OOG VOOR DETAILHet luxere thuiswerken

Serieus geld uitgeven aan comfortabele thuiskleren konden ze stukken beter in de 17de eeuw

Detail uit Portret van Daniel Bernard, 1669, van Bartholomeus van der Helst. Beeld Museum Boijmans Van Beuningen
Detail uit Portret van Daniel Bernard, 1669, van Bartholomeus van der Helst.Beeld Museum Boijmans Van Beuningen

Veel van wat wij doen, voelen en vrezen, hebben kunstenaars al eeuwen opgemerkt. Wieteke van Zeil verbindt kunstdetails aan de actualiteit. Deze week: kamerjas.

Dit bericht komt tot u vanaf een oude eettafelstoel en een klein bureautje. Getikt in een wollen broek (zwart), een wollen trui (lichtblauw) en een grijs geruite wollen deken, gedrapeerd over de benen tot aan de voeten. De dagen van elegante setjes naar kantoor behoren tot een herinnering, hakken staan in de kast te verstoffen, en inmiddels is er serieus geïnvesteerd in een comfortabele garderobe die zich laat omschrijven als ‘wol met leuke kleurtjes’.

Collega Cécile Narinx beschreef al het lockdowneffect op de mode: zo’n 40 procent minder verkoop van zakelijke kleding, 50 procent stijging van warme truien. Langdurig thuiswerken heeft ons veranderd, schrijven ook Harper’s Bazaar en Vogue, die melden dat bij luxe webshops de verkoop van duurzame ‘loungewear’ omhoog is geschoten. Nu de lockdown een blijvertje blijkt, passen we ons erop aan.

Maar serieus geld uitgeven aan comfortabele thuiskleren konden ze nog steeds stukken beter in de 17de eeuw. Neem Daniel Bernard. Met uitzicht op de Amsterdamse Zuiderkerk, een RSI-bestendige schuine lessenaar om op te schrijven en een duur tapijt op tafel, heeft hij een waardig werkdecor. De hogere thuiswerkkunde laat de koopman toch vooral zien in zijn dikke, warme kamerjas die als een koningsstola over zijn schouders hangt, en elegant is geknoopt in de taille. Passend bij de kleur van de rode zegelwas op tafel, én met accessoire; die pet! Dit is warmblijven op een heel eigen niveau. Ik vermoed dat de jas van zijde is en de pet van fluweel, maar dat beoordeel ik puur op de lichtval (bij de pet boven op de plooi, bij de jas ‘in’ de plooien).

Portret van Daniel Bernard, 1669, van Bartholomeus van der Helst. Beeld Museum Boijmans Van Beuningen
Portret van Daniel Bernard, 1669, van Bartholomeus van der Helst.Beeld Museum Boijmans Van Beuningen

Bernard woonde op de Keizersgracht dus dit moet een kantoor zijn, gezien het uitzicht, wat mijn punt afzwakt, want hij werkt dus niet thuis. Maar zie het andersom: hij droeg zélfs zijn extreem dure kamerjas naar kantoor.

De kamerjas is de eerste Japanse invloed op westerse mode. De eerste ‘japonse rok’, een variant van de kimono, werd waarschijnlijk cadeau gedaan in een van de handelsmissies die vanaf 1609 plaatsvonden. De Republiek had een exclusief handelsverbond met Japan en dat werd zichtbaar gemaakt door de Hollandse koopmannen. Binnen korte tijd wilden ze allemaal een zijden kamerjas, al dan niet gewatteerd. Niet alleen liet je daarmee een internationale smaak zien, maar het werd ook een statusobject; wie zo’n jas droeg, hoefde blijkbaar niet lichamelijk te zwoegen voor z’n brood. Ook wetenschappers gingen zich laten portretteren in de japonse rok, en mannen droegen hem zelfs naar de kerk, tot ongenoegen van de predikant, maar dat lijkt me in die koude gebouwen geen slechte keuze.

Portret Joan Huydecoper van Maarsseveen (1769-1836), toegeschreven aan Wybrand Hendriks, circa 1790. Beeld Amsterdam Museum
Portret Joan Huydecoper van Maarsseveen (1769-1836), toegeschreven aan Wybrand Hendriks, circa 1790.Beeld Amsterdam Museum

Daniel Bernard ‘smelt’ magnifiek in zijn omgeving met dat rood overal als een warme gloed. Het is een ultieme voorbeeld van luxe ‘loungewear’: met bijpassende sjaal, diamant aan de pink, en die blik van pure nonchalance (‘o, wil je me afbeelden? Ik was net aan het werk!’). Anderen lieten zich ook werkend portretteren met versies van de japonse rok. De gestreepte jas van Joan Huydecoper is een modieus voorbeeld in een verder verstild en intellectueel portret. Steven Wolters liet de witte zijden rok niet alleen watteren maar ook beschilderen. De mannen zetten de toon voor het luxere thuiswerken; blijkbaar kunnen we de omstandigheden prima naar onze hand keren. Eén blik op Daniel Bernard en het vermoeden rijst dat als die lockdown nog even doorzet, we onze mannelijke collega’s met het haar over de schouders in de Zoommeeting treffen.

Detail uit Steven Wolters, 1651-1704, Atelier Caspar Netscher. Beeld Van de Poll - Wolters - Quina Stichting
Detail uit Steven Wolters, 1651-1704, Atelier Caspar Netscher.Beeld Van de Poll - Wolters - Quina Stichting

Bartholomeus van der Helst, Portret van Daniel Bernard, 1669, olieverf op doek, 124 x 113 cm, Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam (vanaf najaar 2021 weer te zien aldaar).

Wybrand Hendriks, Portret van Joan Huydecoper van Maarsseveen, c. 1790, Amsterdam Museum.

Caspar Netscher, Portret van Steven Wolters, 1683, Collectie Stichting Van de Poll-Wolters-Quina.

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram: @artpophistory

Meer over