Boeken

Seksuele bevrijding leidt tot maatschappelijke bevrijding – zou het heus?

In haar boek Ieder een lichaam (Everybody) pleit Olivia Laing voor het lichaam als een medium van bevrijding.

null Beeld Martyn F. Overweel
Beeld Martyn F. Overweel

Op een dag zal de ene helft van de westerse wereld in therapie zijn bij de andere helft, en die andere helft is zelf weer in behandeling bij een hulpverlener, zodat het erop neerkomt dat een groot deel van de mensheid tegen betaling bezig is de ander te genezen van een fysieke of psychische aandoening. Dankzij wat cursussen en een wetenschappelijk klinkend etiket, hangt rond de dienstverleners een medisch aureool, van psychodynamische coach tot craniosacraaltherapeut.

Of het nu door het inmiddels ingeburgerde EMDR, door homeopathie of door regelrechte kwakzalverij is, de coaches, counselors en consultanten beloven een vorm van heling. Behalve dat de wildgroei aan amateurgenezers een tekort van de reguliere geneeskunde verraadt, is het de vraag hoe schrikbarend deze ontwikkeling is. Ik ben ervan overtuigd dat veel somatische en psychische klachten aanzienlijk verminderen of zelfs verdwijnen alleen al door de persoonlijke aandacht van iemand met een welluidend stempel. Het is hoogstens alarmerend dat steeds meer mensen bereid zijn daarvoor te betalen.

De Engelse schrijver Olivia Laing is ook toegerust met zo’n ‘Mickey Mouse-diploma’ zoals haar vader het noemde. Ze had jarenlang een praktijk als natuurgenezer totdat ze rond haar dertigste inzag hoe complex het menselijk lichaam is en dat de precaire samenhang ervan door de geringste interventie verstoord kan raken. Ze durfde zich er niet langer medisch mee te bemoeien, gaf haar werk als kruidendokter op, en was vervolgens enige tijd literatuurredacteur bij The Observer.

In de afgelopen tien jaar schreef ze een aantal opmerkelijke boeken, interessante, vaak pijnlijk persoonlijke zoektochten waarin ze via de kunst en de literatuur inzicht probeert te verwerven in onder meer de relatie tussen alcoholisme en schrijven, en die tussen eenzaamheid en de beeldende kunst. Haar pseudowetenschappelijke achtergrond vormt wellicht de verklaring voor soms dubieuze personages die haar laatste boek bevolken. In Everybody, door Henny Corver ingenieus vertaald als Ieder een lichaam, onderneemt ze haar tot nu misschien intiemste queeste, die naar de vraag hoe het is om met huid en haar in de wereld te zijn.

De in 1977 geboren Laing groeit op bij een lesbisch ouderpaar en wordt daar in haar jeugd mee gepest. Boven op de schaamte en de woede om deze sociale uitsluiting, komt de worsteling met een onduidelijke genderidentiteit. De jonge vrouw – die zich in De eenzame stad (2016) voor het eerst identificeert als transpersoon – vindt haar lichaam niet passen bij hoe ze zich voelt. Hoewel de 21ste eeuw al een paar jaar bezig is zich te ontpoppen als de eeuw van de maakbaarheid en de transitie, heeft Laing, die zich geen meisje voelt maar iets ertussenin, nog geen woord voor de verwarring waaronder ze gebukt gaat. ‘Ik was non-binair al kende ik dat woord toen nog niet. Ik had me vanbinnen altijd een jongen gevoeld, een vrouwelijke homojongen.’

Pas als ze zich in New York dankzij de optredens van de transgender Mx Justin Vivian Bond bevrijd voelt en zich kan scharen onder de paraplu van een definitie, verdwijnt de knellende onzekerheid. In Ieder een lichaam maakt de focus op het fysieke, en een bewust gehandhaafd dualisme, dat Laing her en der onvoldoende oog heeft voor een aantal paradoxen waartoe haar onderzoek leidt. Elk tegenwoordig zo begeerd genderlabel reikt de maatschappij een etiket aan waarmee ze nu juist de tegen etiketten rebellerende transgenders opnieuw kan objectiveren en classificeren. De inlijving bij een groep, waarvan Laing in haar boek de politieke, discriminerende en verstikkende gevolgen beschrijft, wordt verkozen en vrijwillig aangegaan. De verscheurende dynamiek tussen het verlangen naar anders-zijn en het verlangen naar eenwording herinnerde me geregeld aan Prometheus (1919) van Carry van Bruggen, waarin zij de tegenstrijdige driften diepgaand ontrafeld.

