Sneller mobieltje gokt weer op voetbal

De telecomindustrie bezint zich deze week in Barcelona op de toekomst van mobiele telefonie. Consumenten moeten méér gaan doen dan alleen bellen. Het mobieltje moet vooral de televisie vervangen.

Door Peter van Ammelrooy

Je zult maar verlegen zitten om de vertaling van tovaritsj terwijl je door de supermarkt loopt, op de hei wandelt of in de trein forenst. Het Russische bedrijf Paragon Software ziet in elk geval een markt voor een editie van de Oxford Russian Dictionary voor mobiele telefoons. Later dit jaar kunnen kopers in Rusland op een select aantal Samsung-mobieltjes het Russisch voor ‘kameraad’ en 185 duizend andere begrippen opzoeken.

Het Russische woordenboek voor de gsm is niet eens het buitenissigste product dat deze week ten doop worden gehouden op het Mobile World Congres in Barcelona. De vierdaagse handelsbeurs voor mobiele telefonie trekt al drie jaar tienduizenden naar de Spaanse stad (en daarvoor naar Cannes). De organisatie van het evenement verwacht het record van vorig jaar – 55 duizend bezoekers – te overtreffen.

Gadgets
Maffe gadgets mogen er dan in Barcelona volop zijn, moeilijker is het om dit jaar het centrale thema van de beurs te benoemen. De markt voor mobiele telefoons groeit als kool. Dat is het probleem niet. Deed de sector er negentien jaar over om (in 2002) de miljardste abonnee aan te sluiten, vorig jaar werd de drie miljardste mobiele beller al verwelkomd.

Vooral in opkomende landen loopt het storm. ‘In India komen er elke maand tussen de zes en zeven miljoen bellende klanten bij’, zegt Nils de Baar, directeur van Ericsson Nederland, de grootste leverancier van netwerken voor mobiele communicatie. ‘We installeren daar elk kwartier een nieuw basisstation.’ Deze zendmasten brengen de gsm naar een bevolking waarvan 10 procent over een vaste telefoon beschikt. Veel Indiërs denken bij een telefoon niet al lang niet meer aan een toestel met een snoer en een hoorn.

In het Westen is aan mobiele telefoons geen gebrek. Sterker nog: in Nederland circuleren meer simkaarten – 18,5 miljoen stuks – dan er inwoners zijn. Maar een toestel alleen brengt KPN, Vodafone en T-Mobile geen geld in het laatje. Zelfs gewoon bellen zet winstgewijs onvoldoende zoden aan de dijk. Consumenten moeten méér gaan doen met hun mobiel.

‘Mobiel breedband’, ‘mobiel internet’ en ‘mobiele televisie’ zijn dit jaar – opnieuw - de sleutelbegrippen in veel toespraken en presentaties. Zoals die van Ericssons Carl-Henric Svanberg, de Zweedse opperchef van Nils de Baar, op de eerste dag van het congres.

Volgens Svanberg was er het afgelopen jaar een forse groei te zien in mobiel breedband. ‘Wereldwijd zijn er vandaag de dag 180 miljoen abonnees voor de derde generatie mobiele netwerken en er komen er elke maand 6,5 miljoen nieuwe klanten bij.’

Drijfveer
Svanberg denkt dat televisie de grootste drijfveer wordt voor consumenten om over te stappen naar snellere mobieltjes. De Zweed ziet de traditionele wijze van tv-kijken ingrijpend veranderen. Niet langer zitten we in de huiskamer gekluisterd, wachtend tot de beeldbuis levert wat in de omroepgids staat aangekondigd. Maar we gaan overal, op ieder tijdstip en op maat gemaakte beelden bekijken – én terugsturen.

In Barcelona werd geopperd of Svanberg niet te veel aan wensdenken lijdt. Op vragen van journalisten moest de Ericsson-baas erkennen dat van de 180 miljoen ‘snelbellers’ pas eennegende beschikt over toegang tot de netwerken die zijn visie van gepersonaliseerde, mobiele en interactieve tv mogelijk maken.

Umts, de technologie waarmee de mobiele belbedrijven rond de eeuwwisseling op licentieveilingen bijna hun graf groeven, is als snoepje van de week al lang vervangen door het meer dan vier keer zo snelle hsdpa. Voor Nederland komt daar nog eens bij dat ‘pas 15 tot 19 procent van de toestellen in omloop voor umts en hsdpa geschikt zijn’, aldus Nils de Baar. ‘In een land als Italië is dat al de helft.’ Tot voor kort kwam het ook vaak voor dat de klant weliswaar een toestel kocht dat voor umts geschikt was, maar een simkaart meekreeg die alleen toegang bood tot de langzamere netwerken.

Ericsson
Ericsson zet zijn kaarten op twee grote voetbalevenementen, de FIFA Confederations Cup volgend jaar en het wereldkampioenschap voetbal in 2010. Het Zweedse bedrijf levert de apparatuur en de software waarmee ‘mobiele’ beelden bij de telefoonmaatschappijen worden bezorgd, die ze weer aan hun abonnees kunnen verkopen.

Voetbal was twee jaar geleden ook al het gedroomde lokaas voor dure mobiele diensten – en dat flopte toen deerlijk. De wereldvoetbalbond heeft kennelijk van die ervaring geleerd. Frank Hermans, de multimediaspecialist van Ericsson Nederland, onthulde in Barcelona dat het contract met de FIFA een ‘variabele component’ bevat. Hermans gaf geen details. Het klinkt alsof de Zweedse netwerkleverancier in de opbrengsten deelt als de voetbalfans massaal mobiel beelden gaan opvragen. De keerzijde is dat Ericsson geld moet bijleggen als het balletje mobiel toch anders rolt.

Meer over