InterviewSchrijver Simone Atangana Bekono

Simone Atangana Bekono: ‘Mijn roman is geen les voor de witte mens’

Simone Atangana Bekono  Beeld Hilde Harshagen
Simone Atangana BekonoBeeld Hilde Harshagen

Ze dacht in de schaduw te debuteren, maar met haar roman Confrontaties maakt Simone Atangana Bekono (29) kans op de Libris Literatuurprijs. ‘Gesprekken over kleur zijn vaak op het randje van onintelligent.’

Simone Atangana Bekono (29) spreekt zacht en helder, maar vooral: behoedzaam. Ze kiest haar woorden met zorg, zoekt in elke zin de nuance. Ze lijkt nog altijd verwonderd over de ontvangst die haar debuutroman Confrontaties ten deel viel. Confrontaties – over de zwarte, 16-jarige Salomé die in een jeugddetentiecentrum terechtkomt nadat zij twee klasgenoten heeft mishandeld – staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs, die maandag wordt uitgereikt.

‘Ik ben bezig om mijn eigen stem te ontdekken’, zegt ze. ‘Ik wist niet of iemand meteen al literaire kwaliteit in mijn roman zou zien. In de ontvangst van mijn werk zijn woorden gevallen als ‘nodig’ en ‘urgent’. En dat voelde voor mij persoonlijk natuurlijk ook zo. Ik had niet verwacht dat er zo’n honger was naar de onderwerpen waar ik over schrijf. Er zijn toch wel meer boeken over een moeilijke jeugd? Ik was van plan om in de schaduw te debuteren en mijn schrijverschap rustig op te bouwen.’ Ze lacht. ‘Dat is niet gelukt.’

Ging het je te snel of wantrouw je het succes?

‘Volgens vrienden heb ik weleens last van het imposter syndrome: zullen ze ontdekken dat ik eigenlijk niets kan? Wat hebben de juryleden in mijn roman gelezen, dat die een nominatie waard is? Soms bekruipt me die angst en moet ik ruimte geven aan mijn gedachten om erachter te kunnen komen wat ik echt vind.’

Heeft het te maken met het feit dat je zwart bent?

‘Dat ik mijn Librisnominatie wantrouwde, had in de eerste plaats te maken met het feit dat ik een debutant ben. Maar soms flitst het door me heen: ik ben genomineerd omdat ik zwart ben. Dat is een heel lelijk onderdeel van alle emoties die je bespringen als je zoiets overkomt. Ik ben natuurlijk ook ontzettend blij en vereerd.’

Racisme is een belangrijk thema in je boek.

‘Ik bespreek het onderwerp in mijn roman en hopelijk bereik ik daarmee iets bij de lezer. Confrontaties is geen les voor de witte mens. Ik verzet me tegen de reductie van de boodschap. Ik vind dat ik als zwarte schrijver die een sociale roman heeft gepubliceerd kan zeggen: ik wil het over mijn literaire kwaliteiten hebben.’

Je wil het onderwerp bespreken, maar er ook aan ontsnappen.

‘Ik ben een schrijver en in mijn boek laat ik zien hoe ik mij ertoe verhoud. Daar kunnen we natuurlijk over praten. De manier waarop gesprekken over identiteit en kleur worden gevoerd zijn vaak op het randje van onintelligent. Voor je het weet, ben je voor de zoveelste keer alledaags racisme aan het uitleggen of persoonlijke trauma’s aan het deconstrueren, alleen maar zodat er weer iemand over kan tweeten.’

In de openingsscène van Confrontaties gooien klasgenootjes van Salomé muntjes naar een man in een afgedragen jas achter het hek van het azc. ‘Terwijl de man vanachter het hek naar ons staarde, lagen de munten fonkelend aan zijn voeten. Ik wilde niet dat hij ze opraapte. Ik weet nog dat ik dat heel belangrijk vond. Dat hij ze niet opraapte.’

‘Het is een beslissend moment: zij voelt zich als enige met die man verbonden. Salomé realiseert zich dat ze anders is dan de anderen. Het is een kantelpunt in haar leven.’

Simone Atangana Bekono met haar moeder. Beeld Hilde Harshagen
Simone Atangana Bekono met haar moeder.Beeld Hilde Harshagen

Dat Salomé zich realiseert dat ze altijd een buitenstaander zal zijn, wordt subtiel maar genadeloos duidelijk gemaakt als in de jeugdgevangenis haar vingerafdrukken worden afgenomen: ‘Het zwart op de vingertoppen van mijn wijsvingers wrijf ik af tegen het zwart op de vingertoppen van mijn duimen, maar het gaat er niet af.’

‘Nee, het gaat er niet af’, zegt Atangana Bekono lachend. ‘Dat gevoel van een buitenstaander zijn trouwens ook niet. In Dongen, het dorp in Brabant waar ik opgroeide, waren mijn zusjes en ik de enige zwarte kinderen op school, tot het azc kwam en we een speelplaats deelden met de kinderen die daar woonden. Het idee dat je overal buiten valt, laat je nooit los… maar dit lijkt me meteen het moment om je erop te wijzen dat mijn roman niet autobiografisch is. Ik heb het verhaal van mijn familie niet vastgelegd, heb zelfs mijn achtergrond niet willen mythologiseren. Ik ben Salomé niet.’

