Specialist in zeer korte verhalen

Lydia Davis heeft toegewijde fans (Maartje Wortel, Thomas Heerma van Voss) en een lange reeks prijzen op zak. Wat maakt haar bondige verhalen zo sterk? Stine Jensen zoekt met Davis zelf het antwoord.

Beeld Daniel Cohen

Lydia Davis gaat voorlezen op een festival in het Louisiana Museum bij Kopenhagen, tussen klinkende namen als Michael Ondaatje, Margaret Atwood en Joyce Carol Oates. Als de Amerikaanse schrijfster ontdekt dat haar vliegtuig een tussenstop maakt in Amsterdam, mailt ze haar uitgever. Het is dé kans om A.L. Snijders te ontmoeten, van wie ze ZKV's (zeer korte verhalen) vertaalt.

Davis (67) schrijft zelf korte verhalen en probeert Nederlands te leren. Ze herkent genoeg woorden om, woord voor woord, zijn verhalen te lezen, te vertalen, en te bewonderen. De voorliefde voor talen en vertalen blijkt uit wat in haar tas zit. Met enige schroom 'het gaat niet om mij' toont ze me de inhoud. Ze leest een Nederlands boek, De familie Goldwasser van Ariëlle Kornmehl ('Ik heb haar geholpen om de Kornmehls te traceren'), iets van Georges Simenon in het Frans ('Geen detective'), en een Noors boek van Dag Solstad. In het Noors. En dat gaat best, ook al kent ze geen Noors. Ze heeft al honderd bladzijden gelezen en gaat er mogelijk iets van vertalen.

Eigenlijk wil ze uit elke taal waarin ze zelf is vertaald iets terugvertalen, al is het maar een gedicht of een verhaal. 'Ik heb uit het Portugees, Duits, Nederlands, Frans vertaald. Japans gaat lastig, maar als het kon, zou ik het doen. Een mogelijke psychologische verklaring is dat ik als 7-jarige in Oostenrijk en in een klas vol Duitstaligen kwam. Ik sprak geen woord, en leerde mij redden.Zo ontstond ook mijn kortste verhaal, van één regel: '

SAMUEL JOHNSON IS VERONTWAARDIGD


dat Schotland maar zo weinig bomen heeft

Je hoeft niet per se iets van Samuel Johnson te weten om dit verhaal te kunnen waarderen, maar het is wel leuk om te weten dat deze man overal een mening over had. Ik nam de zin over uit reisdagboeken in mijn notitieboek, vergat hem weer, en kwam hem toen weer tegen. Het is een verhaal omdat er een klein plot in zit. Dat is een voorwaarde voor een verhaal.'

De kortste is één regel, de langste groeide uit tot de roman Het einde van het verhaal. Ze schreef het boek twintig jaar geleden, en binnenkort verschijnt het in het Nederlands. Het gaat over een schrijfster van middelbare leeftijd die een obsessie koestert voor haar veel jongere minnaar die haar verlaten heeft. Intussen probeert ze een verhaal af te schrijven wat maar niet lukt. Net als haar korte verhalen heeft deze roman iets klinisch, precies en afstandelijks, maar tegelijk voel je, nog meer dan in haar overige werk, de onderhuidse spanning van een obsessieve vrouw. Davis' werk is weleens als 'autistisch' getypeerd. 'Ik vind dat vervelend, maar Samuel Beckett is ook zo genoemd, hoorde ik net. Dan is het een compliment.'

De roman is gebaseerd op haar eigen ervaringen, maar daarover geeft Davis liever niet te veel bloot. 'Het gaat niet over mij, het gaat over het verhaal.' En 'ik kies niet een verhaal, het verhaal kiest mij' zegt ze vaak.

'Ik ben het tegenovergestelde van de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård die van het persoonlijke zijn project maakt', zegt Lydia Davis. Ze vindt hem goed, maar hem met Proust vergelijken is wel erg lui. 'Dat hij lange zinnen schrijft, maakt hem nog geen Proust. Ik ben bang om mensen te kwetsen. Ik gebruik vrijwel nooit namen in mijn verhalen en laat ze vooraf lezen aan mensen die er in voorkomen. Als het ze het niet bevalt, schrap ik het.' Haar tweede echtgenoot Alan Cote, kunstenaar (eerder was ze getrouwd met Paul Auster met wie ze een zoon heeft), leest haar bundels voordat ze worden gedrukt. 'Dat is niet altijd gemakkelijk, maar als hij het niet goed vindt, schrap ik het. Ik wil hem niet kwetsen.'

Het komt ook voor dat iemand een verhaal niet leuk vindt, maar het toch toestaat. Haar beide ouders waren schrijvers, en beiden lazen van jongs af aan met hun dochter mee, van schoolopdrachten tot de eerste stukken voor een cursus creatief schrijven. 'Mijn moeder vond dit verhaal moeilijk. Wie het leest begrijpt meteen waarom':

DE MOEDER

Het meisje schreef een verhaal. 'Maar hoeveel beter zou het zijn als je een roman schreef', zei haar moeder. Het meisje bouwde een poppenhuis. 'Maar hoeveel beter zou het zijn als het een echt huis was', zei haar moeder. Het meisje maakte een kussentje voor haar vader. 'Maar zou een sprei niet praktischer zijn?', zei haar moeder. Het meisje groef een klein gat in de tuin. 'Maar hoeveel beter zou het zijn als je een groot gat groef', zei haar moeder. Het meisje groef een groot gat en ging er in slapen. 'Maar hoeveel beter zou het zijn als je voor altijd sliep', zei haar moeder.

