Sirkus Ljouwert is ondanks helikopterpech vlakbij

Afstand is maar betrekkelijk - dat is een van de dingen die ze met de stunt willen benadrukken. Kwam er vorig jaar niemand van de landelijke pers (helemaal) naar Leeuwarden om het eerste Sirkus Ljouwert-festival te verslaan, dit jaar zou het anders zijn....

van onze verslaggeefster Karin Veraart

'Leeuwarden is niet ver.' Menno Bakker (van de SPL/VVV) blijft opgewekt, ondanks de botte pech vrijdagmiddag. Een van de twee helikopters is kapot. Zodat hij, met een paar andere minder gelukkigen, in een auto op weg is naar Lelystad, in plaats van met de heli naar Leeuwarden. Opgevouwen op de achterbank gooit hij mobieltelefonisch alles in de strijd om de luchthaven van bestemming open te houden.

File. Maar in Lelystad komt het goed, zegt Bakker. Daar wacht een toestel dat niets mankeert en, als het goed is, de andere heli uit Amsterdam met de geluksvogels. Zoals gepland zullen we gezamenlijk de feestelijke ontvangst op het vliegveld meemaken. Lelystad-Leeuwarden, niet meer dan een zucht, zegt hij. Afstand is echt betrekkelijk.

Sirkus Ljouwert is een cultureel festival, een beetje naar voorbeeld van De Boulevard, De Parade. Muziek, theater, cabaret, poëzie en ook beeldende kunst, gekkigheid, gezelligheid. Leeuwarden kende al zijn straatfestival, een ter stede populair gegeven, maar vorig jaar werd besloten dat dat kon uitgroeien tot iets met meer allure. Iets dat de Friese hoofdstad bredere bekendheid zou bezorgen als festivalstad, zegt Bakker voorzichtig; ja, een gebeuren dat Leeuwarden landelijk op de kaart zou zetten. In dat kader is er vrijdagnacht ook een mini-symposium georganiseerd, met als onderwerp Festivals als marketing-tool, ofwel: (hoe) kun je je als stad leuk profileren door middel van een culturele manifestatie.

Lelystad. De eerste helikopter heeft niet gewacht. Nu ja, In elk geval staat er hier een kleintje klaar voor de laatkomers. Driehonderd meter de lucht in, daar ligt Urk, en daar luchthaven Leeuwarden alweer.

De rode loper is uitgerold, de burgemeester aanwezig, camera's klikken en champagne vloeit. Wat verschrikt stappen de journalisten uit het toestel. De Oldenhove Kapel jodelt een welkomstlied. We zullen jullie eens lekker in de watten leggen, zegt iemand.

Een microfoon. 'Was je hier ook naar toe gekomen als er geen helicopters waren ingezet?' vraagt een kritische collega van de plaatselijke pers. Ai. Gelukkig, verderop staan de limousines, klaar om het media-vrachtje af te leveren bij een superhotel in hartje festivalstad. O, en politie-escorte. Met loeiende sirenes en zwaailicht zet de stoet zich in beweging. Voor het hotel staat een applaudisserende erehaag, in de kamer ligt een persmap inclusief potje Valdispert - ter verwerking van de onuitwisbare indrukken.

Het hart van het festival ligt aan de voet van de Oldenhove, 'de scheefste toren van Nederland'. Er zijn een paar grote podia en tenten opgesteld, maar rond half tien 's avonds maakt het geheel nog een wat desolate indruk. Een jongen met een stofkapje voor veegt het festival-terrein.

Snel een van de andere locaties opgezocht: eetcafé Spinoza. Onze Johan/ heeft ook altijd wat/ nu is hij weer dood, zingt dichter/ schrijver/performer Meindert Talma. Zijn publiek lacht, jongeren van rond de twintig. Veel zijn het er niet en ook een verdieping lager, waar straks het duo Twarres zal optreden, is het niet druk. Leeuwarden telt toch zo'n 14 duizend (HBO-) studenten, maar die wonen veelal in omliggende dorpen. Aan het Sirkus laten ze zich weinig gelegen liggen. Zaterdagmiddag is het anders, voorspelt een medewerker van SPL/VVV. De braderie trekt traditioneel veel mensen, ook al vóór het Sirkus Ljouwert werd.

Om middernacht begint het mini-symposium, bovenop de Oldenhove (183 treden). Staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg zou er zijn, maar zijn collega Gerrit Ybema van EZ neemt de honneurs waar: hij heeft cultuurtoerisme in zijn pakket. 'Het moet nog een festival worden', stelt hij vast. 'Het heeft nog geen kloppend hart', beaamt mede-panellid Joop Mulder, directeur van het Oerol-festival.

Zijn tegenhanger Ed Bausch van Sirkus Ljouwert bestrijdt de suggestie dat het festival van vierenhalve dag naar twee dagen zou moeten worden teruggebracht: je moet het tijd gunnen. Dat vindt ook wethouder Cultuur Arno Brok, die er geld voor over heeft. Zodat bekendere artiesten aangetrokken kunnen worden.

Dichter Anne Feddema, uitgenodigd voor een ludieke bijdrage, mengt zich steeds vaker in het gesprek: Leeuwarden is te bescheiden en daarop moest de doodstraf staan. Uiteindelijk verzandt de discussie in gekrakeel over de vraag of het Sirkus zich nu landelijk of regionaal moet profileren, eindigend in een sneer naar de randstedelijke journalisten die niet naar Leeuwarden gaan en wel naar Oerol omdat dat lekker op Terschelling is.

'Wij Leeuwarders zijn erg goed in het onszelf naar beneden halen', beaamt hotelhouder Theo Douma, die nauw betrokken was bij de promotiestunt (à 12 duizend gulden). Het was zijn idee om na het symposium nog even naar de nieuwe galerie van schilder Jerre Hakse te gaan. Hakse keerde terug naar zijn geboortestreek en dat wordt als een opsteker ervaren, want soms lijkt het wel of iedereen hier alleen maar wegtrekt. Ten afscheid heeft de schilder voor iedereen een catalogus, voorzien van de opdracht, bede of goede raad: 'Vergeet Leeuwarden niet.'

Meer over