InterviewGilbert O’Sullivan

Singer-songwriter Gilbert O’Sullivan: ‘Niemand hield van mijn imago, behalve ikzelf’

Gilbert O'Sullivan in Utrecht.Beeld Ivo van der Bent

Wereldberoemd in Nederland werd de Engelse singer-songwriter Gilbert O’Sullivan in de jaren zeventig. Die roem bleek vergankelijk, maar nog steeds is hij populair. Met de Volkskrant bespreekt hij vier hits.

Zo kwam Gilbert O’Sullivan het spotlicht binnen, begin jaren zeventig: als de keurig gekapte ideale schoonzoon aan de piano, gekleed in de kleren van zijn opa, als de man met de pet. Het eerste land dat hij veroverde was Nederland, met zijn zeer melodieuze liedjes, waarin een lichte hang naar Paul McCartney was te beluisteren. Wat volgde, was de rest van de wereld, met een nummer-eenhit in de Verenigde Staten. Zijn Peaky Blinders-look heeft hij al jaren geleden opgeborgen, maar met muziek maken ging hij onverdroten voort, zonder het succes van de jaren zeventig. 

 In Nederland bleef hij echter onverminderd populair, en er gaat geen optreden voorbij dat deze vier hits niet worden gezongen, Nothing Rhymed, Matrimony, Clair en Alone Again (Naturally). Gezeten op een bank geeft hij in een weinig modieuze outfit, en met lang haar, uitleg over deze daverende krakers, uit de tijd van de bruin-oranje leefkuil.  

Nothing Rhymed (1970)

‘Niemand hield van mijn imago. De enige die, aanvankelijk, van mijn imago hield was ik zelf, het imago was belangrijk voor mij. De pet, de schoenen, de te korte broek, het bloempotkapsel, zeg maar de hele outfit. Mijn manager Gordon Mills zei: ‘Ik hou van je songs, maar je moet wel je imago veranderen, anders ga ik je niet uitbrengen. Trek in hemelsnaam een spijkerbroek aan, laat je haar groeien.

‘Nou, ik heb me er niks van aangetrokken, en dat was ook het beste. The Beatles hadden hun eigen imago toen ze begonnen, met hun kapsels en jasjes. Eind jaren zestig was het onmogelijk om er uitzonderlijk uit te zien, omdat iedereen in die tijd er goed uit zag, dus moest ik iets bedenken. Ik was 19, 20 jaar, en ik zei: ’Hier ben ik, dit is zoals ik eruit wil zien, met mijn Charlie Chaplin-jasje’. Charlie Chaplin was toen mijn grote voorbeeld. Ik huurde mijn kleding bij een bedrijf dat was gespecialiseerd in kostuums voor theaters. Daar zeiden ze: ‘Voor welke rol is het?’ ‘Het is geen rol’, zei ik, ‘het is voor mij, om in het weekend te dragen’. Ik had een personage gecreëerd, dat personage was Gilbert, en nog geen Gilbert O’Sullivan. O’Sullivan was het  personage dat mijn liedjes schreef, zo had ik dat bedacht. Gordon zei: ‘Doe dat dan bij elkaar, als Gilbert O’Sullivan, dan is dat je artiestennaam’. Niemand weet dat ik eigenlijk Ray heet.

Nothing Rhymed was de eerste echte goeie opnamesessie die ik ooit had gedaan, met geweldige muzikanten. Het was magisch! Ik kwam uit die sessie, en het was alsof ik vloog. Het was zo’n privilege om een mooi liedje op te nemen. En toen het uitkwam... magic. Het wonderlijke aan Nothing Rhymed was dat je mijn imago er in het geheel niet aan kon linken. Hoe kon een gast die er zo uit zag zo’n geweldige song zingen? Ik herinner me dat Elton John zei: ‘Het probleem met pianisten is dat ze niet kunnen bewegen op het podium. Je zit vast, dus je moet ervoor zorgen dat ze toch de hele tijd naar je blijven kijken’. Elton deed het heel extreem, met zijn extraverte uitdossingen, en ik dus in mijn jarendertigoutfit. 

‘De song, Nothing Rhymed, gaat over de oorlog in Biafra, eind jaren zestig, en de hongersnood daar. Het was toen voor het eerst dat je de honger in Afrika op televisie zag, zo expliciet. Daarom is er die zin in het nummer over starving children. In Nederland werd het een nummer 1. Waarom? Ik weet het niet. Nederlanders houden van me, it’s always magic, als ik hier optreed is het altijd uitverkocht. In Nederland hebben de mensen vertrouwen in me.

