Taalgebruik!wadiwatwat

Sommige mensen zijn gemaakt van obaar

In de rubriek Wadiwatwat elke week een verzonnen woord, ingestuurd door een lezer, dat tot nu slechts in kleine kring bekend was.

Redactie
Frank Jonkman Beeld
Frank Jonkman

Frank Jonkman: ‘‘Die is van obaar’, zei mijn moeder over mijn ome Jan, een grote en onverschrokken kerel, die met één arm hangend aan de dakrand het raamkozijn schilderde. Alle mensen die onverzettelijk en onverwoestbaar waren gebleken, niet kapot te krijgen, kregen het predicaat obaar. Ze bestonden uit obaar, ze waren ervan gemaakt, hun onverwoestbaarheid kwam eruit voort. Het was dus niet helemaal aan henzelf te danken, ze hadden het van nature. Toch sprak ze met bewondering over die mensen van obaar. Het was dus ook iets wat ze deden, waar ze een voorbeeld aan wilde nemen, in wier schaduw ze wilde staan, overigens in het volste besef van haar eigen kwetsbaarheid.

Behalve door mijn broers, vader en een tante heb ik dit woord nooit horen gebruiken. Ik, opgegroeid in Vlissingen, veronderstelde dat het streektaal was, maar ik heb het noch in Van Dale noch bij Google kunnen terugvinden.’

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Stuur uw woord, voorzien van een toelichting van maximaal 1050 woorden en het door uw hand geschreven woord naar taal@volkskrant.nl.

Meer over