Seurat en zijn schilderijen tot leven gebracht

Theater..

Merijn Henfling

AMSTERDAM Mijn opdracht: breng orde in de chaos’, begint Alex Klaasen de voorstelling. Hij speelt de Parijse kunstschilder George Seurat, de bedenker van het pointillisme. Met technische precisie stipt hij zijn schilderijen bij elkaar.

In het M-Lab, de theaterwerkplaats waar kleine musicals worden ontwikkeld, staat een betoverende uitvoering van Sunday in the Park with George, de befaamde musical van Stephen Sondheim (muziek en liedteksten) en James Lapine (script) uit 1984.

Sondheim wordt vaak als lastig gezien, maar door heldere regiekeuzes en knappe vertaling van Koen van Dijk valt alles op z’n plek: het levensverhaal van een negentiende eeuwse schilder gaat over toewijding, erkenning, vluchten in het werk en de onmogelijkheid om relaties aan te gaan.

Het is opvallend hoe regisseur Van Dijk met relatief beperkte middelen zoveel heeft weten te bereiken: muziek en decor vormen een evenwicht. Tel daarbij op een goede cast met twee uitmuntende hoofdrolspelers, en het resultaat is een musical op hoog niveau.

Een vierkoppig orkest brengt de toch tamelijke ingewikkelde Sondheim-muziek met de finesse alsof er tien man in de orkestbak zit. Complimenten voor de arrangementen van de soms opera-achtige muziek.

Prachtig is het beelddecor van Coen Bouman: bewegende projecties van schilderijen van Seurat, waarin losse onderdelen een eigen leven gaan leiden en kunstwerken op zich worden.

Seurat zelf wordt afgeschilderd als een monomane kunstenaar; zoveel oog als hij heeft voor zijn schilderobjecten, zo weinig aandacht geeft hij zijn omgeving. Het gevolg is dat zijn geliefde en muze Dot hem verlaat.

Klaasen is de gedroomde uitvoerder van de rol van George; hij houdt zijn acteerwerk klein en bewijst zijn muzikale klasse. Hij kan goed uit de voeten met de complexe melodielijnen van Sondheim. In een nummer over twee hondjes in het park komt zijn technische en komisch talent samen. Zijn nummer Finishing the Hat is raak, ook dankzij de effectieve vertaling (o.a. ‘De hoed moet nog goed’).

Tegenspeelster Elise Schaap heeft aanvankelijk moeite de muziek, maar gaat steeds overtuigender zingen, uitmondend in een krachtig slotduet met Klaasen. Schaap, vorig jaar afgestudeerd aan de Toneelschool, is als actrice een ontdekking; ze vult haar rol als de geliefde Dot naturel in, met een prettig soort nuchterheid en een stemgeluid dat doet denken aan Carice van Houten. Met haar dubbelrol als grootmoeder Marie bewijst ze ook een tragikomische kant te hebben. Acteerwerk van dit kaliber kom je maar zelden in musicals tegen.

Ook Anne-Marie Jung is een sterke casting. Ze valt op door haar geestige vertolking van al haar rollen; gelukkig laat de regie ruimte voor een persoonlijkheid als Jung, in tegenstelling tot bij veel grote musicals waarin spelers vaak in een keurslijf worden weggeregisseerd.

Het slotnummer Zondag is een klassiek musicalnummer dat een sterk beroep doet op de emotie; effectbejag ligt op de loer, maar omdat hier alles klopt, is het onmogelijk ongeroerd de zaal te verlaten.

De beste producties van het M-lab gaan op tournee, hopelijk gebeurt dat ook met deze voorstelling.

Meer over