BoekbesprekingDe grachtengordel

Sleutelroman De grachtengordel heeft geen Who’s Who nodig

Beeld De Arbeiderspers

Zoals dat gaat bij sleutelromans leidde De grachtengordel van Geerten Meijsing bij verschijning in 1992 tot enorme commotie. De meeste geportretteerden uit het literaire wereldje waren razend. De schrijver verloor er vrienden door en de kritieken waren, op een enkele uitzondering na, ronduit zuur. Nu ligt er een heruitgave, ter ere van Meijsings 70ste verjaardag, met een nawoord waarin hij zijn roman verdedigt tegen de toenmalige critici. In hun woede, vindt hij, waren zij blind voor de literaire kwaliteiten ervan.

Bij herlezing treft inderdaad dat De grachtengordel uitstijgt boven een afrekening in het literaire circuit. Het verhaal volgt Erik Provenier, die radicaal heeft gekozen voor de literatuur (‘Schrijven is niet iets dat je erbij kunt doen’), maar wiens boeken een marginaal bestaan leiden. Hij verhuist naar Amsterdam, waar hij de erkenning hoopt te vinden die hij in eigen ogen verdient. Geldzorgen, literair gekonkel, gemodder met vrouwen – Meijsing beschrijft het geestig en genadeloos. Als de hoofdpersoon genomineerd wordt voor een grote literaire prijs, krijgt de roman bovendien vaart en verve. Hoewel smakelijk, is de Who’s Who achterin eigenlijk overbodig. De grachtengordel kan heel best op eigen benen staan.

Geerten Meijsing: De grachtengordel. De Arbeiderspers; 476 pagina’s € 24,99

Meer over