Spannend verhaal eindigt in tuttigheid

Beeldende kunst..

Wat zou Medy van der Laan van het beleid van de Nieuwe Kerk vinden? Destaatssecretaris van Cultuur en Media riep om prikkelendertentoonstellingen, die dan meteen meer publiek zouden binnenbrengen. Zevroeg zich blijkbaar niet af of die twee eigenschappen wel bij elkaarhoren. Publiek trekken doet de Nieuwe Kerk immers prima, maar prikkelendkunnen de tentoonstellingen over het algemeen niet genoemd worden.

Zo ontbrak aan Liefde uit de Hermitage vorig jaar iedere zinnigethematische lijn. 'Liefde is van alle tijden' was de leus, waarmee deverschillende historische opvattingen over de liefde, die juist hebbengeleid tot de diversiteit aan uitgestalde voorwerpen, wel erg gemakkelijkopzij werden geschoven. De bezoekers zal het weinig hebben uitgemaakt: diekwamen voor de glimmende of anderszins duur ogende kunstvoorwerpen uit deHermitage in St. Petersburg.

In die zin is er met de nieuwe productie Indonesia. De ontdekking vanhet verleden iets vreemds aan de hand. Je ziet hier het verwachte genrenijverheid, alleen dan Indonesisch: de onvermijdelijke boeddha's, goudenkrissen en siervoorwerpen.

Maar daaronder blijkt een heuse verhaallijn te zitten, en die is opzichzelf spannend, interessant en zelfs nieuw te noemen. Het uitgangspuntklinkt dan wel wat stijfjes - verzamelgeschiedenis - , maar in feite isdat niets minder dan een wetenschappelijke term voor een verhaal overscherpe conflicten én nieuwe nuances in het Nederlands koloniaal verleden.

Ieder potje of gebatikt doekje heeft immers een reden waarom het in eenmuseumdepot terecht is gekomen. Gastconservator Pieter ter Keurs van hetRijksmuseum van Volkenkunde in Leiden wilde aantonen dat het niet alleenoorlogszucht was die de collecties van Nederlandse volkenkundige museaheeft bepaald. Een nuance, zoals dat anno 2005 de trend is in volkenkundigemusea. Na de jaren zeventig, toen het ging om morele schuld enterugbetaling, wordt nu getoond dat zowel nieuwsgierige wetenschappers,vredige expedities, geïnteresseerde bestuurders als - in mindere mate -bloeddorstige militairen bijdroegen aan de collectievorming.

De voorwerpen variëren daarom van een sobere lepel, als voorbeeld vanvroege etnografische verzameldrift, tot, tegen het eind, glimmend goud, devoorkeur van Nederlandse soldaten. De verhalen rond die voorwerpen zijnronduit dramatisch. Een borstsieraad belichaamt de wrede plunderingen doorhet Nederlandse leger in 1908 op Bali. Het sieraad werd door kroonprinsDéwa Agung Gedé Agung gedragen, toen hij met zijn familie, ingesloten inhet paleis, een zelfmoordactie uitvoerde. Het voorwerp is waarschijnlijkvan zijn dode lichaam afgerukt, en zo uiteindelijk in het museum terechtgekomen.

En toch, ondanks deze invalshoek, blijft Indonesia de typische NieuweKerk-tuttigheid houden. De thematiek blijft wel erg op de achtergrond,alsof het anders te moeilijk zou worden. Een audiotour met bekendeNederlanders is een mager substituut voor een verdiepende presentatie -zoals bijvoorbeeld het Tropenmuseum in haar nieuwe visie op Indonesië datwel is gelukt.

Je moet het dus vooral doen met de voorwerpen op zichzelf - variërendvan 9de-eeuws vakmanschap tot ingenieuze 19de-eeuwse vervalsingen. Maarvoor samenhangende cultuurhistorische kennis over wat je ziet, kun je danweer beter naar een volkenkundig museum gaan. Naar goed gebruik overheerstin de Nieuwe Kerk nog steeds de vooronderstelling dat een voldoende dosisgoud ons ademloos zal achterlaten.

Merlijn Schoonenboom

Meer over