'Soms is geweld de enige weg'

Ferdinand von Schirach, strafadvocaat te Berlijn, maakt furore met korte verhalen die hij baseert op zijn eigen praktijk. ‘Ik verdedig de mens, niet de daad.’..

Op de omslagfoto van zijn eerste verhalenbundel heeft hij een sigaret in de mond. Rookt hij nog? ‘Ja, und wie.’ Hij weet ook waarom. ‘De sigaret staat tussen jezelf en de omgeving, dat is in zekere zin een bescherming. Je hebt altijd alles met je sigaret gedeeld. Als je ophoudt, ben je volkomen onbeschermd, naakt. Ik kan ook niet schrijven zonder sigaret.

‘Er was vroeger toch ook geen journalist die niet rookte. En wat interessant is: de vrouwen uit het verzet in het Derde Rijk hebben allemaal gerookt. Nina Gräfin von Stauffenberg rookte als een schoorsteen en is 92 geworden. Toen ze al heel oud was liet ze de huishoudster nog een sigaret in haar mond steken.’

Strafadvocaat Ferdinand von Schirach lacht smakelijk : zo’n tegendraadse instelling spreekt hem aan. Net als mensen die niet altijd reageren zoals je zou verwachten. Hij mag zelf ook graag sterke reacties uitlokken. Een half uur geleden vroeg hij het publiek dat in het Goethe-Institut in Amsterdam met zijn verhalenbundel en de toelichting daarop had kennisgemaakt: ‘Een man hakt zijn vrouw in stukken en krijgt daar drie jaar voor. Vindt u die straf te laag of te hoog?’

Even daarvoor had hij het eerste verhaal voorgelezen uit zijn debuut Verbrechen, in het Nederlands uitgebracht als Misdaden: Friedhelm Fähner, jarenlang een gewaardeerde, meevoelende huisarts, nu 72 jaar, beloofde zijn vrouw op hun huwelijksreis, meer dan vijfenveertig jaar geleden, dat hij haar nooit in de steek zou laten. Hij was een man van zijn woord, en liet zich jaren door haar beledigen, vernederen, terroriseren. Tot op een stralende ochtend in september, als hij haar vraagt naar de kelder te komen. Met de bomenbijl splijt hij haar schedel, onthoofdt haar, en hakt armen en benen af. Hij krijgt honger, kleedt zich uit, wast zich, kleedt zich weer aan. Belt 112.

Tijdens het proces van vier dagen krijgt hij veel medeleven. Hij hield nog van zijn vrouw, maar heeft zijn belofte verbroken en moet met zijn schuld leven, zei Fähner in zijn laatste woord. De advocaat hield een lang pleidooi. Het was een rechtsfilosofisch probleem. Waarom moet iemand gestraft worden? Ter afschrikking, bescherming van anderen, om herhaling te voorkomen. Niets was op Fähner van toepassing.

De officier van justitie eiste acht jaar. Hij werd tot drie jaar veroordeeld. Straf in een open afdeling. Overnachten in de gevangenis, overdag in vrijheid werken. Hij ging appels verkopen uit zijn tuin. Stuurde er tien op naar zijn advocaat.

‘Ik verdedig de mens, niet de daad.’ Von Schirach kan het niet vaak genoeg herhalen. Hij is geïnteresseerd in zaken die ons allemaal kunnen gebeuren. Waar we begrip voor kunnen opbrengen. ‘Ik geloof dat de mens verantwoordelijk is voor zijn daden. Er bestaat een vrije wil, ook al beweren sommige hersenonderzoekers anders. Maar er zijn situaties die zo dwingend zijn, waarin de wonden zo diep zijn, dat er geen andere uitweg is, of lijkt te zijn, dan een gewelddaad. Toch blijven mensen verantwoordelijk. Als we daar niet meer in geloven kunnen we de winkel sluiten.’

