dagboekHenk de Velde (1949)

Solozeiler klapt op onbekend obstakel

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
Zeezeiler Henk de Velde aan boord van zijn zeiljacht. Beeld ANP
Zeezeiler Henk de Velde aan boord van zijn zeiljacht.Beeld ANP

Atlantische Oceaan, 16 mei 1993

De Zeeman blijft goed op koers liggen en ik besluit een uurtje te gaan liggen. Afgelopen nacht heb ik veel in mijn stoel gehangen. Nu kies ik voor mijn kooi.

Lijnen gespannen vanuit de top van de mast waarschuwen me als de boot uit koers loopt. Ik zit niet in een scheepvaartgebied en binnen hoor ik schroefgeruis al op zo’n vijf mijl afstand. De Zeeman loopt ongeveer tien mijl. Ik val in slaap. Slapen op deze manier betekent gekleed, laarzen aan en oren open.

Ik word wakker door een enorme klap.

De Zeeman heeft gedurende de reis al duizenden harde klappen te verduren gehad. Eerst denk ik: wat een klap. Ik bloed uit mijn neus, ga zitten, maar leg mijn hoofd direct weer op het kussen met de gedachte, laat eerst het bloeden overgaan. Tot ik vijf minuten later, het kunnen er ook vijftien geweest zijn of een half uur, denk: ‘Er is meer aan de hand.’

De pannen van het gasstel liggen naast mij. Een computer ligt boven op me. De andere ligt op de grond. Ik bloed nog steeds, kruip naar buiten en zie dat de mast omver ligt. Mijn voorhoofd voelt zo dik, dat ik mijn neus nauwelijks voel. Door een scheur in het zeil zie ik dat de boeg aan bakboord eraf ligt.

Ik kijk naar rechts en zie op ongeveer een mijl afstand een schip. Ik begin met een handdoek te zwaaien.

Henk de Velde (1949), solozeiler. Ingekort fragment uit Zwaaien naar Bluff. Uitgeverij Elmar, 1993.

Meer over