Beeldende kunst

Slavernij zet de schijnwerpers vol op de zwarte bladzijden van de VOC-mentaliteit ★★★★★

Het mag gerust dapper worden genoemd dat het Rijksmuseum als tempel van het nationaal kunstbezit niet is weggelopen voor het Nederlands slavernijverleden. De expositie Slavernij compenseert in alle gruwelijkheid de vaak eenzijdige blik op Hollands Glorie.

Zaaloverzicht tentoonstelling Slavernij. Beeld Rijksmuseum
Zaaloverzicht tentoonstelling Slavernij.Beeld Rijksmuseum

Met ronkende bewoordingen en onder grote persbelangstelling werden ze drie jaar geleden nog in de eregalerij van het Rijksmuseum aan het Nederlandse publiek gepresenteerd, naast de Nachtwacht. Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Boegbeeld van het Hollands welbevinden; personificaties van het 17de-eeuwse zelfbewustzijn en burgerlijk triomfalisme. En bovendien nog eens geportretteerd door Rembrandt van Rijn himself.

Die twee portretten hadden we, hoewel samen met Frankrijk, toch mooi binnen gehengeld, voor een slordige 160 miljoen euro.

Maar tijden veranderen, net als inzichten. De aanwezigheid van het tweetal op de tentoonstelling Slavernij in het Amsterdamse Rijksmuseum (die naar verluidt pas ergens in juni zal openen en vooralsnog alleen online is te zien) is een demasqué van de bovenste plank: het voormalige power-koppel hangt nu in zaal zeven van de Philipsvleugel. Niet langer als gevierde representanten van de Gouden Eeuw, maar als doembeelden van een zwarte tijd: kolonialisme en slavernij.

Marten als erfgenaam van een van de grootste suikerhandelaren van Amsterdam; Oopjen als vrouw van deze Marten, en nadien gehuwd met Maerten Daey, die op de suikerplantages had gewerkt en zelf tot slaaf gemaakten in zijn ‘bezit’ had.

Voor de duidelijkheid: suiker kocht je toen niet met een Fair Trade-logo bij de Ekoplaza, maar werd in Brazilië verbouwd, geoogst en geraffineerd door gekochte Afrikanen die onder erbarmelijke omstandigheden met scheepsladingen vanuit Ghana werden binnengeloodst – als ze overtocht al hadden overleefd.

De schilderijen Marten en Oopjen van Rembrandt van Rijn. Beeld Rijksmuseum
De schilderijen Marten en Oopjen van Rembrandt van Rijn.Beeld Rijksmuseum

Geschiedenis herschreven

Met terugwerkende kracht wordt de geschiedenis aldoor herschreven. Niet alleen die van Marten & Oopjen of de Gouden Eeuw, maar van het hele vaderlandse verleden. Omdat de blik vanuit het veranderende heden hiertoe aanzet. En ja, dat heden wordt de laatste tijd gedomineerd door de discussie over inclusiviteit, Black Lives Matter, identiteit, culturele ongelijkheid en Zwarte Piet.

Het is baanbrekend dat het Rijksmuseum, toch het instituut voor nationale kunst en vaderlandse historie, nu met deze Slavernij-tentoonstelling komt en zo de geschiedenis vanuit dit nieuwe, actuele perspectief onderzoekt.

En dat is wat de twee samenstellers Eveline Sint Nicolaas en Valika Smeulders voor ogen stond. Het is de taak van het Rijks om bezoekers over alle aspecten van de slavernij te informeren en dat ze, volgens Smeulders in deze krant, ‘gaan denken: wat zou ik hebben gedaan als ik was opgegroeid aan de grachtengordel? Of wat zou ik hebben gedaan als ik in slavernij was geboren?’

Om het slavernijverleden ‘inleefbaar’ te maken kozen Sint Nicolaas en Smeulders tien personages die het ‘systeem waarin mensen voor winst andere mensen tot hun bezit maken’ van binnenuit maar al te goed hebben gekend. Zoals van de tot slaaf gemaakte Afrikaan João Mina in Brazilië en de aan een slavenhouder verkochte Wally in Suriname. Van de ‘moorse’ paukenist Paulus Maurus in Nederland en de onvrijwillige, Balinese bediende en opstandeling Surapati in Batavia. En van Oopjen dus.

