interviewCarl Hart

Snuiven om een beter mens te worden: deze neurobioloog pleit ervoor

null Beeld Aafke Bouwman
Beeld Aafke Bouwman

Een topwetenschapper die heroïne snuift: de Amerikaanse neurobioloog Carl Hart schreef een boek over zijn eigen ervaringen met drugs. Hij wordt er een beter mens van, zegt hij zelf, eerlijker en opener.

Carl Hart was ruim voorbij de 40 toen hij voor de eerste keer heroïne gebruikte. De 54-jarige Amerikaanse professor en neurobioloog aan Columbia University schrijft uitvoerig over zijn eigen gebruik in zijn spraakmakende, onlangs verschenen boek Drug Use for Grown-Ups: Chasing Liberty in the Land of Fear.

Die eerste keer was duidelijk geen geval van jeugdige onbezonnenheid, schrijft Hart, zoals bijvoorbeeld politici vaak beweren als hun drugsgebruik uit een ver, ver verleden ter tafel komt. Neem Barack Obama, die in zijn biografie Dreams of My Father schreef over jointjes op de middelbare school. Of Bill Clinton, die in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 1992 bekende dat hij ‘vroeger weliswaar had geblowd, maar dat de roes aan hem was voorbijgegaan’. Clintons ‘I did not inhale’ is wellicht de beroemdste aller halfbakken drugsbiechten.

Nee, Hart maakte zijn keuze weloverwogen. En zijn herinnering is opmerkelijk onspectaculair, als een doodnormale, gezellige vrijdagavond.

Uit Drug Use for Grown-Ups: ‘Een vriendin, Kristen, had gevraagd of ik heroïne met haar zou willen gebruiken. Ze was nieuwsgierig, had het nog nooit gedaan. Same here. We gebruikten geen naalden, zoals in de films, maar snoven een dun lijntje. Direct voelden we het prettige effect dat karakteristiek is voor opiaten: een gevoel van dromerige, lichte verdoving, vrij van stress. We praatten, haalden herinneringen op, lachten, wisselden ideeën uit en schreven zorgvuldig op wat we meemaakten. Nadat de drug was uitgewerkt, namen we afscheid en gingen we naar huis.’

Persoonlijke biecht

Zijn persoonlijke biecht is bedoeld om de beeldvorming over drugsgebruikers op te schudden, zegt hij via een Skypeverbinding vanuit zijn huis in New York. De gemiddelde gebruiker is immers geen gevaar voor de omgeving, noch een tragische, in een eenzame trip weggezakte figuur, maar een verantwoordelijke, sociale en functionerende volwassene. Tel daar in zijn geval bij op: echtgenoot, vader van drie kinderen en topwetenschapper, met op zijn cv ruim honderd wetenschappelijke publicaties en twee boeken. Het grote probleem: drugsgebruikers worden volgens de wet allemaal als crimineel beschouwd. ‘Het zou enorm helpen als mensen op grote schaal openlijk over hun gebruik vertellen’, zegt hij. ‘Wanneer ik anderen vraag om wat hun drugsgebruik betreft uit de kast te komen, moet ik zelf het goede voorbeeld geven.’

Let wel: Hart richt zich met zijn nieuwe boek nadrukkelijk tot volwassenen in goede geestelijke en fysieke gezondheid, functionerend in de samenleving, verantwoordelijk voor zijn of haar omgeving, zich ervan bewust welke dosis nodig is voor het beoogde effect. Mensen met chronische pijn of problemen met angst of depressie raadt hij gebruik ten sterkste af. Ze zijn vatbaarder voor verslaving. Hij wil de schaduwzijde en risico’s van drugsgebruik geenszins bagatelliseren. Daarover zo meer.

Intieme setting

Zijn drugsgebruik – naast heroïne rekent hij onder meer cannabis en MDMA tot zijn favorieten – helpt hem een beter mens te worden, schrijft Hart. Hij wordt er eerlijker en opener van. Tegen zichzelf, zijn kinderen, zijn vrouw. Tegen vrienden als Kristen.

Over de exacte details van plekken en frequentie van zijn gebruik houdt hij zich liever op de vlakte. Een grote mate van zorgvuldige planning en voorzichtigheid is wat hem betreft uiteindelijk cruciaal tijdens het gebruik van illegale middelen waarvan in de Verenigde Staten alleen al bezit tot gevangenisstraf kan leiden. ‘Laat ik het zo zeggen: ik ben 54, de setting waarin ik bijvoorbeeld MDMA gebruik, verschilt vermoedelijk nogal van iemand die 21 is. Ik sta niet tot ’s ochtends vroeg in een club te feesten met vrienden. Een intieme setting met mijn vrouw heeft mijn voorkeur.’

