RecensieVerzameld proza

Slauerhoff schreef al kritisch over J.P. Coen toen zijn reputatie nog onomstreden was ★★★★☆

Eindelijk hebben we het oeuvre van J. Slauerhoff compleet, met deze nieuwe, voortreffelijk bezorgde editie van zijn Verzameld proza. Het opmerkelijk kritische toneelstuk Jan Pieterszn. Coen is een van de nieuwe aanwinsten.

Protest tegen J.P. Coen in Hoorn, 2020. Slauerhoff was er vroeg bij met zijn kritiek op de gouverneur-generaal. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Protest tegen J.P. Coen in Hoorn, 2020. Slauerhoff was er vroeg bij met zijn kritiek op de gouverneur-generaal.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Hij was uitermate woke, Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936). Hij was er vroeg bij met het neerhalen van reputaties van nationale helden. Op zijn 31ste publiceerde hij het controversiële toneelstuk Jan Pieterszn. Coen, dat tijdens zijn leven niet werd opgevoerd. In Slauerhoffs nalatenschap werden veel aantekeningen gevonden over Coen (1587-1629), de vierde gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en de grondlegger van de bloeiende uitbuiting van de kolonie.

Hij wist het monopolie op handel in specerijen te verwerven, waarna het eeuwenlange roven kon beginnen. Dat kostte wel wat mensenlevens, vooral die van inwoners van de Banda-eilanden, waar Coen een bloedbad aanrichtte, onder het motto ‘Iedere dode inlander is een vijand minder’. Slauerhoff laat hem tegen zijn kapiteins zeggen: ‘Gij weet ook (…) dat het leven van een inlander niet gelijk is te stellen met dat van een blanke.’

Of Slauerhoff een begenadigd toneelschrijver was, valt te betwijfelen, maar interessant en gedurfd is het stuk wel. Hij toont Coen, de gewetenloze machthebber, als een onzekere man die zijn gezin en personeel tiranniseert. Dat beeld viel in 1931 niet goed bij de elite, en evenmin daarna. In 1948, toen Nederland zich wederom schuldig maakte aan wreedheden in een poging de kolonie te behouden, verbood de Amsterdamse burgemeester D’Ailly de opvoering van het stuk op het Boekenbal. In 1961 mocht het van burgemeester Van Hall alleen voor een besloten groep Amsterdamse studenten worden opgevoerd, omdat het een ongewenst licht wierp op de Nieuw-Guinea-kwestie die toen speelde.

Niet eerder gepubliceerd

Slauerhoff had van die bange benepenheid vast genoten, als hij niet in 1936, op zijn 38ste, was gestorven. Het zou hem plezier hebben gedaan dat het na 1986 toch enkele malen werd gespeeld. Nu is het stuk opgenomen in de onlangs verschenen nieuwe editie van het Verzameld proza van Slauerhoff, voortreffelijk bezorgd door Hein Aalders en Menno Voskuil, die twee jaar geleden de Verzamelde gedichten samenstelden. Ook nu nemen zij, naast de drie romans en de verhalen, veel niet in eerdere edities gepubliceerd materiaal op: jeugdwerk, het prozadebuut Luctor et emergo en dit opruiende toneelstuk.

Dat Slauerhoff de verbolgenheid van gezagsdragers aan zijn laars lapte, past in het beeld dat we inmiddels van hem hebben. Er is een uitstekende biografie, door Wim Hazeu, waarvan in 2018 een uitgebreide editie verscheen, nadat er nieuwe brieven waren opgedoken. Die biografie en de uitgave van de brieven geven het beeld van een volstrekt autonome figuur, die ongevoelig was voor hiërarchie, en voor niemand bang. Hij haatte de Nederlandse moraal: ‘In Nederland wil ik niet leven,/ Men moet er steeds zijn lusten reven,/ Ter wille van de goede buren,/ die gretig door elk gaatje gluren.’

Harde werker

Hij was, als scheepsarts, altijd onderweg, vooral op schepen naar Azië en Zuid-Amerika. Aan boord schreef hij tussen de spreekuren voor passagiers – vrouwelijke patiënten zouden in de rij hebben gestaan met een voorgewend kwaaltje – en het keuren van koelies door. De weemoedige zwerver, die oude zielen van gestorven dichters met zich meetorste, die wanhopig zocht naar de hem steeds ontglippende ideale vrouw, de enige volbloed romanticus in onze literatuur, was vooral een keiharde werker. De dood zat hem op de hielen. Op zijn 24ste kreeg hij zijn eerste longbloeding, voorbode van de tuberculose die hem jong zou vellen. In slechts vijftien jaar tijd schreef hij drie romans, vijfentwintig verhalen en vijfhonderd gedichten. Ook liet hij een zeemanskist vol manuscripten en brieven na. Met deze uitgave hebben we de hele Slauerhoff gelukkig compleet.

Als je Slauerhoffs proza, dat voor een groot deel in Azië speelt, nu leest, valt vooral op hoe realistisch deze ‘romanticus’ vaak schrijft. Geen exotische clichés over ondoorgrondelijke oosterse wijsheid, rode lampionnen en vurige papavers, maar de rauwe werkelijkheid van overbevolkte havensteden, met bordelen, opiumkasten en krottenwijken vol bedelaars en zieken. Hij kende mensen in Shanghai en Macau, hij had overal vrienden en minnaressen en gebruikte die ervaring in zijn romans en verhalen. Voor Nederlanders uit de jaren dertig van de vorige eeuw, die doorgaans niet verder kwamen dan Parijs, moet dat een openbaring zijn geweest. Slauerhoff wás een melancholicus, maar ook een moderne reiziger, die de wereld voor hen opende.

null Beeld Nijgh & Van Ditmar
Beeld Nijgh & Van Ditmar

J. Slauerhoff: Verzameld proza. Nijgh & Van Ditmar; 912 pagina’s; € 45.

Meer over