Zaaloverzicht tentoonstelling Slavernij. Beeld Rijksmuseum
Zaaloverzicht tentoonstelling Slavernij.Beeld Rijksmuseum

Audiotour is een must

Niet zo vreemd dat met deze opzet de audiotour geen aanhangsel van de tentoonstelling is, maar een integraal onderdeel. Een must. Hoe kan je anders verduidelijken dat de getoonde messing halsband niet voor honden, maar waarschijnlijker voor mensen was bedoeld. Dat de gedetailleerde topografische kaart van de Bengaalse Bocht, bij India, noodzakelijk was voor het ronselen en kidnappen van nieuwe tot slaafgemaakten. Dat onder de officiële ambtskledij met epauletten, sjerp en medailles van de geportretteerde, 17de-eeuwse slavernijcriticaster én plantagehouder met ‘slaven’, Dirk van Hogendorp, een bleek Hollands lijf stak vol polynesische tatoeages.

De slavenmarkt in Recife, van Zacharias Wagener Beeld Rijksmuseum
De slavenmarkt in Recife, van Zacharias WagenerBeeld Rijksmuseum

Eigentijdse kunst
toegevoegde waarde

Om de geschiedenis nog levendiger en actueler te maken, is als aanvulling op alle verhalen en artefacten uit vergane eeuwen, eigentijdse kunst aan de Slavernij-tentoonstelling toegevoegd. Romuald Hazoumè uit Benin heeft op zaal, met plastic jerrycans, de plattegrond uitgelegd van een boot, waarmee vele Afrikanen over zee naar Europa vluchten. Het kunstenaarsduo Tirzo Martha en David Bade biedt aan het einde van de tentoonstelling de mogelijkheid om, geheel in hun kleurige, eigenzinnige, onorthodoxe stijl, mee te bouwen aan monumenten voor de tien personages van de hoofdtentoonstelling.

Dat de tentoonstelling, die enigszins hoopvol eindigt met een viertal strijders en verzetshelden, toch zwaar op het gemoed drukt is een understatement. De keerzijde van het Hollands Glorie-succesverhaal is er een van afgesneden borsten, geradbraakte vluchtelingen, verkrachtingen, in de kiem gesmoorde opstanden. Van ‘luidklokken’ die dagelijks op plantages over de hele wereld werden geluid, als dreiging dat elke tot slaaf gemaakte die niet genoeg had geproduceerd, vreselijke straffen in het vooruitzicht tegemoet konden zien. En van blauwe kralen die aan de tot slaaf gemaakten als nepgeld werden uitbetaald, en als protest massaal in zee werden gesmeten.

Plantageklok Beeld Rijksmusem
PlantageklokBeeld Rijksmusem

Sommigen zullen de tentoonstelling als een moralistische vingerwijzing zien of een aanklacht tegen hun (witte) privileges. Een afstraffing. Kan zijn. Maar in eerste instantie biedt de expositie een breder inzicht en maakt het de geschiedenis vollediger. En compenseert het de eenzijdige blik op de roemruchte VOC-mentaliteit en de schitteringen van Rembrandt & Co. Een noodzakelijk en onvermijdelijke compensatie die pas zijn volledige waarde zal krijgen als Marten & Oopjen in hun herziene betekenis weer op de eregalerij zullen verschijnen, tussen de andere geschilderde hoogtepunten van onze geweldige, grootse Gouden Eeuw.

Slavernij (10 personen, 10 verhalen)

Rijksmuseum, vanaf 16 uur online, en vanaf (naar schatting) 9 juni in het museum

 Look at me Now  van David Bade en Tirzo Martha.  Beeld Rijksmuseum
Look at me Now van David Bade en Tirzo Martha.Beeld Rijksmuseum
Meer over