Taalgebruik!Woord van de week

Soms ontbreekt het aan iemand die op mij lijkt

Dialect, jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. Iemand die op mij lijkt, die is er niet altijd.

Janna Reinsma

Een paar jaar geleden hoorde ik hem voor het eerst. De Amsterdamse stadsdichter Gershwin Bonevacia had het over situaties waarin hij zich soms minder thuis voelde in Amsterdam, bijvoorbeeld ‘als ik in een theater, op een literaire avond of een festival ben en ik zie alleen maar witte mensen in het publiek en de line-up, en helemaal niemand die op mij lijkt’.

Het maakte indruk. Over de bewoording bleef ik peinzen. Was het niet logischer te zeggen ‘niemand op wie ík lijk’ dan te verwachten dat anderen op jou lijken? Tegelijkertijd klonk het ook juist bescheiden, tactvol. Bij ‘niemand die op mij lijkt’ hoef je niet te zeggen wat de andere aanwezigen wél zijn (wit bijvoorbeeld, hetgeen als een beschuldiging kan klinken), maar duid je aan wat er ontbreekt (diversiteit, representatie).

Sindsdien kom ik ‘(n)iemand die op mij lijkt’ steeds vaker tegen, vooral wanneer mensen van kleur vertellen over hoe het is om carrière te maken in van oudsher witte bolwerken.

Het mooie is dat iedereen de uitdrukking meteen lijkt te begrijpen. Toen ik (een witte vrouw) in 2017 naar Wonder Woman ging, de eerste superheldinnenfilm die ik ooit zag, kwam ik verrassend geraakt uit de bioscoop. Wat een verademing, een vrouw op het witte doek die anderen redde in plaats van gered te worden. (Of ze op mij lijkt, laat ik in het midden.)

Iedereen wil zichzelf weleens in de wereld terugzien. Nico Dijkshoorn beklaagde zich onlangs in een column over barbecuekookboeken vol foto’s van bebaarde oermannen: ‘Op niet één foto zie ik iemand die op mij lijkt. Nergens een half kale man (...) naast een piepkleine elektrische barbecue.’

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Meer over