Tijdens haar studententijd ontwikkelt Laing zich tot activist, een dermate vervullende bestemming dat ze de studie Engels afbreekt en zich volledig inzet voor achtereenvolgens het milieu, het feminisme, de homo-emancipatie en de burgerrechtenbeweging. Uit de ondertitel van Ieder een lichaam, in het origineel simpelweg A Book about Freedom en in de Nederlandse uitgave voorzien van het uitgebreidere Over verzet, verlangen en vrijheid, blijkt dat Laing haar studie begrenst door de wederwaardigheden van het lichaam te verbinden met de ideologische inzet van de belangrijkste bevrijdingsbewegingen van de 20ste en de 21ste eeuw. ‘Wat al die bewegingen gemeen hadden was hun verlangen het lichaam van een object van stigma en schaamte te verheffen tot een bron van solidariteit en kracht, tot iets wat in staat was verandering te eisen en te bereiken.’ De Oostenrijkse psychoanalyticus Wilhelm Reich blijkt voor haar de ideale leermeester, omdat hij vanaf het begin van zijn uiteindelijk tragische loopbaan het lichaam en politiek activisme met elkaar verbond. Reich begon als protegé van Sigmund Freud, maar werd in de jaren dertig door de aartsvader van de psychoanalyse en door zijn vakgenoten juist om dit politieke engagement verguisd en geëxcommuniceerd.

Het tegenwoordig nog wijdverbreide geloof dat het lichaam de opslagplaats is van alle ooit verdrongen pijn en lust, van mislukkingen, trauma’s en vernederingen, en dat het opgekropte leed de oorzaak is van de meeste ziekten, vormt het uitgangspunt van Reichs leer. Het opheffen van de vooral seksuele blokkades zou de stroom van levensenergie in een lichaam opnieuw op gang brengen. De griezelige veronderstelling dat je kanker krijgt door onverwerkte woede en gefrustreerde ambities is binnen dit denken niet ver weg. Reich ontwikkelde zijn visie in een tijd waarin Hitler steeds meer macht verwierf, het nationaal-socialisme dreigde te zegevieren en de eerste Joden wegvluchtten uit Duitsland en Oostenrijk. Zelf Joods en er diep van overtuigd dat de seksueel bevrijde lichamen maatschappelijke veranderingen teweeg konden brengen, meende hij dat psychoanalytici hun genezende werk politiek moesten inzetten. Freud en consorten wilden de wetenschap zuiver houden en vonden dat Reich met zijn marxistische ideeën de status van hun beroep bezoedelde.

Na zijn excommunicatie en daaropvolgende emigratie naar Amerika ontpopte Reich zich gaandeweg tot een megalomane, paranoïde charlatan wiens leven ten slotte eindigde in de gevangenis. De biografie van deze omstreden analyticus vormt de rode draad in Ieder een lichaam. Laing laat zich gidsen door de man die het begrip ‘seksuele revolutie’ muntte, maar homoseksualiteit als afwijking zag, die geloofde kanker te kunnen genezen door orgastische energie op te wekken in een accumulator, en die een cloudbuster bouwde om het weer te beïnvloeden.

In haar boeken heeft Laing bewezen als geen ander de biografieën van de meest uiteenlopende, kleurrijke schrijvers en kunstenaars vloeiend en respectvol te kunnen verweven in haar betoog, dus ik permitteer me haar eigen achtergrond als idealistische activist, als kruidendokter en als iemand die persoonlijk heeft geleden onder de negatieve gevolgen van sociale stigmata en een niet passend genderhokje, als verklaring te zien voor het centraal stellen van een bedenkelijke figuur als Reich. Zoals ze zelf heeft ervaren kan het lichaam dan wel de bron zijn van schaamte, vernedering en verwarring, het is ook het enige middel waarmee iemand in opstand kan komen tegen de ideeën waarmee het in een maatschappij wordt gecategoriseerd en gekluisterd.

Juist door het lichaam apart te zetten en het te beschrijven als object van kneveling én als medium van bevrijding, maakt ze van Ieder een lichaam een fascinerend, soms aangrijpend boek. Al is de binaire afbakening en consequent volgehouden dualiteit tussen lichaam en geest, buiten en binnen, het zichtbare en het onzichtbare, soms ongemakkelijk en doet de scheiding af en toe geforceerd aan, Laing slaagt erin de grenzen van haar onderzoek zorgvuldig te bewaken en contaminatie te mijden, een tour de force waar Descartes van zou opkijken. Nergens duikt de geest, ziel of psyche op of krijgt Reich tegengas van een denker als Freud, die eindeloos benadrukte dat we niet de gevangene zijn van een lichaam, maar dat we de slaaf zijn van ons onbewuste, dat dwangmatige gedachten en handelingen ons onvrij maken en we alleen dankzij zelfinzicht in staat zijn bewustere keuzes te maken en daarmee een grotere vrijheid verwerven om het leven te leiden zoals we het zouden willen.