Hij schrijft zonder uitzondering lovend over effecten van drugs op zijn welbevinden. Ook over heroïne dus, ondanks het ontegenzeggelijk grimmige imago van de drug. ‘Het bekende beeld van de heroïnegebruiker is iemand met een naald in de arm die langzaam wegzakt en alle contact met de omgeving verliest – maar wat journalisten, filmmakers en schrijvers je zelden vertellen, is dat zo iemand op dat moment een veel te sterke dosis neemt. De meeste mensen die drugs gebruiken, willen méér voelen. Een kleine minderheid wil wegzakken in verdoving.’

Met escapisme heeft zijn gebruik niets te maken, zegt hij. ‘Ik wil juist deelnemen aan het leven, een zo goed mogelijk mens zijn voor mijn omgeving. Heroïne is voor mij onderdeel van mijn persoonlijke ontwikkeling. Het helpt om de blik naar binnen te richten. Hoe kan ik mijn eventuele negatieve karaktertrekken beperken? Hoe maak ik de positieve groter?’

Ongefundeerde kritiek

Harts openheid maakt in de Verenigde Staten heel wat los. Piper Kerman, op wier memoires de gevangenisserie Orange is the New Black is gebaseerd, roemt zijn moed. Daartegenover staat onder meer de conservatieve tabloid The New York Post, waarin Hart zonder wederhoor wordt weggezet als drugsapologeet.

‘De reacties van lezers die ooit zijn opgepakt of gestigmatiseerd vanwege drugs gaan mij aan het hart’, zegt hij. ‘Ik probeer ze allemaal terug te schijven: dáárom doe ik dit werk. Daarom heb ik dit boek geschreven. Ik ben er voor jullie om de klappen op te vangen.’

Op ongefundeerde kritiek uit de tabloidhoek heeft hij gerekend. ‘Zo functioneren die kranten. Deze zogenaamde journalisten redeneren op basis van onjuiste veronderstellingen. Ik kan de grootste onzin weerleggen – ik las ergens dat ik dagelijks heroïne zou injecteren. Tegen dit soort desinformatie kan ik weinig doen. Deze reacties gaan uiteindelijk niet over mij, maar over een idee: de wijdverspreide misvatting dat drugs per definitie verslavend, gevaarlijk en slecht zouden zijn.’

Persoonlijke vrijheid

Op Twitter reageerde hij op de tabloids met een citaat van Malcolm X. ‘If you are not careful, the newspapers will have you hating the people who are being oppressed, and loving the people who are doing the oppressing.’ Hier schuilt de crux van Harts betoog: door drugsgebruik te criminaliseren, wordt een deel van de bevolking vervolgd voor iets dat eigenlijk een vrije keuze zou moeten zijn. Wie dit aankaart, zou moeten worden toegejuicht, niet aangevallen.

Dat nota bene een analyticus op de conservatieve nieuwszender Fox News hem op dit punt ondersteunde, deed hem goed. ‘De ondertitel van mijn boek is Chasing Liberty in the Land of Fear, vrijheid najagen in het land van angst. Een deel van de Amerikaanse conservatieven in Amerika zijn erg begaan met het idee van persoonlijke vrijheid (vooral de aanhangers van het libertarisme, die onder meer pleiten voor zeer beperkte overheidsbemoeienis, red.) en dat Amerikaanse vrijheidsideaal heb ik als rode draad in mijn verhaal verwerkt.’

De ‘life, liberty and the pursuit of happiness’ in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, drie voorname mensenrechten die aan ieder mens moeten toebehoren en die overheden te allen tijde dienen te beschermen, worden volgens Hart vanuit het perspectief van de drugsgebruiker ernstig geweld aangedaan. ‘Het is de hoogste tijd dat dit land zijn belofte inlost: iedereen zou de garantie moeten krijgen om te leven zoals men goeddunkt, met de vrijheid om eigen keuzes te maken. Zo lang je anderen daarbij niet in de weg zit.’

Decriminaliseren van drugs

Al in zijn vorige boek, High Price: A Neuroscientist’s Journey of Self-Discovery That Challenges Everything You Know About Drugs and Society (2013), pleit hij expliciet voor het decriminaliseren van drugs. Wie gepakt wordt op bezit van een illegaal verdovend middel, zou hooguit moeten worden beboet, vergelijkbaar met een verkeersovertreding. Onder meer met drugstests en goede voorlichting moet gebruik in goede banen zijn te leiden. Zo weet de recreatieve gebruiker wat hij of zij tot zich neemt en welke dosis in het beoogde effect resulteert.