Beeld Daniel Cohen


Als 'het persoonlijke' het persoonlijke project van Knausgård is, dan is het voor Davis de kleine observatie in het leven. 'In mijn laatste bundel staan zeven verhalen over vissen, ik schrijf over koeien en ook veel over vliegen. Ik observeer en noteer iets kleins. Een hond die tijdens een hondentraining zomaar even is afgeleid omdat er een pront poedeltje voorbij loopt.'

Een van haar geestigste verhalen heet 'Ik voel me best prettig maar ik zou me wel wat prettiger kunnen voelen'. Zo begint het:

Ik ben moe.

De mensen voor ons doen lang over het kiezen van hun ijsje.

Mijn duim doet pijn.

Een man hoest tijdens het concert

De douche is een beetje te koud.

Het werk dat ik vanochtend moet doen is moeilijk.

Ze hebben ons te dicht bij de keuken neergezet

Er staat een lange rij voor het postloket

Ik heb het koud in de auto


Davis: 'Ik had de krant gelezen, er was een bericht over oorlog en gewonde soldaten. Ik dacht aan andere levens. Een vrouw die om vijf uur moet opstaan om te werken om rond te komen. En dan denk ik aan mijn eigen leven van opstaan, tuinieren, schrijven, boodschappen doen. In zo'n leven zijn er uiteraard kleine varianten van ongemak, maar ze vallen nogal in het niet. Nadat ik die krant had gelezen, ging ik onder de douche en dacht ik: het water is een beetje te koud. Toen dacht ik weer aan de soldaat. Ik overwoog om de futiele ongemakken af te wisselen met de heftige berichten, omdat ik bang was dat de mensen het niet zouden begrijpen als ik dat niet zou doen, zoiets als: 'bombardement op Gaza het water is een beetje te koud', maar kijk, dat is géén goed verhaal. Dat werkt niet.'

Haar opsomming noemt ze een verhaal, maar het zou ook de tekst van een cabaretier kunnen zijn. Davis' verhalen zijn veelvormig: ingezonden brieven, een flard van een droom, een notitie terwijl ze met haar moeder aan de telefoon zit, of zelfs een fragment uit het werk van een andere schrijver (bijvoorbeeld Roland Barthes of Flaubert) dat uit zijn context gehaald een eigen verhaal wordt en waar ze dan soms iets aan herschrijft of toevoegt. Door dit vrije spel met de reikwijdte van het korte verhaal, ontlokt Davis vaak een debat over het genre. Daarmee is ze ook een writer's writer: haar verhalen zijn niet alleen amusant of scherp, maar roepen steeds de vraag op: is dit nog literatuur?

Lydia Davis' verhalen mogen kort zijn, haar lijst met prijzen (onlangs nog de Man Booker International Prize) is lang. Ze is een schrijfster met een toegewijde groep fans die bij een optreden in de Balie grinniken en hardop de verhalen mee fluisteren. Onder hen zijn veel academici, schrijvers en kunstenaars. Voordat Davis naar Denemarken vertrekt, wacht haar nog een door de uitgever gearrangeerde ontmoeting met twintig van hen, onder wie Maartje Wortel, Lucky Fonz III en Thomas Heerma van Voss.

Misschien lijkt de ingetogen, zichzelf wegcijferende schrijfster wel een beetje op de vrouw uit het volgende korte verhaal. Deze vrouw verschuilt zich in de taal waarvan ze zo houdt, en puzzelt net zo lang totdat het perfecte verhaal haar vindt.

DE VROUW NAAST ME IN HET VLIEGTUIG

De vrouw naast me heeft veel snelle en gemakkelijke kruiswoordpuzzels te doen tijdens de vlucht, uit een boek getiteld snelle gemakkelijke kruiswoordpuzzels. Ik heb alleen maar trage en moeilijke kruiswoordpuzzels of onmogelijke kruiswoordpuzzels. Ze voltooit elke puzzel en slaat de bladzij om, terwijl we op topsnelheid door de lucht vliegen. Ik staar naar een pagina en voltooi er niet één.


Van Lydia Davis verschenen de volgende bundels verhalen in de vertaling van Peter Bergsma het Nederlands bij Atlas Contact: Bezoek aan haar man; De taal van dingen in huis; Varianten van Ongemak. Begin september verschijnt haar roman Het einde van een verhaal in het Nederlands.

Lydia Davis

Geboren: 15 juli 1947 in Northampton, Massachusetts.
Davis begon een opleiding tot violist, maar als twintigster koos ze voor datgene waar ze meer talent voor had: het schrijven van korte verhalen. Ze werkt daarnaast als vertaalster uit het Frans naar het Engels, onder meer Swann's Way van Proust in het Engels, Flauberts Madame Bovary, en werken van Foucault en Blanchot.
In 1974 trouwde ze met schrijver Paul Auster met wie ze een zoon, Daniel, heeft. Ze scheidde van hem toen Daniel 1,5 was. Davis hertrouwde met Alan Cote, beeldend kunstenaar.
Davis publiceerde 13 verhalenbundels en één roman.
In 2013 werd haar gehele oeuvre bekroond met de Man International Booker Prize.

Meer over