En toch. Hoe kortzichtig ook, ruimschoots voordat we weten of iemand intelligent, belezen, geestig, gelovig of gek is, maken we verschil tussen man en vrouw, gekleurd en wit, sjofel en sjiek, en het onderscheid dat we maken is niet waardevrij. De categorieën op basis waarvan we lichamen onderverdelen zijn verbonden met politieke ideeën, vooroordelen, maatschappelijke hiërarchieën. Deze even vanzelfsprekende als onthutsende conclusie wordt door Laing in elk hoofdstuk met soms schrijnende voorbeelden geïllustreerd.

Het is een beproefd recept in het oeuvre van Olivia Laing dat ze teruggrijpt op een gebeurtenis uit haar persoonlijke leven om penibele aspecten van het menselijke bestaan te onderzoeken en te belichten. In haar debuut uit 2011 is een verbroken liefdesrelatie de aanleiding voor het ondernemen van een louteringstocht. In lyrisch meanderend proza volgt ze in Naar de rivier - Een reis onder het oppervlak de stroom van de Ouse, de rivier waarin Virginia Woolf zich verdronk, om zich tijdens de dagelijkse wandelingen met behulp van de biografie van Woolf een idee te vormen over de kunst van het schrijven. Tijdens deze odyssee zijn haar stille reisgenoten de talloze romans en studies over literatuur, kunst, geografie en de vorming van aarde en rivieren, zodat de tocht resulteert in een fijnzinnige bespiegeling over de spanning tussen oppervlakte en diepte.

Voor het schrijven van het daaropvolgende boek, Het uitstapje naar Echo Spring. Waarom schrijvers drinken, is het opgroeien met de alcoholistische vriendin van haar moeder de aanleiding voor het ondernemen van een andere reis, dit keer van de oost- naar de westkust van Amerika. In een essayistisch amalgaam van memoires, biografieën, wetenschap en literaire kritiek, wil ze erachter komen of er een direct verband bestaat tussen het talent van schrijvers als Ernest Hemingway, Tennessee Williams, Raymond Carver en hun alcoholverslaving. Het voorlaatste boek De eenzame stad - Over de kunst van het alleen-zijn komt tot stand omdat ze een liefde achterna reist naar New York en daar door hem in de steek wordt gelaten. Op zichzelf teruggeworpen in een vreemde omgeving klampt ze zich ze vast aan de stad en aan de manier waarop bekende visuele kunstenaars als Edward Hopper en Andy Warhol omgingen met de stedelijke eenzaamheid.

Nu ik het boek herlas, kon ik pas zien hoe Laing hier het pad effent voor Ieder een lichaam. Wat filosofen als Simone Klein – en de niet door Laing genoemde Jean-Paul Sartre – al beweerden, is dat eenzaamheid wordt veroorzaakt door de blik van de ander, zowel hoe die ons naar onszelf doet kijken, als hoe die ons tot object maakt. De conclusie waarmee ze De eenzame stad besluit, wordt de opmaat voor het volgende onderzoek. Laing schrijft daar dat ‘veel dingen die ons als individu lijken te raken in feite voortkomen uit grotere stigmatiserende en buitensluitende krachten, waartegen wij ons kunnen en moeten verzetten’.

Behalve haar intiemste boek, is Ieder een lichaam haar meest politieke boek. De strijd tegen stigmatiserende krachten en voor sociale gelijkheid wordt hoofdstuk voor hoofdstuk gevoerd door verstotelingen en paria’s, door de gekleurde Malcolm X, die zich in de gevangenis ontwikkelt tot vrijheidsstrijder, door de met zware chemokuren tegen kanker vechtende Susan Sontag, door de kunstenaar Agnes Martin, die zich volledig terugtrekt uit de wereld om zich aan elke definiërende blik te onttrekken, door de mishandelde Andrea Dworkin, door Kathy Acker, Christopher Isherwood, Bayard Rustin, Nina Simone, Angela Carter. Ik ben te sceptisch om het reichiaanse idealisme te delen van Laing, om te geloven in de mogelijkheid van een vrij lichaam en al helemaal in het vermogen van zogenaamd bevrijde lichamen om de wereld te verbeteren.

‘Een vrij lichaam hoeft niet heel of ongeschonden of naturel te zijn’, besluit Laing. ‘Het verandert aldoor, aldoor, aldoor; het is immers een fluïde vorm. Stel je heel even voor hoe het zou zijn om zonder angst en zonder angst te hoeven hebben een lichaam te bewonen. Stel je eens voor wat we dan konden bereiken. Wat voor wereld we dan konden opbouwen.’

Dat ik het slot van Ieder een lichaam naïef vind, en het bestempelen van het lichaam als fluïde vorm onzinnig, neemt niet weg dat het me ontroert. Maar het ontroert me zoals het geloof van kinderen in goede feeën me ontroert.

null Beeld

Olivia Laing: Everybody A Book About Freedom. Pan Macmillan; 368 pagina’s; ca. € 24,99. De Nederlandse vertaling Ieder een lichaam Over verzet, verlangen en vrijheid verschijnt 14 september bij Atlas Contact; 304 pagina’s; € 22,99.

Meer over