijftien keer zoveel te besteden. Het rijke gezin bijt op een houtje. Steenrijk, straatarm is swap-televisie, een populair realitygenre dat ook de basis vormt van programma’s als Mijn vrouw, jouw vrouw en Puberruil.

Opknappers

De Haagse ondernemers Frank Jansen en Rogier Smit, al min of meer bekend door het programma Bij ons in de PC, deden mee aan het eerste seizoen van Steenrijk, straatarm. Ze verruilden hun luxe leventje in Saint-Tropez tijdelijk voor een portiekflat in Beverwijk. Vervolgens pimpten ze de flat met behulp van kringloopspullen. Het leverde hen een eigen programma op: Paleis voor een prikkie. Daarin knapte het duo andermans interieur op voor 250 euro.

Meer over