Aan Harts inzichten en openheid gaat een lange geschiedenis vooraf. Hij groeide in de jaren zeventig en tachtig op in een arme wijk in Miami, waar hij maar om zich heen hoefde te kijken om de belangrijkste oorzaak van de armoede en criminaliteit in de buurt te zien: crack. In The House I Live In (2012) van Eugene Jarecki, een bekroonde documentaire over de Amerikaanse war on drugs, vertelt Hart over het moment waarop de door president Nixon aangezwengelde war on drugs tijdens zijn tienerjaren een vlucht nam. Vrienden en familieleden werden slachtoffer van een spijkerhard antidrugsbeleid.

‘Ik dacht aan het begin van mijn wetenschappelijke carrière, begin jaren negentig, zoals veel mensen dachten: crack is de duivel. Maar de afgelopen dertig jaar moest ik mijn beeld van crack en crackgebruikers voortdurend bijstellen.’

Hoogleraren Carl Hart (links) en Mark Kleiman in een talkshow op The New Yorker Festival in 2014.  Beeld Getty
Hoogleraren Carl Hart (links) en Mark Kleiman in een talkshow op The New Yorker Festival in 2014.Beeld Getty

Gateway drug

Hij ging ervan uit dat iedereen die crack gebruikt, op den duur verslaafd zal raken. Dat bleek niet te kloppen: 80 procent of meer van hen raakt nooit verslaafd. Zijn ogen werden verder geopend tijdens zijn eigen onderzoek naar mensen die in zijn laboratorium crack gebruikten. ‘Daar zaten zeer verantwoordelijke mensen tussen. We vroegen veel van ze, maar ze kwamen keer op keer opdagen. Ze waren vriendelijk, zorgzaam. Het stond allemaal haaks op mijn beeld van de crackgebruiker.’

De ene na de andere drugsmythe zag Hart in zijn werk worden ontkracht. De populairste: dat wiet een gateway drug zou zijn, een middel dat de stap naar zwaardere drugs vergemakkelijkt. Dat is onjuist: hoewel sommige blowers later inderdaad hard drugs als cocaïne of heroïne gebruiken, is een jointje niet de oorzaak van die overstap. Correlatie en causaliteit worden in drugsverslaggeving steevast door elkaar gehaald, zegt Hart. Hij maakt er graag een grap van: het is bekend dat ex-presidenten Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama allemaal ooit wiet hebben gerookt, maar dat betekent niet dat wiet fungeert als gateway drug naar het Witte Huis.

Het viel hem gaandeweg ook op hoe het meeste door de overheid gefinancierde drugsonderzoek zich richt op een mogelijk negatief effect van drugsgebruik, waaronder dus verslaving. ‘Veel onderzoek sluit ándere uitkomsten dan een negatief effect bij voorbaat uit, terwijl de meeste gebruikers dus niet verslaafd raken en juist positieve effecten ervaren. Het zorgt voor een confirmation bias in de wetenschappelijke literatuur: de bevestiging van opvattingen die vooraf in het onderzoek zijn ingebakken. Dit sijpelt door naar onze populaire cultuur, onze kunst. Ik probeer met mijn onderzoek ook te laten zien hoe ingesleten en alomtegenwoordig de aannames en vooroordelen zijn die onze maatschappelijke blik op drugsgerelateerde onderwerpen bepalen. En ik nodig ze uit hun opvattingen over drugs te heroverwegen.’

Hart slaagt er in zijn werk keer op keer in om gloedvol te benadrukken welk onrecht de Amerikaanse drugsgebruiker wordt aangedaan: neem alleen al het feit dat zwarte mensen in de Verenigde Staten beduidend vaker dan witte mensen achter de tralies belanden wanneer ze op drugsbezit of -gebruik worden betrapt. Wie als zwarte Amerikaan wordt gepakt met marihuana op zak, heeft vergeleken met witte Amerikanen een vier keer grotere kans om achter de tralies te belanden, terwijl beiden naar verhouding ongeveer evenveel kopen en verkopen.

