intervieweu-correspondenten

Standplaats Brussel: hoe doe je verslag van de moloch die de EU is? ‘Maak het laat’

null Beeld Isa Grutter
Beeld Isa Grutter

De EU heeft de naam een ondoordringbaar bolwerk te zijn, en de journalisten die er wél verslag van doen, vinden vaak weinig gehoor. De Volkskrant spreekt vier EU-correspondenten over hoe zij daarmee omgaan.

Gijs Beukers

‘Lang niet gezien!’, roept NOS-correspondent Tijn Sadée bij binnenkomst van het Brusselse bruin café Le Coin du Diable (‘de duivelshoek’) tegen kastelein Serge, waarna ze elkaar enthousiast ellebogen. ‘Ik woon tegenwoordig in Hongarije’, zo verklaart Sadée zijn maandenlange afwezigheid.

Ook de reeds aangeschoven Lise Witteman, die als freelancer over de EU schrijft voor De Groene Amsterdammer en Follow the Money, krijgt van Sadée een coronagroet. ‘Nou maar hopen dat we een paar lezers vinden, hè?’, zegt Sadée. ‘Hoe gaat dat bij jou?’ Witteman: ‘Tweede druk. Voor zo’n niche-onderwerp vind ik dat heel aardig.’ Sadée: ‘Man, dat is steengoed! Daar hoop ik ook op.’

Beiden hebben een boek geschreven over de EU. Sadée (57), die deze zomer na 12,5 jaar de EU verruilde voor de post Zuidoost-Europa, schreef samen met oud-NOS-collega Bert van Slooten Het Brusselse moeras – achter de schermen van de macht van Europa, dat vanaf vandaag te koop is. Het boek vertelt, volgens de flaptekst, ‘de verhalen over de ijdele topdogs, de binnenwippers, de getergde idealisten, de stagiaires en de politieke sjacheraars, levend onder de rook van het kolossale Berlaymont, het commissiegebouw waar de macht zetelt’.

Lise Witteman Beeld Rebecca Fertinel
Lise WittemanBeeld Rebecca Fertinel

Witteman (34) schreef een compleet ander boek. In het twee maanden geleden uitgekomen Sluiproute Brussel - de Europese lobby voor de bv Nederland reconstrueert ze zeven casussen waaruit de EU naar voren komt als schimmig bolwerk. Zodra ministers de dienstauto naar Brussel hebben genomen, zijn lobbyisten beter van hun werkzaamheden op de hoogte dan de Tweede Kamer, schrijft Witteman. De flaptekst: ‘Sluiproute Brussel is een meeslepende en geruchtmakende reconstructie over de doorwerking van de Rutte-doctrine in Europa.’

Op het raam van Le Coin du Diable klinkt getik. Het is de huidige EU-correspondent van de NOS, Sander van Hoorn (51), die een sigaret tussen zijn tevreden grijns houdt en naar Sadée ‘kom naar buiten’ gebaart. ‘Ik kom zo!’, roept Sadée. ‘Maar ik heb een nicotinepleister op verdomme.’ Tegen Witteman: ‘Toen ik vanochtend wist dat ik Sander ging zien, kreeg ik al zin om te roken.’

Marc Peeperkorn Beeld Rebecca Fertinel
Marc PeeperkornBeeld Rebecca Fertinel

Drie minuten later komt Van Hoorn binnen. Sadée heeft de verleiding van een sigaret weerstaan en zegt tegen zijn oude makker, met wie hij vier jaar in Brussel heeft samengewerkt: ‘Ga je mij nog een vuistje geven?’ Van Hoorn: ‘Ik ga je straks een knuffel geven. Voor de zekerheid heb ik vanochtend nog een sneltest gedaan.’

Alle Nederlandse EU-correspondenten kennen elkaar, zegt Sadée, die ook schrijft voor NRC. ‘Je komt elkaar zo vaak tegen bij toppen en persconferenties. En ik weet niet hoe de rest erover denkt, maar keiharde concurrentie heb je hier bijna niet. De EU is zo’n mer à boire, in je eentje kun je het allemaal niet volgen. Dus soms bel je een collega op die bij een persconferentie is geweest en dan krijg je wat quotes.’

