Ssst...

Stilstand is hét stijlkenmerk van het genre 'Nieuwe Spirituele Muziek'. Veel lange noten, weinig dynamiek, en geen wringende samenklanken. Daar wordt de ontvankelijke luisteraar rustig van....

H ET IS de steppe die zingt van zijn stilte. Hier is leegte, hier is niets - of juist alles. Hier vind je niemand, hooguit jezelf.

Het is de monnik die is verzonken in contemplatie. Gebogen over zijn gebedenboek, afgesloten van de rest van de wereld.

En het is de zee die roept om rust. Met golven, langzaam rollend, die het strand nooit zullen bereiken.

'Hier ben ik, alleen met de stilte', zei Arvo Pärt, componist uit Estland, grondlegger van de muziek die 'Nieuwe Spirituele Muziek' is gaan heten. Voor hem is het voldoende dat één enkele noot prachtig wordt gespeeld. Eén noot, één maat rust, één moment van stilte. Zijn muziek is 'wit licht': het heeft alle kleuren in zich, maar alleen een prisma kan ze laten verschijnen.

En het prisma, dat is de ziel van de luisteraar.

Die hoort voornamelijk trage, ijle muziek, voortschrijdend als een begrafenisstoet. Tonaal, herkenbaar, veel herhalingen. Soms - zoals bij Tabula Rasa, Pärts stuk uit 1976 dat te boek staat als de eerste 'spirituele' klassieke compositie - voor twee violen en geprepareerde piano. Soms voor altfluit, kerkklok en 'stemmen'.

Mogelijke reacties: dit schiet niet op.

Of: waar is de muziek?

De muziek huilt, zegt de liefhebber. Het zijn tranen die héél langzaam over je wangen naar beneden lopen.

Een ander hoort filmmuziek zonder film, ziet hooguit in gedachte E.T. nogmaals naar huis vertrekken, of Leonardo DiCaprio naar de bodem van de oceaan.

'Het is Muziek van de Hemel én Muziek van de Aarde', zegt componist Joep Franssens, die speciaal voor het Festival Nieuwe Spirituele Muziek, vanaf zondag in Amsterdam, het stuk Magnificat heeft geschreven. Voor gemengd koor en sopraan.

Religieus, ja en nee. De titel verwijst naar een hymne van Maria (Lucas 1:46-55), de tekst van de Portugese dichter Fernando Pessoa juist naar het aardse, de natuur:

Wanneer de lente komt,

En als ik dan al dood ben,

Zullen de bloemen net zo bloeien

En de bomen zullen niet minder groen

zijn dan het vorig voorjaar.

De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Franssens (44) ontworstelt zich graag aan de realiteit. Hij componeert - op synthesizer - aan zee, te gast in een villa van 'een muziekliefhebber' in Bergen aan Zee. Hij houdt niet van de stad ('ik heb al genoeg herrie aan m'n kop'), en in zijn huis in Amsterdam-Zuidoost kan hij zichzelf niet goed genoeg vergeten.

'Zo gauw ik de zee zie, wil ik die opsnuiven, is het alsof ik openga. Alles is groot, alles verheven. Bij zee kan ik alle ballast van me afschudden. Je komt er terug bij je eigen essentie. Dat heb ik ook bij een middagje vissen op de pier van IJmuiden.

'De mens heeft steeds vaker behoefte te ontsnappen aan de verstikking. In de maatschappij gaat het alleen om het hébben. Zet Veronica of SBS aan, en ze hebben het over seks of over vluchten naar Eilat. Je móet steeds begeren, en dat wordt ondraaglijk, dodelijk vermoeiend.'

Of, zoals Pärt het succes van zijn muziek verklaarde: 'De overdaad aan informatie heeft iets in ons dood gemaakt. Valse informatie heeft in ons een nieuw soort creativiteit opgewekt. Die zoekt een uitweg. Als je een krant van A tot Z leest, kun je exploderen. Het is te veel, te erg.'

'Behoefte aan overgave. Even geen prikkels', zegt Rokus de Groot, bijzonder hoogleraar muziekwetenschappen aan de Universiteit Utrecht en docent muziek van de twintigste eeuw aan de Universiteit van Amsterdam. 'In deze muziek gebeurt weinig. Wie behoefte heeft aan contrast met het dagelijkse, jachtige leven kan er helemaal in opgaan. Het biedt een relatieve rust, een vredigheid.

'Het past bij de secularisering. Muziek neemt de rol van de religies over.'