‘Mijn eerste vriendin was ook een Nederlandse, Brenda uit Eindhoven. Zij studeerde in Londen, en ik woonde daar met haar in een bungalow. Ik ontmoette haar in de tijd dat Nothing Rhymed een enorm succes was in Nederland. Ik was niet de beste verkering die ze kon hebben, uiteindelijk. Ik was altijd met vriendinnetjes, en te weinig gedisciplineerd als partner. Op het moment dat het een beetje serieus werd, haakte ik af. Ik was niet zo lief, in retrospectief. In Amsterdam heb ik er laatst ontmoet, na mijn concert in Carré.  Ze was nog steeds heel leuk.

‘Weet je dat ik ook nog een tijdje in Nederland hebt gewoond? In Blaricum, in een huis met een piano. In 1973 betaalde ik enorm veel belasting in Engeland, en de belastingdienst beschermde me op geen enkele manier. Daarom had mijn manager bedrijven overal in de wereld, zodat hij minder belasting hoefden te betalen. Er moest iets gebeuren voor mij, dus werd het Blaricum, als belastingvluchteling. Maar ik kreeg heimwee, en wilde weer naar huis.’

Beeld Ivo van der Bent

Matrimony (1971)

‘Ik deed twee weken geleden een interview op de Engelse radio, met Graham Norton, je weet wel. Matrimony was één van zijn favoriete liedjes, en het was nooit op single uitgebracht, het was een albumtrack. Ik noem het mijn signature-song, het is een nummer dat erg aan mij hangt  vrolijk, melodieus. Als ik het begin te spelen, staan de mensen razendsnel op om te dansen. Dat komt door die latin-groove. Die tekst was niet iets bijzonders, gewoon over jonge mensen die willen gaan trouwen, en de ouders zijn ertegen. Het is maar een onderwerp, iets wat toen gebeurde met mensen. Ik heb het geschreven in een flat die mijn manager voor me had geregeld. Ik schreef toen in de nacht, en mijn buurman werd er gek van. Hij ramde op de ramen, en wilde dat ik er mee ophield. Ik heb dat nog op een demo staan van Matrimony, zijn geschreeuw.

Clair (1972)

‘Met Clair gaat het goed, ik zie haar nog af en toe. Zoals twee jaar geleden, na mijn concert in Hyde Park. Ik had haar toen, samen met haar twee zusters, uitgenodigd. Ze zat op een speciale plek, dus toen ik Clair zong, zag mijn eigen dochter dat ze tranen in haar ogen had. Het was een emotioneel moment voor haar. We hebben een speciale relatie met elkaar, Clair en ik, na al die jaren.

‘Clair was de dochter van mijn vroegere manager, Gordon Mills. Ik babysitte op haar. Dus ik stond voor haar op, in het midden in de nacht, om haar te troosten.  Sommige kinderen hebben dat effect op je, dat speciale. Het was eigenlijk een thank you-song voor haar ouders, voor Gordon, dat hij mij managede. Hij speelt ook de harmonicasolo in het nummer. Eigenlijk is het vooral een liedje voor zijn gezin.

‘Clair is nu ergens in de veertig, en al twee keer getrouwd. Altijd was, en altijd is dat nummer iets heel speciaals voor haar geweest. Zelfs in de slechte tijden toen ik met haar vader een juridisch gevecht had omdat hij te weinig royalty’s betaalde – ik won de zaak. Het leidde er niet toe dat onze relatie onder druk kwam te staan, of dat ze het nummer niet wilde horen. Ik heb haar een keer op de radio horen praten over het nummer, en toen zei ze ook dat het een warm plekje in haar hart heeft.

‘Wat gek is, is dat je tegenwoordig zo’n liedje eigenlijk niet meer kunt zingen. Ja echt! Ik zal je vertellen, er was een befaamde Engelse journalist die op de radio vroeg of het speciaal voor hem en zijn dochter kon worden gedraaid. Dat kon niet, zei de radio-dj. Er kon geen lied worden gedraaid waarin de affectie tussen een volwassen man en een kind werd bezongen. Dat is de wereld waarin we nu leven. Verbazingwekkend hè, hoe mensen reageren.

‘Over mijn eigen kinderen heb ik nooit een lied geschreven. Als ze al voorkomen in mijn liedjes is het een subtiele verwijzing, iets in de achtergrond. Ik hou er niet van om zulke dingen van de daken te schreeuwen. Ze vragen er ook niet om, in tegenstelling tot mijn vrouw. Wanneer ga je een lied over mij schrijven, zegt ze dan. ‘Je schrijft maar over relaties die stuklopen, en affaires met slechte vrouwen, waarom niet over ons?’ Ze is daar, in mijn liedjes, subtiel, mijn gevoel voor haar is in mijn liedjes verstrengeld. We hebben het goed samen, in ons huis in Jersey.’