Van Hoorn: ‘Behalve van krantenjournalisten. Die zijn zo zuur.’ Hij glimlacht naar de binnenlopende Marc Peeperkorn (60), een EU-veteraan die al dertien jaar de man in Brussel is van de Volkskrant. ‘Zeg, Glasgow was toch geen superspreading event?’, vervolgt hij tegen Peeperkorn, die daar was om verslag te doen van de klimaattop. ‘Daar doen ze redelijk geheimzinnig over’, zegt Peeperkorn terwijl hij zijn jas over zijn stoel hangt, ‘maar ik ben acht keer getest.’

Sander van Hoorn Beeld Rebecca Fertinel
Sander van HoornBeeld Rebecca Fertinel

Sadée bestelt een trappistenbier, de rest houdt het bij koffie en bruiswater. Van Hoorn friemelt aan een witte NOS-plopkap, om half zes moet hij naar buiten voor een korte bijdrage aan het radiojournaal.

V heeft de vier journalisten gevraagd om deze donderdag in november om vijf uur naar Le Coin du Diable te komen om, naar aanleiding van de boeken van Witteman en Sadée, te praten over het vak van EU-correspondent. Hoe transparant is de EU? Hoe doe je in je eentje of met zijn tweeën verslag van een club waarvan het belang voor Nederland (groot) niet hand in hand gaat met de belangstelling ervoor (klein)? En hoe maak je dat aantrekkelijk voor je publiek, als dat vaak nauwelijks weet wie de hoofdrolspelers zijn?

Tijn Sadée Beeld Rebecca Fertinel
Tijn SadéeBeeld Rebecca Fertinel

Hoe transparant is de EU? Lise, in jouw boek schets je een negatief beeld.

Witteman: ‘We weten niet eens wat onze ministers doen als ze naar een Raad van Ministers gaan.’

Van Hoorn: ‘Maar dat kan ook niet anders. Bij volledige openheid wordt duidelijk wie water bij de wijn heeft gedaan, terwijl de Raad alleen tot besluiten kan komen als alle ministers thuis kunnen vertellen dat ze de anderen een poepie hebben laten ruiken.’

Witteman, lachend: ‘Moet ik nou aan journalisten gaan uitleggen dat er een zekere mate van transparantie moet zijn?’

Sadée: ‘Ho even. Het beeld wat je nu schetst, klopt niet Lise. De Tweede Kamer stuurt Rutte en ministers met allerlei instructies naar Brussel. En bij terugkomst ondervragen Kamerleden ze daar ook weer over.’

Witteman: ‘Ik denk dat jullie je een beetje blindstaren op de grote thema’s. Migratietoppen, financiële crises. Daar wordt goed verslag van gedaan. Maar daarnaast zijn er nog een heleboel ministers en staatssecretarissen die continu met elkaar vergaderen en juist daar weten we weinig van. We missen gewoon veel.’

Peeperkorn: ‘Die toppen zijn eens in de twee, drie maanden, al is dat tempo de laatste tijd wat opgeschroefd. Maar het merendeel van de tijd zit ik bij al die gewone ministerraden, bij het Europarlement. Ik heb nou niet het idee dat we het allemaal zomaar laten lopen, echt waar niet.’

Witteman: ‘Dit is geen persoonlijke aanval hè.’

Peeperkorn: ‘Nee, zo zie ik het ook niet.’

Witteman: ‘Je kunt niet in je eentje alle facetten van de EU-besluitvorming volgen.’

Peeperkorn: ‘Mijn krant heeft voor veel onderwerpen ook minder interesse. Ik heb tien jaar in Den Haag gewerkt, en ik denk dat hier meer openheid is.’

Witteman: ‘Maar als een minister of de PV (de Permanent Vertegenwoordiger, de Nederlandse EU-ambassadeur die de ‘ogen en oren van de premier’ is, volgens Sadée, red.) namens ons afspraken maakt met andere lidstaten, krijgen we dat dikwijls pas achteraf, op niet-transparante wijze, te horen. Een voorbeeld: vorig jaar hadden vliegtuigmaatschappijen tickets verkocht, maar toen was er door corona ineens een soort Europees vliegverbod, dus wilden consumenten hun geld terug. Europees recht bepaalt dat ze daar recht op hebben, maar de KLM wilde alleen een voucher geven. Toen is Van Nieuwenhuizen zonder de Tweede Kamer te informeren en dus ook zonder enig mandaat in Brussel gaan lobbyen om het Europese consumentenrecht op te schorten. Ze heeft dit alles pas verteld nadat het was mislukt.’