Cocaïne voor de rijken, crack voor de armen

Nog een voorbeeld: het merendeel van de crackgebruikers bestaat uit arme en zwarte Amerikanen, terwijl cocaïne voornamelijk door rijke en witte Amerikanen wordt gebruikt. Een wet uit 1988 zorgde ervoor dat bezit van crack honderd keer zwaarder werd bestraft dan cocaïne. Wetenschappelijk en farmaceutisch gezien slaat dit nergens op, stelt Hart. Crack en cocaïne zijn dezelfde drug, waarbij de een wordt gerookt en de ander voornamelijk gesnoven. ‘Maar de wet draagt eraan bij dat inmiddels een op de drie zwarte Amerikanen de kans heeft om in de gevangenis te belanden, tegenover een op de twintig witte Amerikanen.’

Maar hoe kijkt hij naar de 10 tot 30 procent van de gebruikers van harddrugs als heroïne en methamfetamine (crystal meth) die volgens zijn eigen onderzoek wél verslaafd raakt? Door in de eerste plaats te kijken naar de situatie van de gebruiker, niet door zich blind te staren op de drug. Hij wijst erop dat opiatencrisis in Amerika (in 2017 werden 2,5 miljoen verslaafden genoteerd, de Drug Enforcement Administration spreekt officieel van een epidemie) het grootst is in de voormalige industriële gebieden, waar veel werkloosheid heerst. Als de mogelijkheden om een zinvol leven te leiden uitgeput raken, kunnen drugs als uitweg worden ervaren. Dán is er dikwijls geen weg meer terug.

In zijn boek High Price haalde Hart ter verduidelijking het Rat Park-experiment aan, dat tussen 1978 en 1981 werd uitgevoerd aan de Simon Fraser University in Canada. Daarin kregen twee groepen ratten water vermengd met morfine aangeboden. De ene groep zat in kleine, metalen kooitjes, de andere in een speciaal voor het experiment gebouwd rattenspeelpaleis dat 200 keer zo groot was als de gemiddelde laboratoriumrattenkooi. De tweede groep bleek veel minder vaak geneigd om het morfinewater te drinken, omdat er veel meer ruimte was voor ander tijdverdrijf. Hart trekt die uitkomst door naar menselijke verslaving: ‘Mensen verliezen zich vaak pas in verslaving als het in hun leven ontbreekt aan betekenis. Verslavingsproblematiek oplossen werkt niet door drugs te verbieden, maar door de onderliggende problemen aan te pakken.’

Carl L. Hart: Drug Use For Grown-Ups. Chasing Liberty in the Land of Fear. Penguin; 304 pagina’s; € 22,99.

Trainspotting herzien

Carl Hart geeft onder meer af op de verbeelding van drugsgebruik in film. Voor zijn boek besloot hij Trainspotting te herzien, de moderne klassieker over een groep verslaafde vrienden in Edinburgh, waarin een heroïneverslaafd personage een reeks gruwelijke en spectaculair vormgegeven ontwenningsverschijnselen ondergaat. Hij vond Trainspotting ooit een goede film, maar nu, met jaren onderzoek achter de kiezen, kon hij niet voorbij de onsmakelijke sensatie kijken. ‘Drugs zijn een makkelijke, goedkope zondebok, ook in de verhalen die we elkaar vertellen.’

Een van de weinige positieve filmvoorbeelden zag hij onlangs in een komedie van Judd Apatow, The King of Staten Island, waarin komiek Pete Davidson liefdevol over zijn overleden vader praat. De film is gebaseerd op Davidsons eigen leven, zijn echte vader was een brandweerman en kwam om het leven na de aanslagen op het World Trade Center. Hart: ‘Heel terloops zegt Davidson op een gegeven moment dat zijn vader soms cocaïne gebruikte. Het is een gegeven waar verder niets mee wordt gedaan – en dat maakt het zo mooi. Dit zie je nooit in films: dat iemand een goede vader is én toevallig ook af en toe drugs gebruikt.’

Keukentafelgesprek

Carl Hart hoopt met zijn boek Drug Use for Grown-Ups ook een gesprek over drugsgebruik tussen ouders en hun kinderen aan de keukentafel mogelijk te maken. ‘Ik praat er met mijn eigen kinderen over sinds ze kunnen praten, omdat dit het onderwerp is van mijn onderzoek. Toen ze experimenteerden met drugs deden ze dat zoals hun leeftijdsgenoten. Het verschil met veel andere ouders is dat ik ze direct heb uitgelegd hoe ze dat zo veilig mogelijk kunnen doen: voor zichzelf en de mensen om hen heen. Het grote gevaar is dat kinderen aan het experimenteren slaan zonder de potentiële risico’s te overzien.’

Meer over