Hoe is Salomé ontstaan?

‘Vijf jaar geleden studeerde ik af aan de kunstacademie in Arnhem met een poëziebundel, hoe de eerste vonken zichtbaar waren. Het was geweldig om met die gedichten naar buiten te treden, maar ik was bang om daarna in een zwart gat te vallen. Ik wilde ook weer verhalen schrijven, zoals ik deed in mijn late tienerjaren. Koortsachtig schreef ik stukken over afkomst en klasse, maar ook over populaire cultuur en kunst. Flarden van wat me fascineerde, die onderling nog geen verband vertoonden. Op een gegeven moment klonk in een verhaal de stem van een jong meisje. Hard en oordelend. Staccato zinnen. Die stem maakte me nieuwsgierig. Wie zou erbij horen? Toen ontstond Salomé.’

Waar kwam haar scherpe toon uit voort?

‘Woede en beklemming. Toen dacht ik: wat als zij nou echt klem zit? Zo ontspon zich een verhaal waarin Salomé werd gepest en gediscrimineerd en als een furie wraak neemt op haar belagers, waarna ze gevangen wordt gezet. Daarop heb ik gesprekken gevoerd met jongeren die in detentie hadden gezeten. Dat was verhelderend. Ik heb aandachtig naar ze geluisterd om een beeld te krijgen van wat ze hadden meegemaakt. Het waren kwetsbare gesprekken. Iemand vertrouwt je soms pijnlijke informatie toe en jij gaat daarmee aan de haal. Dat moet duidelijk zijn voor je aan het interview begint.’

Je wilde geen verhaal schrijven over hoe verschrikkelijk het is om in jeugddetentie te zitten.

‘Nee. Maar het is wel de arena waar een groot deel van het verhaal zich in afspeelt. En ik wilde dat De Donut, de jeugdinstelling in het boek, realistisch was. Ik ontdekte dat fictie werkt als een magneet. Ik volgde het spoor van mijn personage en haar verzonnen verhaal en vervolgens slopen daar allerlei elementen uit de werkelijkheid en mijn eigen leven in. Ik wilde het ook niet te eenduidig maken. Salomé verdiende het om complex te zijn.’

Ze worstelt met wat ze heeft gedaan – wat dat precies is, ontdek je pas aan het slot van de roman – en ze worstelt met wie ze is, en hoe ze zich tot anderen moet verhouden.

‘Salomé zoekt contact via strijd. Ze kan aanvankelijk alleen maar door agressie en rebellie communiceren. Zo strak gespannen is ze. Dat hoorde ik ook wel van jongeren die in detentie hadden gezeten: de eerste tijd kan er nog heel veel verzet zijn. Zij zoekt de confrontatie.’

Herkende je dat?

Ze grinnikt. ‘Nee, ik kroop als puber juist weg. Ik zweeg. Dat is het mooie van een romanpersonage: dat kan je woorden geven.’

Waar is je liefde voor het schrijven begonnen?

‘Misschien bij het lezen. Mijn moeder is een gedreven lezer. Zij komt uit een Zeeuws arbeidersgezin. Voor haar waren boeken een vlucht. Ze kon er in haar hoofd de wereld mee doorreizen. Ze las ook veel historische romans en werk van Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse schrijvers. Mijn moeder zat tijdens het lezen nogal eens te huilen, om al die verschrikkelijke verhalen die ze toch niet kon wegleggen. Ze nam mijn zusjes en mij van jongs af aan mee naar de bibliotheek in het dorp. Daar leenden we elke week ieder twee boeken. Daar verdween ik helemaal in. Zo is mijn fascinatie voor verhalen begonnen.’

En wat las je in je puberteit?

‘Zo min mogelijk. Ik was opstandig en stopte een tijd met lezen. Het was een roerige periode, ik werd met heftige dingen geconfronteerd. Mijn moeder werd ziek, kreeg borstkanker. Mijn vader werd ontslagen als meubelmaker. En toen hij thuis zat, werd hij ziek, ook kanker, en overleefde de ziekte niet. Hij stierf toen ik eindexamen deed.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Kon je het wel opbrengen om naar school te gaan?

‘Op het Sint-Oelbert Gymnasium in Oosterhout, waar ik elke dag naar toe moest fietsen, voelde ik me niet thuis. Ik vond veel van wat er op school gebeurde onbelangrijk – ook omdat ik bezig was met wat er thuis aan de hand was. De vanzelfsprekendheid waarmee er werd gepraat over geld, toegang tot cultuur, schoolreisjes naar het buitenland. De omgeving waarin ik me bevond voelde voor mij ondoordringbaar.’

Richtte jouw verzet zich ook tegen je ouders? Salomé zegt over het gezin waarin ze opgroeit: ‘Dit is niet bepaald de Cosby Show.’’