Peeperkorn: ‘Maar is de Tweede Kamer dan niet veel te slap? Dat ligt toch niet aan de EU?’

Sadée: ‘Precies. Het clichébeeld is: Rutte zegt in Brussel tegen een lastig voorstel volmondig ‘ja’, maar tegen de Tweede Kamer zegt hij dat hij een vraagteken heeft neergezet. En dan ga je het later navragen, en dan heeft hij gewoon ‘ja’ gezegd. Natuurlijk speelt zich dat af. Maar dat ligt aan het Nederlandse parlement, dat steviger moet doorvragen.’

Witteman: ‘Nou ja, volgens mij ligt het probleem ook bij de EU. Het is de Raad van Ministers die niet transparant is.’

Peeperkorn: ‘Rutte heeft ook weer niet zoveel ruimte om rare dingen te zeggen. Ik weet meestal vrij snel wat al die belangrijke landen hebben gezegd. Bij die EU-toppen zit ik de hele avond alleen maar te appen met diplomaten. Wat gebeurt er? Wie zegt wat?’

Witteman: ‘Ik vind je ook echt een goede journalist, maar alsnog: de casussen die ik in mijn boek beschrijf, zijn nog nooit in de Volkskrant verschenen.’

Peeperkorn, verontschuldigend: ‘Ik heb je boek niet gelezen, moet ik eerlijk zeggen.’

Terwijl de bitterballen, het bier en het water op tafel worden gezet, pakt Sadée het exemplaar van Sluiproute Brussel dat op tafel ligt en begint de casussen van Witteman voor te lezen. ‘De tabakslobby.’ Peeperkorn: ‘Daar heb ik veel over geschreven.’ Sadée: ‘De wapenlobby, Uber.’ Peeperkorn: ‘Uber weet ik niet meer.’ Sadée: ‘The Green Deal.’ Peeperkorn: ‘Daar heb ik mijn vingers blauw aan geschreven.’

‘Misschien kan hij het boek nog even lezen en erop terugkomen’, zegt Witteman, een halfzus van Volkskrant-columnist Sylvia, glimlachend. Sadée, grijnzend: ‘We hebben hier echt een schisma aan tafel.’

Even later zegt Peeperkorn dat hij graag net als Follow the Money de luxe zou hebben om meer aan onderzoeksjournalistiek te doen. ‘Maar mijn krant wil ook nieuws, interviews en analyses.’

Van Hoorn, net terug van zijn bijdrage voor de radio: ‘Hier wreekt zich dat we gewoon met te weinig zijn. Mijn mede-correspondent Kysia Hekster is een week in Polen geweest voor reportages. Mocht ze gister alsjeblieft een dagje vrij hebben? Maar toen had je hier in België de discussie over verplichte vaccinatie. Daar ben ik van tien tot zeven mee bezig geweest. Best wel lullig voor die Europese ontbossingsstrategie, die ik nu aan de redactie in Hilversum heb moeten laten, maar die meer aandacht had verdiend.’

Witteman: ‘Even de knuppel in het hoenderhok: vinden jullie het niet gewoon gênant dat onze hoofdredacteuren zo weinig in Brussel investeren? Naar zo’n belangrijk machtsblok sturen ze een of twee journalisten. In Den Haag bestaan redacties uit zes tot twaalf mensen.’

Peeperkorn: ‘Ja. Ik stuur standaard elke drie maanden een mail naar mijn hoofdredacteur dat het hoog tijd is dat we teruggaan naar de situatie van voor 2009, toen we hier met zijn tweeën waren. Twee man in Brussel is nog niet gelukt maar mijn smeekbedes hebben er wel toe geleid dat ik steun krijg uit Nederland: eerst van Arie Elshout, nu door Peter Giesen.’

