Smeerolie tussen jazz en pop

Jazz On Stage wil een brug slaan tussen jazz en pop. Voornaamste wapen: een continue stroom van publiciteit. Maar niet iedereen ziet daar heil in....

AMSTERDAM Is het een irreëel streven, meer jazz in het clubcircuit? Hoewel nu moeilijk voor te stellen, maar jazz wás populaire muziek, voordat de term popmuziek werd verzonnen. Na de Tweede Wereldoorlog identificeerde de jeugd zich met de van de Amerikaanse soldaten meegenomen ‘swingmuziek’. Jazz was hip. De twee genres naderen elkaar wederom, zo meent de organisatie van Jazz On Stage. Tijd voor een marketingplatform die bruggen gaat bouwen.

Jazz verdween overigens nooit helemaal uit de popcontext. Miles Davis ging de interactie aan en met hem vele andere fusionbands. Eind jaren tachtig kwam de acid jazz op, waarbij de toevoeging van elektronica jazz leidde naar de club. Recent onderzoek wees uit dat onder stedelijke alleseters een grote groep schuilt van potentiële jazzliefhebbers. Poppodia durven de stap vaak niet te nemen om jazz te programmeren, terwijl de hipheid die kleeft aan het genre veel treffender geëxploiteerd kan worden door muzikant en club.

Niet dat jazz afwezig is op de grote podia. Zo stond New Cool Collective vorige maand nog op Lowlands. Benjamin Herman en Eric Vloeimans zijn treffende boegbeelden die vanuit de jazz ook opereren in de grotere clubs. Projectleider (Muziek Centrum Nederland) Sophie Blussé: ‘We merkten dat er iets gebeurde, alleen op een zeker ogenblik constateerden we stagnatie. Met Jazz On Stage willen we een steun in de rug zijn. We zijn zeker geen boekingskantoor, maar zie ons meer als smeerolie.’

Grote resultaten zijn nog niet behaald, sinds de lancering begin dit jaar op het popfestival Noorderslag, maar dat was ook niet de doelstelling. De continue publiciteitsstroom, onder leiding van popmarketeer Stefano Oosthof, is het voornaamste wapen in de strijd. Een digitaal verspreidde agenda, waarin alle jazzconcerten op poppodia in Nederland staan vermeld, moet zorgen dat jazz in het clubcircuit als vanzelfsprekend wordt gezien. Blussé: ‘We willen dat mensen in het eerste jaar gaan wennen aan jazz op poppodia en vaker een jazzconcert bezoeken. In het tweede jaar hopen we dat het aantal concerten daadwerkelijk vermeerdert. Dan hebben we in ieder geval ons voorlopige bestaansrecht bewezen. Succesvol zijn we als we overbodig zijn geworden.’

Saxofonist Hans Dulfer heeft het contact met de grotere podia altijd opgezocht, met succes. Hij kijkt sceptisch naar Jazz On Stage, zoals hij dat overigens doet naar elke instantie die tussen consument en producent staat. Een agenda, waarop onbekende artiesten kunnen meeliften op het succes van bijvoorbeeld Candy Dulfer of Gare Du Nord, is volgens Dulfer ‘schijnbare werkelijkheid’.

‘In een drankhandel werd me eens gevraagd: Probeer deze fles eens, die is van de Oktober Wijnmaand. Ik dacht, dat kan ik ook eens met de jazz doen. Ik belde muzikanten over wanneer ze zouden moeten spelen in oktober. 1 Oktober een jazzsessie hier, 2 oktober een optreden daar, en hee, speel je toevallig de 3de? Binnen een mum van tijd had ik een maand vol. Enfin, een pamflet gemaakt, overal verspreid en rondgestuurd. Nou, ik werd de hemel in geprezen. Hans Dulfer had de jazz een nieuwe stimulans gegeven en tig concerten georganiseerd. Maar wat had ik in werkelijkheid gedaan? Niks!’

Jazz On Stage gelooft echter heilig in het noemen van minder bekende muzikanten in de kielzog van grotere jazznamen. Volgens Friederike Darius, directrice van Jazz Impuls, dat jazzconcerten in theaters organiseert, profiteren de muzikanten van deze methode.

Instelling muzikant
Een ander probleem ligt bij de instelling van de jazzmuzikant. De kracht van het popcircuit is de do-it-yourself-mentaliteit. En die is er veel minder bij (afgezanten van) de geïnstitutionaliseerde jazzopleiding. Darius, vanaf oktober artistiek manager van de Rotterdam Jazz Academy, legt de nadruk op de studenten zelf, in plaats van hun muzikale praktijken. Je bent geen goede muzikant als je techniek en kennis in orde is. Volgens Darius moet een student zich ook bekommeren om de vorm: ‘Zelfreflectie is belangrijk. Dus niet alleen op instrumentaal niveau, maar in hoeverre ben je een bandleider en ondernemer?’

Meer over