Jeugdboeken

Soms bereik je meer met minder, ook in prentenboeken

Met beperkte middelen kun je de mooiste prentenboeken maken, laten deze illustratoren zien.

Pjotr van Lenteren

Dat het drukken van boeken zo goedkoop is geworden, is niet per se een voordeel. Wat een illustrator ook maar wil op het gebied van kleur, detail en textuur: in prentenboeken lijkt álles te kunnen. Toch zijn er steeds meer illustratoren die juist kiezen voor minder.

Een uitgeverij die daar een zeer uitgesproken beleid in voert, is het drie jaar oude Boycott. De interessante en uitdagende boeken van dit fonds zijn in de winkel direct herkenbaar. Het onlangs verschenen De vallei (Boycott; € 24,99; 6+) is er een mooi voorbeeld van.

null Beeld Boycott
Beeld Boycott

Het concept achter dit Nederlandse debuut van de Franse illustrator en kunstenaar Anne-Hélène Dubray is oersimpel: we zien steeds dezelfde vallei, door de eeuwen heen en zelfs in de toekomst. De vormgeving lijkt in eerste instantie enigszins weerbarstig. Zo klopt het sterk vereenvoudigde perspectief niet helemaal: mensen en dieren toont ze steeds van opzij. Het is alsof je naar een tweedimensionale kijkdoos kijkt.

Verder gebruikt ze een beperkt aantal pastelkleuren, die op zichzelf zacht zijn, maar in verhouding tot elkaar steeds weer anders contrasteren en soms zelfs vloeken. Het maakt dat de toeschouwer nieuwsgierig blijft zoeken naar nieuwe combinaties. Wat afstandelijk en eenvoudig leek, blijkt bij nadere beschouwing juist onderhoudend, gul en gastvrij.

Een vergelijkbare vertraagde ervaring biedt het eigenzinnige werk van de jonge beeldend kunstenaar en illustrator Joren Joshua. Hij debuteerde opvallend met Zeb. (Querido, 2018), geschreven door Gideon Samson, dat werd bekroond met een Zilveren Penseel. In dit boek gebruikte hij alleen de kleuren zwart, geel en oranje. Voor Boeli & Mumi en de fantastische reis naar het begin van de ochtend (Lannoo; € 15,99; 5+), met tekst van rapper Pepijn Lanen, koos hij juist voor een palet van wat donkerder kleuren. Terwijl hun ouders nog slapen, gaan Boeli en Mumi in het nog onverlichte huis op zoek naar hun ontbijt. Dat blijkt nogal een avontuur. De visuele wereld van Joshua heeft een eigen logica: een papegaai kan als het zo uitkomt bruin zijn, het handvat van een scheermes kan slingeren als een slang.

null Beeld Lannoo
Beeld Lannoo

Bij kunstenaar en prentenboekenmaker Hedy Tjin heeft de kleurkeus naast een kunstzinnige ook een politieke lading. Tjin, deels van Surinaamse afkomst, wil meer en andere kleuren in kinderboeken laten zien dan de gebruikelijke. Inspiratie daarvoor doet ze op tijdens haar reizen, in het bijzonder in Suriname. Met schrijver Henna Goudzand Nahar maakte ze Op de rug van Bigi Kayman (Querido; € 16,99; 6+), over de tot slaaf gemaakte kinderen Afi en Kofi, die ontsnappen op de rug van een grote, mythische krokodil. Tjin gebruikt nooit zwart, zelfs niet in de letters van de tekst.

null Beeld Querido
Beeld Querido

Knap hoe Tjin met beperkte middelen zo veel sfeer weet te brengen in haar werk: het felle middaglicht op de suikerplantage, de fluwelen schemering op andere plekken, in de schaduw van het oerwoud en bij een kampvuur of bij zonsondergang. Tegelijkertijd zijn de haren van de helden niet zwart maar paars en bij de drukker ook nog eens afgemaakt met fluorescerend roze.

Bij beide illustratoren is de werkwijze ontstaan door omstandigheden. Joshua leerde het vak als graffitikunstenaar, die goed moet kiezen welke spuitbussen de rugzak ingaan en het daar vervolgens mee moet doen. De kenmerkende stijl van Tjin begon met het pak van twaalf stiften dat ze op reis in haar koffer had. De beperkingen dwongen hen tot een spel met onorthodoxe keuzes.

Wat deze prentenboekenmakers, behalve hun eigen plezier met puzzelen, vooral lijken te willen bereiken: de fantasie prikkelen door de middelen te beperken. Het zijn boeken waar je langer naar kijkt, juist doordat ze ogenschijnlijk eenvoudig zijn gehouden. Alsof er meer is door minder.

Meer over