Van Hoorn: ‘Maar het is heel simpel: voor elke persoon die je hier neerzet kun je op zijn minst anderhalve persoon in Nederland betalen.’

Peeperkorn: ‘Ik doe nu bepaalde dingen gewoon niet. Zoiets als toezicht op financiële instellingen, dat kost me veel te veel tijd om me daarin te verdiepen.’

Afspraak met vier EU-correspondenten bij het café Le Coin du Diable, om te praten over verslag doen van de EU. Aanwezig zijn Tijn Sadée (rechts voor, NOS en NRC), Lise Witteman (Follow the Money), Marc Peeperkorn (rechts achter, de Volkskrant) en Sander van Hoorn (links voor, NOS). Beeld Rebecca Fertinel
Afspraak met vier EU-correspondenten bij het café Le Coin du Diable, om te praten over verslag doen van de EU. Aanwezig zijn Tijn Sadée (rechts voor, NOS en NRC), Lise Witteman (Follow the Money), Marc Peeperkorn (rechts achter, de Volkskrant) en Sander van Hoorn (links voor, NOS).Beeld Rebecca Fertinel

Jullie voeren bronnen vrijwel altijd anoniem op. Waarom?

Sadée: ‘Diplomaten zijn ambtenaren, die voer je niet op. Dan ontstaat wel het beeld van smoezelig en niet-transparant, maar we ervaren hier een enorme toegankelijkheid. Als ik nu bel zit ik over tien minuten met een ambtenaar in café zus of zo. Daarnaast bel je voor je informatie met lobbyisten, analisten, denktanks. En met journalisten uit het buitenland. Hoe denken ze erover in Warschau en Boedapest? Er is niets leuker dan om voor een top even naar de Hongaarse briefing te gaan, van de PV van Orbán. Dan krijg je een totáál ander verhaal dan bij Rutte.’

Peeperkorn: ‘De bulk van de informatie krijg je door eindeloos veel te leuteren, bij koffie, thee, lunch, diner.’

Sadée: ‘Marc, jij staat bekend als een echte ambassadeursluncher hè?’

Peeperkorn: ‘Ja, maar niet alleen met de Fransen en de Duitsers. Als ik een tip kan geven: ga vooral naar de kleinere landen. Daar hoor je veel meer. Voor hen staan er minder belangen op het spel.’

De ambassadeurs mag je niet direct citeren. Hoe omschrijf je die dan?

Sadée: ‘Daar is echt taal voor. ‘Volgens een hooggeplaatste diplomaat bij de EU.’’

Peeperkorn: ‘De Duitsers hebben unter eins, unter zwei en unter drei. Drei betekent: je mag de informatie gebruiken, maar je mag het aan niemand toeschrijven. Zwei: je mag wel citeren, maar aan niemand toeschrijven (‘aldus een hooggeplaatste bron’). Eins: je mag ook de naam van de bron noemen. En onder vier ben je dood, als je het doorvertelt.

Sadée: ‘Nou, je mag het dan wel gebruiken, maar op geen enkele manier verwijzen naar locatie en tijdstip waarop je de informatie hebt gehoord.’

Van Hoorn: ‘Als je mij tijdens het Journaal hoort zeggen: ‘Het zou me niets verbazen als dit en dit gebeurt’, dan weet je: iemand heeft onder vier gezegd dat dat gaat gebeuren.’

Hoe onderhoud jij contact, Lise?

‘Ik ga niet naar de toppen, ik zit het grootste deel van de tijd rapporten te lezen, tijdlijnen te maken, de spelers te definiëren. Wie was waar op welk moment? Zo probeer ik te reconstrueren wat de onderliggende belangen zijn. Pas daarna benader ik de poppetjes.’

Sadée: ‘Schuilt daar geen gevaar in? Het helpt toch om samen met ambassadeurs tot ’s ochtends vroeg bij toppen te zijn. Door die gedeelde smart gaan ze je dingen gunnen. Dat is een emotioneel aspect van ons vak.’

Witteman: ‘Ze hoeven mij niet echt iets te gunnen. Ik haal de meeste informatie uit onderzoeken.’

Die toppen duren tot ’s ochtends vroeg. Is er weleens een journalist geweest die een lijn coke heeft genomen?