De concertzaal als nieuwe kerk.

En dus is het niet zo vreemd, meent Franssens, dat de populariteit van de nieuwe spirituele muziek ('ik weet geen andere naam, dus doe maar') groeiende is. En, bovenal, dat er voor het eerst een compleet festival aan wordt gewijd. Niet alleen met de Oost-Europese godfathers Arvo Pärt en Giya Kantsjeli, maar ook met het Requiem voor een Millennium van de New Yorker Toby Twining. Want ook zo'n Mijlpaal lokt extra spiritualiteit uit, is de gedachte. Verder: componeren op Internet. Want Internet is net zo goed een meditatief medium: geen luisteraars naast je, geen zweet, geen geluidjes - bijna sereen.

En earth beats- en trance-bands in Paradiso (smart drugs verkrijgbaar). Ook hier zoekt het publiek naar verklaringen 'binnen hun zelf, of juist helemaal daar buiten', aldus programmeur Maz Weston. Loop Guru is haar hoofdact: 'New Age/hippie-achtige muziek. Ik denk dat die het beste werkt als je erbij blowt.' De band, die elektronische muziek combineert met wereldmuziek, heeft al een boodschappenlijstje doorgefaxt: metalen mokken, brandblussers en een gootsteen.

Alles met het label Nieuwe Spirituele Muziek.

'Mijn werk krijgt ineens een gezicht', constateert Franssens (bewonderaar van Genesis en Ennio Morricone). 'Het wordt zo wel vercommercialiseerd, maar so what? Het is niet mijn uitgangspunt; ik ga uit van het gehele scala van menselijke gevoelens. Dat het een commercieel succes is, is mooi meegenomen. Je kunt reclame maken voor Bach op een voetbalshirt, of op een slagroomtaart van de Hema - Bach zelf blijft even goed.'

'Het zit allemaal in één festival, maar de muzieksoorten hebben weinig met elkaar te maken', zegt prof. dr. De Groot. 'Er is een neiging niet-westerse muziek automatisch te beschouwen als spiritueel. Van oudsher klopt dat misschien wel, maar het is maar de vraag of je dat kunt waarmaken op een westers podium.'

De Groot, gespecialiseerd in muziek in Nederland sinds 1600, merkt dat bijvoorbeeld bij het boventoonzingen. 'Eigenlijk voor westerlingen iets heel onpersoonlijks. De stand van de mond en de tong bepalen wat voor boventoonklank er komt. Het is iets heel natuurkundigs.'

Een beginnerslesje bij Mark van Tongeren, voormalig student van De Groot, afgestudeerd op keelzang in Toeva (zuid-Siberië, grenst aan Mongolië). Hij 'wilde weten wat klankkleur precies inhield'.

Om een idee te krijgen - doet u even mee: zing halfluid met een lage stem klinkers achter elkaar. Van de a in één vloeiende lijn, langzaam, door naar de i, de o, en de u. Béter nog: a - o - oe - u - i.

'Dat ís het eigenlijk. De verschillen tussen de klinkers, zijn de verschillen in boventonen. De melodie die je hoort zijn de boventonen. Andere technieken komen later wel.'

Voor de Mongoliërs is dit meer dan techniek alleen. 'Zeker voor de nomaden is dit terug naar de steppen', zegt Van Tongeren (31), in zijn Amsterdamse huis bijna continu gastheer van Altai-Hangai (en aanhang), de zangers en paardenkopvedelspelers uit Mongolië die regelmatig zijn te vinden op het Leidseplein en in het Vondelpark, maar ook al voor koningin Beatrix en de Dalai Lama hebben gespeeld. 'Ze kunnen goed luisteren naar het geluid van een beekje. De keelklanken zijn daar een weerspiegeling van. Of van dierengeluiden. Of van de wind die wordt tegengehouden door een berg.'

Altai-Hangai, van de Altai-bergen en de Hangai-steppen, bezingt op de cd Gone With The Wind de beste paarden, de tred van de kameel, Djengis Kahn, en de Bogd Khan-berg, vernoemd naar de laatste religieus leider van Mongolië, Argvaanluvsanchoyjindanzanchigbalsambu (1869-1924).

'Dit is nu kennelijk ook nieuwe spirituele muziek.' Van Tongeren kan zich er wel iets bij voorstellen. 'Het past in het idee van de bezinning.' Liefhebbers van Altai-Hangai vinden de muziek 'aards', raken in tranen, voelen dat het 'wezenlijk' is, 'komen thuis', of 'komen in hun lichaam'. Sommige cursisten van Van Tongeren zien tijdens het boventoonzingen wolken, flitsen, of springende kaboutertjes.