‘Tussen mijn vader, mijn moeder en mij bestond in principe harmonie. Behalve als er weer brieven van school kwamen: Simone gaat het niet redden, Simone was er weer niet in de klas. Dan moest er gepraat worden. Maar dat deed ik niet echt. Ik was moeilijk te peilen, denk ik.’

Tegen Salomé en haar klasgenootjes op het gymnasium wordt gezegd: jullie gaan in de toekomst het verschil maken.

‘Ik voelde dat zelf helemaal niet zo. Ik heb daar altijd cynisch over gedaan, maar ik zie nu ook wel waar het me heeft gebracht. Het onderwijs heeft wel degelijk vruchten afgeworpen.’

Confrontaties wemelt van de verwijzingen naar de Griekse mythologie. Het verhaal krijgt dreiging doordat wordt aangekondigd dat in een klassieke tragedie aan het einde altijd iemand sterft.

‘Laatst kreeg ik een kaart van een docent van het gymnasium. Die verbaasde zich erover dat ik kennelijk wél interesse had gehad voor literatuur.’

Ze konden dat niet aan je gezicht aflezen. Als je al in de klas aanwezig was…

Bekono lacht klaterend. ‘Precies! Ik was er niet. Ik verzette me tegen het idee om tot de elite te horen. Ik was intelligent, denk ik, maar had nog niet de woorden om uiting te geven aan hoe ik me voelde. Ingewikkeld. Wat moest ik doen? Ik sloot me af.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Had dat onbestemde gevoel te maken met je gemengde achtergrond?

‘Ik heette tot mijn vijfde Atangana den Hollander – ik had dus óók de achternaam van mijn moeder. Toen is de wet veranderd, en mocht je geen samengestelde namen meer hebben. Toen werd het Atangana Bekono, de volledige achternaam van mijn vader. Wat een heel gewone naam is in Kameroen, een soort ‘Jansen’. Ik ken mijn vader als een man die, zoals wel meer eerste generatie immigranten in die tijd, alle intentie had om van Nederland zijn thuis te maken. Dat lukte niet om redenen die voor mij nu een stuk makkelijker onder woorden te brengen zijn dan toen voor hem. Maar die worsteling erf je van je ouder.’

En ging je, zoals Salomé, met je vader terug naar zijn land van herkomst?

‘Ik ben stinkend jaloers op haar. Want ik ben nooit in Kameroen geweest. Mensen die uit een bicultureel gezin komen en ook vaak teruggaan naar het land waar de geëmigreerde ouder vandaan komt, zijn bekend met die twee werelden. Wij waren dat niet en dat heb ik als een gemis ervaren. Mijn vader is nooit teruggegaan. Dat wilde hij ook niet, om allerlei hoogst persoonlijke redenen. Hij liet er een leven achter waaraan hij niet graag werd herinnerd. Salomé is dus een beetje in mijn plaats gegaan.’

Wil je niet alsnog gaan kijken?

‘Dat was heel moeilijk voor mijn zusjes en mij toen mijn vader stierf: we zouden nooit meer mét hem naar Kameroen gaan. Maar we namen ons voor om het te doen vóór mijn dertigste verjaardag. Dat is bijna zo ver, maar inmiddels zitten we in een wereldwijde pandemie. Bovendien is mijn moeder opnieuw ernstig ziek geworden. Ik weet niet of het voorlopig gaat lukken.’

Maar in je boek kon je dus al naar Kameroen…

‘Dat is een van de magische dingen van het schrijven. Dat er in je verbeelding alles mogelijk is. Het was iets dat ik pas ontdekte toen ik 18, 19 was en met schrijven begon. Toen kreeg ik voor het eerst een idee wat mij werkelijk dreef. Ik brak heen door de ondoordringbaarheid.’

null Beeld Lebowski
Beeld Lebowski

Simone Atangana Bekono: Confrontaties. Lebowski; € 22,99.

Wie is Simone Atangana Bekono?

Simone Atangana Bekono, geboren in 1991, groeide op in het Brabantse dorp Dongen, als dochter van een Kameroense immigrant en een Nederlandse moeder. Ze bezocht het Sint-Oelbert Gymnasium in Oosterhout en studeerde in 2016 af aan ArtEZ in Arnhem met de dichtbundel hoe de eerste vonken zichtbaar waren, die werd bekroond met de Poëziedebuutprijs Aan Zee. In 2019 ontving ze het Charlotte Köhler Stipendium en werd ze door de Volkskrant uitgeroepen tot een van de literaire talenten van 2020. Confrontaties, haar debuutroman, staat op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2021.

De Libris Literatuurpijs 2021

De Libris Literatuurpijs wordt maandag bekendgemaakt. De andere genomineerde romans zijn Wij zijn licht (van Gerda Blees), De saamhorigheidsgroep (Merijn de Boer); Cliënt E. Busken (Jeroen Brouwers); De onbevlekte (Erwin Mortier); Mijn lieve gunsteling (Marieke Lucas Rijneveld).

Meer over