Sadée: ‘Dat zal weleens gebeurd zijn, ja.’

Van Hoorn: ‘Dat kun je beter aan de premiers vragen. Vorig jaar, tijdens de vijfdaagse top over het coronasteunfonds, heb ik een belboom gemaakt zodat collega’s thuis konden gaan slapen. Een regeringsleider kan dat niet.’

Hoe proberen jullie het nieuws zo te brengen dat het de Nederlander interesseert?

Peeperkorn: ‘Als het groot nieuws is, is het groot nieuws. Anders heb je een aantal uitwijkmogelijkheden: is er een persoonlijke clash? Of een Nederlands belang? Zo probeer je het wat leuker te maken, want als ik een gewoon stukje schrijf, zegt mijn chef: we hebben honderd stukken en kunnen er maar tachtig plaatsen, jammer.’

Van Hoorn: ‘Daarom ben ik ook blij met die Europese toppen. Voor een deel is dat natuurlijk een kunstmatig circus, een modeshow met Rutte en Merkel op de catwalk. Maar omdat iedereen hen kent, kun je het nieuws persoonlijk maken.’

Peeperkorn: ‘Als ik aankom met een verhaal over Eurogroep-voorzitter Donahue, vraagt de chef: ‘Dona-hoe?’’

Hard gelach.

Van Hoorn: ‘Deze heeft hij eerder gemaakt.’

Sadée: ‘Ja, dit is voorbereid.’

Hoe komt het dat zulke hoofdrolspelers zo onbekend zijn en de EU zo weinig leeft? Tijdens de laatste Europese verkiezingen, in 2019, was de opkomst in Nederland 42 procent.

Sadée: ‘Het blijft ver weg. En het grootste probleem is dat je de gezichten niet kent. Vlaanderen stuurt ex-premiers naar het Europees Parlement. Van Nederlandse europarlementariërs heeft niemand gehoord.

Van Hoorn: ‘Ik geef weleens les aan studenten, bij de quiz weet dan niemand wie Esther de Lange is. Terwijl dat een powervrouw is in het Europees Parlement.’

Trek je dat jezelf aan? De NOS zal voor veel mensen de voornaamste bron van EU-nieuws zijn.

Van Hoorn: ‘Nee, wij hebben best vaak europarlementariërs in beeld. Maar niet iedereen kijkt meer naar het Journaal.’

Witteman: ‘Brussel presenteert zich nou ook niet bepaald als sexy overheidslaag. In het parlement zijn geen lekkere debatten.’

Sadée: ‘Lise, weet jij nog dat de VVD’er Malik Azmani de sprong waagde van de Tweede Kamer naar het Europees Parlement? Wij spraken hem voor ‘Brussels by night’, een rubriek van Met het oog op morgen. We pakten de microfoon en zeiden heel gemeen: ‘U staat in Den Haag bekend als iemand die graag naar de interruptiemicrofoon loopt. Dat gaat u in Brussel zeker ook doen?’ O jazeker, zei hij. Toen moesten wij hem live op de radio eraan herinneren dat je in het Europees Parlement elkaar niet mag interrumperen. Hij baalde verschrikkelijk.’

Le Coin du Diable stroomt intussen vol. Het kwartet groet Nederlandse diplomaten en journalisten die een pint komen drinken − donderdagavond is de vaste borrelavond voor EU-medewerkers en het ‘bitterballencafé’ zit om de hoek bij de Nederlandse ambassade.

Barman Serge is te spreken over de klandizie van de Nederlandse diplomaten. ‘Ze bestellen braaf van de tap, niets strafs. De Ieren, Duitsers en Engelsen worden echt dronken, Nederlanders niet.’

Een groot deel van de EU-bubbel houdt zich op op een vierkante kilometer. Het Berlaymont-gebouw, het hoofdkantoor van de Commissie, kijkt uit over het Europagebouw, waar de regeringsleiders bijeenkomen voor de Europese Raad. Het Europees Parlement ligt nog geen kilometer verderop.