Misdaden telt elf verhalen die de essentie weergeven van een gepleegde misdaad, die Von Schirach uit achthonderd van zijn zaken koos. Daaromheen bouwt hij een kort verhaal waarbij hij zijn fantasie gebruikt. Zijn zwijgplicht als strafadvocaat weegt zwaar. Geen van zijn echte cliënten mag te herkennen zijn.

De thema’s schuld en onschuld worden hem nogal eens voorgelegd als het om zijn familie gaat. Zijn grootvader was de nazi Baldur von Schirach, leider van de Hitlerjugend en gouwleider van Wenen; in Neurenberg tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld. Von Schirach is er kort en helder over.

‘Wat hij heeft gedaan is zijn schuld, niet mijn schuld. Het waren de zonen die zich lang schuldig voelden of moesten voelen. Maar voor ons, kleinkinderen, is het langer geleden. Nog twee generaties en het zal geschiedenis zijn.’

Toen Ferdinand tien jaar was en naar een internaat in het Schwarzwald ging, stierf zijn opa. Een aardige man voor hem. Over wie hij later, tijdens zijn studie, zou lezen. Het proces van Neurenberg was ook interessant voor zijn beroep.

In het strafrecht ziet men de mens het scherpst. De existentiële problemen. De morele schuld speelt daarbij geen rol voor de strafadvocaat. ‘Als het daarom ging, had ik pastoor moeten worden. Kan het openbaar ministerie bewijzen dat iemand de dader is? De advocaat kan dat in twijfel trekken. En hoe zwaar weegt de schuld? De meeste processen gaan om de schuldvraag.

‘Belangrijk is ook de waardigheid van een mens. De advocaat moet ervoor zorgen dat die hem niet ontnomen wordt. Dat hij, ook al heeft hij afschuwelijke dingen gedaan, niet tot een object wordt gemaakt.’

De verhalen zaten al zó lang in zijn hoofd, hij hoefde ze alleen nog maar op te schrijven. Hij koos spannende verhalen, geen politieke kwesties of grof misdaadgedoe, en schreef ze ’s nachts op. Tussen drie en acht uur. Hij heeft weinig slaap nodig. Zijn tweede bundel, Schuld, bevat vijftien verhalen. Ook die zijn door kritiek en lezers toegejuicht. Het eerste: negen burgermannetjes van een blaaskapel verkrachten een 17-jarig meisje op een volksfeest. Ze waren verkleed. Ze zwijgen. Niemand werd veroordeeld.

‘Ik was nog maar net advocaat, geloofde in de opvatting: verdediging is strijd, strijd om de rechten van de beschuldigde, en heb toen mijn onschuld verloren. Ik werd op een harde manier volwassen in het vak.

‘Schuld is misschien bruter, maar ook gecomprimeerder, nog meer tot de essentie teruggebracht, en donkerder. Alle verhalen hebben gemeen dat ik ze met veel plezier heb opgeschreven. Ik heb nooit iets met innerlijk gerichte literatuur gehad. Met een innerlijke wereld en bijbehorende monologen. Dat hoort niet bij mij.

‘Ik schrijf makkelijk en ben blij met mijn talent. Ik hóór het als ik onzin opschrijf. Ik hoor het als de zinnen geen ritme hebben en de woorden niet passen. Beelden spreken mij ook aan. Het verhaal vertellen als in een film.

‘Eenvoudig schrijven, daar gaat het om. Zoals Raymond Carver, die maakte het de lezer ook niet onnodig moeilijk. Op een seminar vroeg een student aan mij: hoe schrijf je dat iemand ademt? ‘Hij ademt’, zei ik, nadat er ingewikkelde suggesties waren gedaan.’

In Der Spiegel van 6 september staat een waar verhaal dat grote gelijkenissen vertoont met dat van dokter Fähner. In het Goethe-Institut vroeg iemand waarom de dokter zijn vrouw op zo’n gruwelijke wijze had gedood. Von Schirach: ‘Er is een deugdelijke opvatting dat een dader die één gericht schot afvuurt gevaarlijker is dan een hakker als Fähner. Dat ene schot getuigt van een zekere Gefühlskälte.’

Meer over