Solist heeft aan zichzelf niet genoeg

Fanfare door Thomas van Luyn, regie: Aad Spee. Theater Bellevue Amsterdam, 26 november. Tournee...

PATRICK VAN DEN HANENBERG

Soplattaswat door Rick Lorenzo Dros. Regie: Ton Offerman. Het Oude Raadhuis Hoofddorp, 27 november. Tournee.

Een wondermiddel door Marcel Verreck. Regie: Margot Ros. De Purmareyn Purmerend 28 november. Tournee.

Het scheelt als je de gage alleen met een technicus hoeft te delen. In het tijdperk van individualisme is het lekker om alleen met jezelf rekening te houden. En Freek en Youp doen het toch ook alleen. Dus roept menig cabaretier: 'Ik ga solo.'

Thomas van Luyn was tot vorig jaar de helft van Ajuinen en Look. Zijn maatje Mike Boddé werd ziek, en Van Luyn ging als solist verder. Marcel Verreck speelde een aantal jaren met gitarist Paul Pleijsier. Deze vond dat hij zich als muzikant in een cabaretprogramma niet genoeg kon ontplooien, en Verreck ging alleen door. Rick Lorenzo Dros is al vanaf zijn debuut in 1993 op het Amsterdams Kleinkunstfestival in zijn eentje.

Het is weinig cabaret-eenlingen gegeven een hele avond aangenaam te vullen. Thomas van Luyn presenteert in 'Fanfare' een verzameling treurige gevallen, die zich allemaal op de verkeerde plek bevinden. Hij opent met een man die tegen de klippen op vrolijk probeert te zijn op een feestje, maar op geen enkele manier contact weet te maken. Ook de gladde showbizz-zanger en de kinderclown Pepe zijn duidelijk de weg kwijt. Als Van Luyn persoonlijk wordt, bekent hij dat hij eigenlijk in Californië of Frankrijk had moeten wonen.

Het is knap dat hij dat idee zo consequent volhoudt, maar des te jammerder dat hij dat een groot deel van de avond fantasie- en humorloos doet. Het ideetje van de Amerikaanse show-gladjakker is niet origineel, maar wel aardig. Voor een minuut of twee, en niet eindeloos uitgesponnen. Puberale grapjes zijn leuk, maar er moet wel een duidelijk contrast zijn, anders sla je de plank mis.

Zonder Mike Boddé komt Van Luyn niet veel verder dan de meligheid van jaren tachtig herhalen. Hij heeft zich ten doel gesteld om het publiek niet meer bij te laten komen van het lachen, en moet zich daartoe enorm forceren.

Ook Rick Lorenzo Dros redt het niet in zijn eentje. Zijn eerste twee programma's waren interessant omdat hij daarin zijn kwaliteiten als tekenaar gebruikte om zijn absurde en maatschappijkritische observaties te omlijsten. Ook nu zijn de strak getekende poppetjes weer present, maar vooral in het decor.

In de eerste helft zien we God, De Grote Knoeier, aan het werk tijdens de befaamde zes dagen. Na de pauze zien we de puinhoop die de schepselen ervan hebben gemaakt.

'Soplattaswat' bezwijkt onder het gewicht van de pretenties. Dros wil ons van alles inpeperen, maar vergeet dat zoiets alleen werkt als er genoeg humor doorheen wordt gestrooid. We weten wel dat house-party's geen toonbeeld van diepzinnigheid zijn, dat de commerciële zenders ranzige seksreportages uitzenden, en dat de mens geneigd is om de ander de hersens in te slaan. Maar daar heb je nog geen interessant programma mee.

Als cartoonist heeft Dros bewezen deze thema's kort, scherp en geestig te kunnen behandelen. Als cabaretier schiet hij tekort.

Van het drietal solisten dat afgelopen week in première ging is alleen Marcel Verreck erin geslaagd de pretenties waar te maken. De Grote Knoeier van Dros is bij Verreck de wijze alchemist Ronaldo geworden.

Hij doet verwoede pogingen het paradijs te verdedigen tegen de opdringerige wereld van geld, verveling en ijdelheid. Ook bij Verreck komen de menselijke domheid en de seksreportages over de 'echte artsen zonder grenzen' aan bod, maar hij deelt onverwachte dreunen uit.

Net als Van Luyn probeert Verreck de mensen aan het lachen te maken. Maar hij werkt de voorbeelden van de waanzin en contactgestoordheid veel geestiger en met veel meer raffinement uit. De plastisch chirurg, die vol minachting over 'de nijlpaarden op de snijtafel' praat, en Haagse Aad die de klanten op de survival-tochten een poot uitdraait, zijn schitterende typetjes.

In zijn persoonlijk getinte stukken komt een bijna ontroerende wanhoop en onrust naar voren. Daarmee maakt hij het publiek tot bondgenoot. Marcel Verreck heeft in tegenstelling tot Van Luyn en Dros op het podium niemand naast zich nodig.

Patrick van den Hanenberg

Meer over