Veel eurocraten eindigen hun donderdagavond op de Place du Luxembourg (‘Place Lux’ voor insiders). De stagiairs drinken supermarktbier op het grasperk in het midden van het plein, schrijven Sadée en Van Slooten in Het Brusselse moeras, ‘terwijl op de terrasjes de jonge eurocraten en lobbyisten zich warmen aan de gasbranders naast de biertap. De stagiair die hogerop wil, veinst een volle blaas en pendelt op en neer tussen het grasperk en de wc’s in de cafés. Zo verhoog je de kans dat je op een terras wordt opgehengeld.’

Tijn, de eurocraten borrelen in jullie boek flink. In hoeverre speelt drank een rol in Brussel?

Van Hoorn onderbreekt: ‘Wat je trouwens wel moet weten: Tijn kan een biljartwedstrijd nog rock-’n-roll maken.’

Sadée: ‘Brussel is een speelse stad, zoals iemand in het boek zegt. Vaak worden mensen voor korte tijd uitgezonden en blijft de partner thuis. Natuurlijk wordt het dan laat gemaakt. Ik wil het allemaal niet te romantisch afschilderen, maar ik ben er zelf wel heel gevoelig voor en ik heb er ook vol aan meegedaan.’

Wat betekent dat?

Sadée: ‘Dat betekent laat maken.’

Van Hoorn: ‘Nu willen we details en namen horen.’

Sadée: ‘Nee nee, ik moet als journalist nog lang door. Maar als je om 5 uur ’s middags naar huis gaat, word je weggehoond. Dan begint het pas.’

Dat lijkt me hard werken. Wanneer ben je dan vrij?

Van Hoorn: ‘Ik heb altijd gepast voor avondgesprekken met bronnen.’ Hij kijkt lachend naar Sadée. ‘Ook omdat ik mensen om me heen had die dat wel leuk vonden.’

Sadée: ‘Dit vertel je nu pas! Maar jij moest ook wel om 7 uur ’s ochtends recht in de camera kijken.’

Van Hoorn: ‘En ik zie het gevaar van de druk op je gezinsleven. Mijn gezin is mij gevolgd naar Israël, Libanon en Brussel, dus ik voel mij schatplichtig. Brussel gaat mijn gezinsleven niet kapotmaken, dat heb ik me wel voorgenomen.’

Sadée: ‘Mooie verhalen zijn soms afhankelijk van ontregelende evenementen. Ik was ooit op een top over EU-uitbreiding in, laat ik zeggen, Sofia. Nou ja, ik zeg specifiek Sofia. Om 11 uur zat ik in de lobby van het hoerenhotel dat glamoureus was op zijn Balkans − lelijk dus. Je kunt dan naar bed, want de regeringsleiders zitten nog in het congrescentrum. Maar we wisten dat Rutte die middag een conflict had gehad met de Albanese premier Rama. We wisten ook dat Rutte en Rama sliepen in datzelfde hotel. Dan is het wel leuk als je erbij bent als ze met elkaar clashen in de lobby. Hé Rutte, so you think I’m a criminal?!, riep Rama. Dat bedoel ik met: het stopt niet om 5 uur.’

Rol Parlement, Commissie, Raad

De Europese Commissie stuurt haar wetsvoorstel naar de lidstaten (‘de Raad’) en het Europees Parlement. Beide moeten eerst ieder voor zich hun standpunt bepalen. In de Raad onderhandelen de vakministers van de lidstaten daarover, in het parlement de europarlementariërs. Als de twee standpunten verschillen wat meestal het geval is − schuiven de lidstaten (vertegenwoordigd door de roulerende EU-voorzitter) en het parlement (vertegenwoordigd door hun rapporteur) om tafel om het eens te worden, de Commissie zit erbij als bemiddelaar en vraagbaak. Als de lidstaten en het parlement een akkoord bereiken, is dit de uiteindelijke wet voor alle EU-landen.

Toppen steeds belangrijker

Steeds belangrijker zijn de EU-toppen − de Europese Raad in EU-jargon − van de regeringsleiders. Zij zetten de hoofdlijnen van het beleid uit, waar de Commissie dan mee aan de slag gaat. Ook moeten de leiders vastgelopen discussies tussen de vakministers lostrekken. Als een premier niet aanwezig kan zijn op een top, mag hij of zij niet vervangen worden door een minister of topambtenaar.