'Wolken van geluid', ervaart Van Tongeren zelf. Trillingen in zijn borst. Dromen van vroeger komen terug, en hij merkt dat hij meer geïnteresseerd is geraakt in wat hij vroeger 'zweverig' vond. Niet hoorbare muziek, de verhouding microkosmos/macrokosmos, daar gaat hij verder mee.

'Ik hou mij verre van alles wat zwevend is of met yoga te maken heeft', zegt componist Franssens. 'Van die groepen waarin iedereen elkaar de hand voelt, daar krijg ik het Spaans benauwd van.

'Ik wil in de platenzaak niet in het bakje Rustgevende Muziek staan. Mijn muziek kan ook zeer onstuimig zijn en emotioneel; in Magnificat trek ik alle registers open. Mijn muziek staat bekend als toegankelijk, de oude generatie componisten vindt het te makkelijk. Voor mij is het juist een ab-so-lu-te voorwaarde dat mijn muziek toegankelijk is.'

BIJ OININIO - centrum voor spiritualiteit: Oibibio was de cocon, Oininio de vlinder - zullen de nieuw-spirituelen 'zeker veel luisteraars vinden', denkt hoogleraar De Groot. 'Als je zoekt naar overgave is hun muziek de perfecte muziek. Als je écht luistert, kritisch, vind je het waarschijnlijk vreselijk. Het is opium.'

De nieuwe spirituele muziek staat haaks op wat gangbaar is onder modern klassieke componisten, aldus De Groot. 'De modernisten experimenteren, ondergraven, ironiseren, de spirituelen laten de muziek haar gang gaan, grijpen nergens in. Vandaar de kritiek van de gevestigde moderne componisten: ''De muziek is niet vernieuwend, voegt weinig toe aan al bestaande stromingen.'' '

'Mijn houding is niet bevragend, maar bekennend', zegt Franssens. 'Mijn muziek is niet gebaseerd op conflict, maar gaat uit van vertrouwen. Het is niet kritisch of sceptisch, maar heeft Begeisterung en enthousiasme. Het gevoel dat het oké is.'

Componist Theo Verbey, tevens docent muziektheorie aan het Haagse conservatorium en docent compositie aan het Amsterdams conservatorium, loopt 'met een grote boog' om de nieuwe spirituele muziek heen. 'Dit neem ik volstrekt niet serieus. Dit is zo'n genre dat zich niet ontwikkelt of kán ontwikkelen. Net als achttiende-eeuwse huismuziek voor viool en piano, of tweehandige pianobewerkingen van operadeuntjes.'

Ergo: nieuwe spirituele muziek is 'ongelooflijk saai en zo rustgevend dat het slaapverwekkend is'.

Verbey (40): 'Als in zo'n stuk eenmaal iets in gang is gezet, verandert er ook niets meer. Er zit geen enkele verrassing in. Ik verlang van een compositie dat ik er moeite voor moet doen om haar te begrijpen. Dat ik niet aan mezelf hoef te denken. Vrijwel niemand van naam voert het uit.'

Hij heeft dan eigenlijk meer respect voor Chris Hinze en Gheorghe Zamfir: die durven tenminste zelf op het podium te staan. 'Spirituele componisten zouden met eieren en tomaten worden bekogeld. Dat ze nu in het Concertgebouw worden gespeeld, zegt niks. Toen Mengelberg nog dirigent was, werden daar ook bokswedstrijden gehouden.'

Tan Dun, componist uit China, vertrouwt vooralsnog op zijn publiek. Dat moet hij ook wel, want anders hoeft hij dinsdag niet eens te beginnen aan zijn Circle with four trio's, conductor and audience. De instructies voor het publiek ('Ik verzoek het volgende aandachtig te lezen, vóór aanvang van de uitvoering'):

1) Nadat de dirigent 'Did you see the sound?' heeft gezegd, antwoordt het publiek zuchtend (en stemloos) 'Haaa'.

2) Nadat de dirigent 'Can you write it on the sky?' heeft gezegd, antwoordt het publiek weer met 'Haaa'.

3) Op het hoogtepunt van het werk moet het publiek ongeveer tien seconden vocaliseren/improviseren door te tjilpen, kletsen en schreeuwen, geleidelijk luider wordend en stijgend in toonhoogte.

Daar kan nog maar één woord op volgen: Amen.

Meer over