‘SIRENE ZAL ALTIJD EEN BUITENBEENTJE BLIJVEN’

De sirene staat vrijdag centraal in een muziekprogram-ma van Museum Boerhaave en de Veenfabriek. Componist Paul Koek (52) schreef een speciaal stuk....

Dat wordt veel tatu tatu tatu tatu?

‘Nee, dit heeft niks te maken met toeters op auto’s of fabrieken. Het is een programma in samenwerking met John Heymans van de Universiteit Leiden. Hij onderzoekt de filosofie van de vroege elektronische muziek. Er wordt gespeeld op modellen van sirenes die de Nederlandse natuurkundige en wetenschapshistoricus Henri Adrien Naber aan het begin van de 20ste eeuw als instrument ontwierp. Je kunt er prachtige glissandi mee maken. TáááÁÁÁ. Als je lucht toevoegt wordt het geluid hoger en harder, als je de cilinder in de sirene versnelt wordt de toon hoger. Naber was ervan overtuigd dat de sirene het instrument van de eeuw werd. Hij noemde het de Tooverfluit.’

Hoe schrijf je muziek voor sirene?

‘Het is al eerder gebeurd. Morgen spelen we met studenten van de conservatoria in Groningen en Den Haag Ionisation van Edgar Varèse, waarin ook een sirene wordt gebruikt. Je kunt melodietjes maken. Er zijn met enige oefening tonen vast te houden. Dan moet de aangevoerde lucht heel constant zijn. De bespeler kan de snelheid van de draaischijf met gaatjes waardoor de lucht stroomt aanpassen. Je kunt het geluid ook ineens afbreken door de schijf stil te zetten. Tááá tak tak, hoor je dan. Maar achtsten of zestienden, dat kun je vergeten. Er bestaat ook wel notatie: op- en neergaande lijnen, in lengte variërende streepjes.’

Beschrijft u het orkest eens.

‘Op tafeltjes zijn vijf sirenen gemonteerd – ruwweg een cilinder met een metalen bakje eronder; Naber gebruikte cacaodoosjes. Vanuit een stille generator lopen slangen naar de instrumenten. Ze worden bespeeld door vrouwen, in dit geval. Ook sirenen, natuurlijk. Het is de bedoeling dat we later een heel orkest van Naber gaan reconstrueren; een uitbreiding naar 18 sirenes. We willen componisten uitnodigen er voor te gaan schrijven, en zoeken naar combinaties met andere instrumenten.’

De sirene is aan herwaardering toe?

‘In de tijd van Naber is het even in zwang geweest. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog is het voorbij. Die betekende sowieso het einde voor veel kunststromingen, maar misschien heeft ook een rol gespeeld dat de sirene sindsdien vooral werd vereenzelvigd met alarm.’

Hoe gaat het morgen klinken?

‘Het stuk heet Proef I. We zitten nog in de fase van onderzoek. Ik hoor de klank van de vroege 20ste eeuw. Warm. Melancholisch. Niet alles staat vast. In het middenstuk is er ruimte voor improvisatie.’

Dat wordt oppassen met al die glissandi.

‘Dat komt wel goed. Het is in de vertrouwde handen van de sirenes, haha. Maar nee, dissonanten vormen geen probleem. Ze zijn er zelfs in gecomponeerd.

‘Het geluid kan dat aan, het zijn van die natuurtonen. En we eindigen heel zacht. Je hoort de sirenes een beetje huilen. Bij een festival onlangs in Rotterdam, met een prototype, bleef de zaal even stil na afloop.’

U bent van de sirene gaan houden?

‘Ja! Dit instrument heeft een zachtaardig geluid. Maar het zal altijd een buitenbeentje blijven. Er is geen repertoire voor. Er is geen virtuoos die het kan bespelen. Maar anderzijds, je weet het nooit. Het was een droom van Naber: Mozarts Die Zauberflöte door een sirene. Waarom eigenlijk niet?’ Paul Koek: Proef I; Edgar Varèse: Ionisation. Museum Boerhaave, Leiden, vrijdag 18 mei, 20 uur.

Meer over