Beeld Ivo van der Bent

Alone Again (Naturally) (1972)

‘Toen het af was, was ik er erg blij mee, net als het management en de platenmaatschappij. Maar ze dachten dat Out of the Question, dat op dezelfde dag werd opgenomen, de hitsingle zou worden. Over Alone Again werd gezegd dat het prima was, het kon er mee door. Uiteindelijk werd dat toch de single, omdat het in de optiek van de manager een stap in de goeie richting was – wat dat ook in hemelsnaam mocht betekenen.

‘In Engeland dachten ze dat ik een onehitwonder was, na Nothing Rhymed. Dat Alone Again een succes werd in Amerika, of Nederland, of Japan, dat interesseerde me niet zo, het moest een succes worden in Engeland, ik wilde laten zien dat ik geen onehitwonder was. Ik hoefde niet de wereld te veroveren, al was het fijn dat het toch gebeurde met dit nummer. Inmiddels was het qua imago tijd geworden voor iets anders, ik moest toch verder. Ik zag een Buster Keaton-film waarin hij een college sweater droeg – en toen dacht ik: hé, dat is echt iets voor mij, zo'n sweater. Jezelf een imago verschaffen is de showbusinesskant van het singer-songwriterschap, het is niet iets dat je serieus hoeft te nemen. Maar wat gebeurt er telkens? Iedereen neemt het wel serieus, denkt dat er voor mij een speciale gedachte achter zit.

‘Van Alone Again heb ik een recensie die ik voor altijd in mijn muziekkamer bewaar, ik heb ’m zelfs aan de muur geplakt. A nice litle ditty, could be a hit. Een aardig deuntje, het zou weleens een hit kunnen worden, dacht de recensent. Ha ha, het werd een nummer 1-hit in Amerika! Een aardig deuntje, ja dat was het zeker. Weet je, dat is precies zoals ik liedjes schrijf – misschien is het een aardig nummer. Niet van, wow, houd je vast, dit gaat de wereld veranderen.

‘Muzikaal gezien hebben de jaren vijftig, begin jaren zestig, mij muzikaal gevormd. Later was ik erg into Bob Dylan, vanuit een vocaal perspectief, en into The Beatles, als liedjesschrijver. Ik heb geen geweldige stem, maar ik dacht, als Dylan durft te zingen, dan kan ik het ook. Bij The Beatles waren het toch vooral de liedjes, de melodieën.

Ik ben ook van de melodie, en zo begint voor mij elk liedje. Ik hanteer de Irving Berlin-benadering: ik ga achter de piano zitten, kom met een melodie, en als het goed is, stop ik het als het ware in een ton, aangevuld met zelfverzonnen onzinwoorden. Teksten kun je niet laten liggen, die zijn heel snel belegen, zeker als je zoals ik gebruik maakt van de actualiteit. Melodieën niet, die kun je laten rusten, om ze verder te perfectioneren. Elton John heeft het maar makkelijk gehad. Hij kon wachten tot de teksten van Bernie Taupin klaar waren, schoof het zo in elkaar, samen met zijn melodie.

Wat ik zeker niet doe, is het nummer tussentijds iemand laten horen. Ik las laatst dat Paul Simon en Paul McCartney hun liedjes altijd eerst aan anderen laten horen. Dat doe ik zeker niet. Toen ik net begon, had mijn moeder een singalong , gezamenlijk zingen, thuis met vriendinnen in Swindon, waar ik ben opgegroeid. Ik had net een liedje gemaakt, Disappear. Opeens zei mijn moeder: ‘Kom jongen, laat dat ons eens horen’. Toen ik klaar was, viel er een lange ongemakkelijke stilte. Zo, dacht ik, dat doe ik nooit meer.

Ik ben self obsessed, als liedjesschrijver, en met een soort Bril Building-mentaliteit. Dat was een kantoor in New York waar in de jaren zestig liedjesschrijvers zoals Carole King op bestelling liedjes maakten. Ik schrijf ook zo, alsof ik op een kantoor zit, werkend van negen tot vijf. Zo ben ik. Daarna ga ik een stuk lopen met de hond, wat eten, en kijk om negen uur een beetje televisie met mijn vrouw. Zo gaat het vijf dagen in de week. Ik ben enorm normaal. Precies zoals ik er tegenwoordig uitzie.’

Beeld Ivo van der Bent

Just Gilbert

 In februari dit jaar stond Gilbert O’Sullivan nog in een uitverkocht Carré, en in oktober werd hij toegejuicht op de 37ste Nacht van de Poëzie in Utrecht, tussen dichters als Ingmar Heytze, Esther Jansma en H.C. ten Berge – al noemt hij zich zeker geen dichter. De komende tijd zijn er weer twee concerten van O’Sullivan. Op 13 december is hij in Theater Heerlen en op 1 februari treedt hij op in het Muziekgebouw Eindhoven. Behalve zijn hits speelt hij nummers van zijn laatste plaat, Just Gilbert.

Meer over