Stampij om stampei, motoren en troepen

Het was een prachtige foto, vorige week zaterdag over zes kolommen in het Vervolg. Eindeloze rijen motorfietsen op een groot veld met op de achtergrond tientallen vrachtwagens, ogenschijnlijk net zo verlaten als de motorfietsen....

De foto stond bij een artikel waarin een dilemma uit de Tweede Wereldoorlog werd beschreven: moesten Nederlanders in bezettingstijd produceren voor de Duitse overheerser? Volgens het artikel bestond die vraag eigenlijk niet. Er werd massaal gewerkt en geproduceerd voor de bezetter.

Bij de foto stond: ‘Een zee van Harley Davidsonmotoren op het vliegveld Deelen. De motorfabriek floreerde in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog.’

Die tekst was gebaseerd op informatie van het Algemeen Nederlands Persbureau. Uit die databank was de foto afkomstig. Het ANP meldde nog bij de foto: De motorfabriek bouwde uiteindelijk vanaf 1942 90 duizend motoren.

Heel veel lezers reageerden op dat bijschrift, vooral omdat er niets van klopte. Een aantal reacties: ‘Harley Davidson heeft nooit in Nederland motoren gebouwd.’ En: ‘Met dit onderschrift wordt gesuggereerd dat de motoren op de foto ooit aan de Duitse weermacht geleverd zijn.’

Een ander schreef: ‘De motoren zijn geen Harley-Davidsons (uit USA), maar Britse Matchless 350cc 1-cylinder kopkleppers. Deze motoren zijn natuurlijk pas na de bezetting naar ons land gekomen en hebben nog tot diep in de jaren zestig dienst gedaan bij de diverse legereenheden. Harley’s werden gebruikt door het Amerikaanse leger, terwijl Engelsen in de oorlog eerst Triumphmotoren bereden. Later is hier de Matchless bijgekomen, vermoedelijk omdat de Triumphfabriek in Meriden, Coventry, was weggebombardeerd.’

Kort en goed: foto en artikel hebben hoegenaamd niets met elkaar te maken. Maar hoe komt zo’n foto dan toch in de krant?

De eindredactie van het Vervolg zegt dat zij gewoon bij de fotoredactie een illustratie bij het artikel heeft gevraagd. De fotoredacteur die de foto uitzocht, heeft het artikel kunnen lezen.

Die zegt dat hij zich heeft gebaseerd op het onderschrift van het persbureau. Op basis daarvan leek hem dit een prima illustratie bij het artikel. Dat de foto van na de oorlog dateert, vindt hij niet interessant: het beeld slaat op een situatie uit de oorlogstijd zegt hij.

Ik kan die redenering niet volgen. Het enige wat deze foto met de oorlog gemeen heeft, is dat de motoren in de oorlog zullen zijn gebruikt door de geallieerden toen zij het bezette Nederland wilden bevrijden. Dat heeft niets te maken met produceren voor de Duitsers en daarover ging het artikel. Maar dankzij alerte lezers weten we nu in ieder geval wel hoe het echt zit met die motoren.

En dan kwam er maandag nog een kritisch briefje, over een geheel ander onderwerp. Een lezer schreef: ‘Goed idee van de Volkskrant om ons na de voorronde voor het Groot Dictee een vervolg aan te bieden. Stampei, nou dat is toch wel een heel gemakkelijke en dan nog wel in de kop. Stampij is de juiste spelling.’

De lezer doelde op een kop op de buitenlandpagina van die dag: Stampei van Chávez om bases VS.

Het briefje leidde tot verwarring tussen de brievenredactie en de ombudsman. Het elektronisch woordenboek van de ombudsman gaf als juiste spelling stampei met korte ei. Dat van de brievenredactie gaf echter stampij als juiste spelling. Let wel, in allebei de gevallen gaat het om een elektronische woordenlijst van Van Dale. Uiteindelijk bracht de website van de Taalunie duidelijkheid. Stampij/Stampei mag met korte ei en met lange ij.

In dit geval zat de lezer er dus deels naast, maar de ervaring leert dat dit sporadische missers zijn. Meestal is de kritiek terecht.

Neem deze opmerking: Via de internet Volkskrant las ik het bericht over Gordon Brown, met de kop ‘5.000 troepen extra naar Afghanistan’. Het gaat toch om 5.000 extra soldaten, die op zich een troep, peloton, divisie of zo vormen?

Deze lezer staat niet alleen. Het gebruik van ‘troepen’ waar ‘manschappen’ wordt bedoeld, rukt op in de kolommen, tot ergernis van velen die gruwen van dit soort veramerikaniseerd Nederlands.

Laten we eerlijk zijn: het is gewoon fout. Daarom is het goed dat lezers alert blijven op missers in de krant. Het houdt de redactie scherp. En lezers weten het vaak ook veel beter en gedetailleerder dan de redactie. Veruit de meeste suggesties voor aanvullingen en verbeteringen komen van terecht kritische lezers. Echt gek is dat niet: een krantenredactie weet van heel veel onderwerpen een beetje, lezers weten individueel vaak van een onderwerp heel veel en willen die kennis graag delen.

Meer over